Op de fiets

Een fiets met elektrische hulp

Op mijn gemak fiets ik over het pad dat mij naar de koffie voert. Het pad dat na enkele kilometers door de duinen loopt en af en toe sterk aan glooiing onderhevig is; de koffie is na deze rit welverdiend. Omhoog na eerst te hebben teruggeschakeld, want als je weet dat je in de duinen fietst, huur je voor wat extra’s een fiets met veel versnellingen. En dan opschakelen als je weer omlaag gaat. Meestal neem ik een aanloopje als ik omlaag fiets, om de sterkste bergen, want dat zijn de duinen waar wij fietsen, op te komen.

Maar soms moet ik terug naar de één, omdat de stijging langer is dan verwacht en mijn aanloop niet goed uitgekiend. Puffend neem ik de laatste meters, en net als het haast niet meer gaat, hoor ik dat irritante belletje van die wielrenner die er nog even voorbij wil. Als ik over mijn linkerschouder kijk, zie ik iets naderen. Het is geen wielrenner. Het is een oude vrouw, met half naast haar een oude man, rustig de pedalen ronddraaiend hebben ze een fijn gesprek, dat kun je zien. Eenmaal naast mij, bedanken ze me vriendelijk dat ik opzij ga. Ze gaan gevaarlijk hard, vind ik.

Je kunt er wat van zeggen, maar dat doe je niet, want je bent ook blij voor de mensen. Ze kunnen weer fietsen. Lang niet meer gekund vanwege de knieën of de vervelende heup, maar dankzij het motortje is het weer mogelijk. Natuurlijk is het een uitkomst. Een vriend met een spieraandoening fietst ook weer en zelfs mijn oude tante heeft zo’n fiets aangeschaft om niet meer te hoeven lopen met haar boodschappentassen. Die hangen nu weer over de bagagedrager van haar fiets. ‘Dan zien ze het motortje ook niet,’ schaterde ze, toen ze haar nieuwe aanwinst liet zien. Ik zou alleen niet graag met haar meefietsen. Ten eerste fietst ze gevaarlijk slingerend over de weg, ik pas er ook niet meer naast zonder gevaar voor auto of stoeprand en ten tweede: ik kan haar haast niet bijhouden. Zoals ouderen langzamer gaan rijden in hun auto, zo gaan ze nu harder op de fiets. Een omgekeerde wereld.

Ik doe zo’n fietser wel eens na. Voor de grap. Rechtop, in de hoogste versnelling en dan hard vooruit. Mijn vrouw lacht als ik bel en haar passeer: Net echt, roept ze nog. Maar ik hou dat niet vol en buiten adem ploeter ik dan maar weer voort. Tot ik weer opgeschrikt wordt door zo’n akelig tingeltje en een groepje bejaarden, dat mij met een grote grijns voorbij pedaleert.

————————
Het plaatje is gemaakt door Henk Klaren

Series Navigation<< vorig artikelvolgend artikel >>

Door Mas Papo

Mas Papo debuteerde met zijn werk als vanzelfsprekend aan zee. ‘Kom op verhaal, digitaal’, het Open Boek van Texel nam het gedicht ‘Strand’ op om het een plek te geven dicht bij de bron. Het strand ‘Een verlaten vlakte tussen duin en zee’, volgt Papo op de voet. Het werk van de Heeschenaar kent als geen ander het water. Sfeervol en tot de kern bekleedt hij zijn onderwerpen met gevoelige maar toegankelijke woorden. Samen met anderen maakte hij de lokale dichtbundel ‘Dichter op de huid’. In 2008 verscheen zijn roman “De meikevers” en voorjaar 2012 de dichtbundel “Aanvaart” . Van november 2010 tot maart 2013 was hij dichter van Bernheze.