De wereldliteratuur roept

Eenakter van drie minuten *

Personages: fles 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8 en 9, allen in kostuums die hen doen lijken op de gestalten op bijgaande afbeelding. Fles 1 is de langste fles, fles 2 de op een na langste enzovoort.
In plaats van fles mag je ook flatgebouw, schoorsteen of kruik lezen.
Tussen wat de flessen zeggen valt steeds een heel kleine pauze.

Fles 1: Daar staan we nou.
Fles 2: Staan we hier te staan.
Fles 3: Staan we hier in de zon bruin te bakken.
Fles 4: Flessen bakken niet bruin.
Fles 3: Wij zijn geen flessen.
Fles 4: Wat zijn we dan?
Fles 3: Flatgebouwen.
Fles 4: Flatgebouwen bakken ook niet bruin.
Fles 5: Volgens mij zijn wij schoorstenen.
Flessen 6 en 7: Dan moet er rook uit ons komen.
Flessen 8 en 9: Dat komt nog wel! Wacht maar tot het winter wordt!
Fles 1: Flessen, flatgebouwen, schoorstenen, kruiken, met zulke antwoorden lossen we de zaak niet op.
Flessen 6 t/m 9: De zaak?
Fles 1: De zaak, de kwestie wat wij zijn.
Fles 2: Wie wij zijn.
Fles 1: Wie: doet dat ertoe?
Fles 2: Dat zou ik zeggen! ‘Wat’: dat klinkt alsof we geen personen zijn. Personen met een uniek karakter.
Fles 1: Probeer antwoord te vinden op de vraag wie jij bent, wie ik, ik kan je er duizendmaalduizend antwoorden op geven en alle antwoorden zijn even goed of fout.
Fles 2: Probeer dan maar.
Fles 1: Jij bent een fles. Hoewel eigenlijk misschien toch eerder een flatgebouw. Al zal jij jezelf misschien met evenveel reden als een schoorsteen willen beschouwen. Terwijl anderen zullen zweren dat je een kruik bent.
Fles 2: Hm.
Fles 1: Een fles, of een flatgebouw, een schoorsteen, een kruik met allure. Toch bescheiden, al zeggen sommigen dat die bescheidenheid vals is. Een diep water, maar dat weten alleen jij en een paar van je intieme vrienden. Van wie er een overigens zegt dat dat diepe hem enkele malen voor onaangename verrassingen heeft gesteld. Je staat bekend als evenwichtig, betrouwbaar, al zegt diezelfde vriend, die overigens nooit zal ophouden van je te houden, dat hij je langer kent dan vandaag en hij je enkele malen heeft meegemaakt in een gemoedstoestand waarbij dat evenwicht totaal zoek was.
Fles 2: Hm.
Fles 1: Wie is als een rivier: lange tijd gestadig, schijnbaar onveranderlijk, totdat de omstandigheden haar veranderen in een kolkende stroom. Daarom: de zaak is niet wie, de zaak is wat.
Stilte
Fles 1: Daar zijn we even stil van! In de kern valt het verschil tussen de een en de ander weg.
Fles 2: In de kern, zeg jij, in de kern zijn wij allemaal hetzelfde.
Fles 1: Dat denk ik.
Fles 3: Maar wat is die kern dan?
Fles 1: Precies, dat is de vraag.
Fles 9: De kern, de kern…
Fles 8: De kern of het onnoembare.
Fles 7: Het onnoembare is onnoembaar, daar vallen geen vragen over te stellen.
Fles 6: Zodoende…
Fles 5: Zodoende, zodoende, ja wát zodoende?
Fles 1: Ach, zwijg toch!
Stilte
Fles 4: Wat wij doen is…
Fles 3: Ja, wát doen wij?
Fles 2: Vast ook weer zo’n verkeerde vraag. Er zijn maar twee soorten vragen: verkeerde vragen en vragen waarop geen antwoord mogelijk is.
Fles 3: Omdat we maar flatgebouwen zijn.
Fles 4: Kruiken.
Fles 5: Schoorstenen.
Stilte
Fles 9: Jongens, iets anders. Wij staan met één zijde in het volle licht en met één zijde in de schaduw. Iets dergelijks is alleen op de maan mogelijk.
Flat 5: Waarmee tenminste antwoord is gegeven op de vraag waar we zijn.
Fles 9: Van alle zijnsvragen is er één beantwoord!
Fles 1: Rest ons…
Flessen 2 t/m 9: Ja, wát rest ons?
Fles 1: Ach, zwijg toch!

——-
Het plaatje van Henk Klaren vormde de aanzet tot deze eenakter.

Series Navigation<< vorig artikelvolgend artikel >>

Door Gerbrand Muller

Gerbrand Muller werd in 1939 te Leiden geboren. Volgde klassikaal en Montessori-onderwijs te Leiden, Oegstgeest en Wassenaar, daarna studie geschiedenis in Leiden. Medewerker van de nog legendarisch te worden literaire tijdschriften Kaf t (met spatie tussen de f en de t om aan te duiden dat de inhoud van het blaadje het van het koren gescheiden kaf was) en ptl. Werkte 34 jaar als stafmedewerker bij de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen te Amsterdam, eerst op het terrein van de sociale wetenschappen, later op dat van de geesteswetenschappen. Schreef en publiceerde verhalen en novellen: Avond nacht morgen (Meulenhoff 1974; verhalen), Evenwichtlopen (Meulenhoff 1992, novelle), Wagens beladen met hooi (De Sneeuwstorm, 2003, novelle), De verleidelijke pen (De Sneeuwstorm, 2005, verhalen). Daarnaast publiceerde Parjadok zijn reisaantekeningen gemaakt tijdens reizen in Indonesië, Rusland en Oekraïne. Geliefde tijdspasseringen: schrijven, lezen, de Russische taal, vioolspelen en reizen.