De poëtische wereld

Dotterbloemen


Het leven kan je mateloos verrassen

Je weet misschien niet eens wat je verwacht

En of het lot je toe- of tegen lacht

Je werkt en doet de dingen die je passen


 

Maar dan opeens verkeert de dag in nacht

Doorgebracht op ziekenhuismatrassen

Omgeven door te veel, te witte jassen

Je voelt je klein onder hun overmacht


 

Na de nacht volgt toch opnieuw de morgen

De lente lokt de mensen uit hun tent

En je beseft dat jij daar één van bent

De schrik nog om het hart, ten prooi aan zorgen


 

Maar zorgeloosheid zal vanzelf weer groeien

Nu in april de dotterbloemen bloeien.








Series Navigationvolgend artikel >>

Door Jaap van Lakerveld

Het schrijven van gedichten, rijmpjes en verzen zit me in het bloed. Mijn vader deed het. Sinterklaas was mijn belangrijkste held. Later kwamen daar Trijntje Fop, John O’Mill en Daan Zonderland bij. Teksten van liedjes en cabaret bleven als vanzelf in mijn hersenpan steken. Pas als student begon ik zelf te schrijven. Later toen ik student-assistent was, schreef ik verzen voor een blad van de vakgroep onderwijskunde, waarvan ik deel uitmaakte. Iemand raadde me aan eens wat op te sturen aan het tijdschrift ‘De Tweede Ronde’. Vijf rijmpjes werden geplaatst. Af en toe zijn er sindsdien verzen van mij geplaatst in bundels of tijdschriften. Inmiddels voel ik me een dichter. Ik schrijf teksten, gedichten en ook nog altijd rijmpjes. De Leunstoel biedt mij een prachtige kans om gedisciplineerd te werken en tenminste 20 tot 30 sonnetten of andere producten per jaar te maken. Af en toe kijk ik in het archief van De Leunstoel en ben dan met een deel van wat ik daaraan heb bijgedragen voorzichtig tevreden.