De poëtische wereld

Een weekend Oldengaerde

Lopen, kijken, luisteren en praten
De winterzon voelbaar op onze jas
Op de rug een goed gevulde tas
Met boterhammen die zich smaken laten
Want lopend groeit de trek alras
We krijgen dat vanzelf in de gaten
Gunnen wat rust aan onze ledematen
Na aankomst bij een dichtgevroren plas

We zien boomklevers, spechten, een vlucht vinken
Wat later in het veld een rode wouw
Een uivormige toren op een kerkgebouw
De tas steeds lichter als we koffie drinken

Tot we de bossen en de velden weer verlaten
Op weg naar ‘huis’, een schitterende havezate

—-
Het plaatje is van Coc van Duijn
Meer informatie: http://cocvanduijn.nl/

Series Navigation<< vorig artikelvolgend artikel >>

Door Jaap van Lakerveld

Het schrijven van gedichten, rijmpjes en verzen zit me in het bloed. Mijn vader deed het. Sinterklaas was mijn belangrijkste held. Later kwamen daar Trijntje Fop, John O’Mill en Daan Zonderland bij. Teksten van liedjes en cabaret bleven als vanzelf in mijn hersenpan steken. Pas als student begon ik zelf te schrijven. Later toen ik student-assistent was, schreef ik verzen voor een blad van de vakgroep onderwijskunde, waarvan ik deel uitmaakte. Iemand raadde me aan eens wat op te sturen aan het tijdschrift ‘De Tweede Ronde’. Vijf rijmpjes werden geplaatst. Af en toe zijn er sindsdien verzen van mij geplaatst in bundels of tijdschriften. Inmiddels voel ik me een dichter. Ik schrijf teksten, gedichten en ook nog altijd rijmpjes. De Leunstoel biedt mij een prachtige kans om gedisciplineerd te werken en tenminste 20 tot 30 sonnetten of andere producten per jaar te maken. Af en toe kijk ik in het archief van De Leunstoel en ben dan met een deel van wat ik daaraan heb bijgedragen voorzichtig tevreden.