Een omweg waard

De verdwenen magie van Pyke Koch

Jaren geleden heb ik eens een kwartier gefascineerd staan staren naar het zelfportret met haarband van Pyke Koch. Dat je zoiets kon maken met verf en een penseel. Ik ervoer het als uniek, maar dat was wel een beetje naïef. Nu is er een overzichtstentoonstelling van Pyke Koch en soortgenoten in het Centraal Museum in Utrecht en ik ging erheen om te zien of een dergelijke ervaring me weer ten deel zou vallen.

Ik houd niet erg van het Centraal Museum, omdat je er nooit de weg kunt vinden. Het is zo cryptisch in elkaar geknutseld dat je nooit weet waar je bent en hoe je vervolgens het restaurant kunt bereiken. Dat gaat als volgt: je moet eerst een trap af, dan een tunnel door, afslaan naar een gang, een hoek om en vervolgens weer een trap op. Ik neem aan dat dit is om ons fit te houden.

Heb je Pyke Koch eenmaal gevonden, dan blijkt hij te hangen op drie zalen die geheel gevuld zijn met magisch realisme. Helemaal niet uniek, die Pyke Koch, maar heel erg als Charlie Toorop en Willink en nog wat anderen. Dat valt het meest op bij de portretten, die allemaal op dezelfde manier verwrongen zijn en/of van uitpuilende ogen voorzien en in dezelfde stijl geschilderd. Die stijl leer je op de Academie, maar kun je ook jezelf leren, want Koch was voornamelijk een autodidact.

Toen ik één zaal had verwerkt, had ik dezelfde ervaring die ik ooit had bij Botero (die van die opgeblazen figuren). Aanvankelijk onder de indruk, maar bij de derde keer dacht ik ‘Bah, het is een trucje’. En dat vond ik nu ook van die magisch realisten, het is een trucje. Wel vernuftig en gecompliceerd, maar iets wat je niet kunt laten. Er zit geen enkele ontwikkeling in hun werk, het is meer van hetzelfde. Het ergste is misschien nog, dat het allemaal zo humorloos is. Dat is bij de surrealisten wel anders. Neem Magritte.

Ik heb het bij één zaal gelaten, want toen had ik het wel gezien. Niettemin waren er veel bezoekers. In de jaren dertig was Pyke Koch zelfs zeer populair. Dat is allemaal teniet gedaan door zijn fascistische sympathieën, waar hij wel weer afstand van heeft genomen, maar waarvoor hem na de Oorlog wel een expositieverbod werd opgelegd. Het maken van mooie dingen is natuurlijk niet afhankelijk van al of niet verwerpelijke politieke ideeën; slechte mensen kunnen hele mooie boeken schrijven. En ook Koch heeft na de Oorlog nog menig doekje het licht doen zien. Toch heeft hij geen groot oeuvre nagelaten. Vandaar al die soortgenoten op deze tentoonstelling. Door deze overdaad aan magisch realisme is de magie van Pyke Koch voor mij echter geheel verdwenen.

Series Navigation<< vorig artikelvolgend artikel >>

Door Katharina Kouwenhoven

Wanneer onbekenden elkaar voor het eerst ontmoeten, vormen zij zich een indruk van elkaar, op basis waarvan zij besluiten of nadere kennismaking een interessante optie is. Voor het vormen van die eerste indruk hebben zij niet veel informatie tot hun beschikking: een paar uiterlijke kenmerken en wat minieme gedragsobservaties. Deze informatie kan worden aangevuld door elkaar wat korte vragen te stellen. De vragen die mensen elkaar stellen bij een eerste ontmoeting hebben praktisch altijd betrekking op biografische gegevens: hoe oud ben je, waar ben je geboren, wat doe je, waar heb je op school gezeten, waar woon je. Het merkwaardige is, dat al deze informatie - uiterlijk, houding, presentatie, biografische gegevens - helemaal niets zegt over met wat voor soort mens we te maken hebben, een psychopathische seriemoordenaar of een zachtaardige steunpilaar van de maatschappij. Toch willen we dat laatste graag weten. Als ik iets over mezelf wil zeggen, kan ik proberen nooit gestelde, maar wel prangende vragen te beantwoorden of me te beperken tot de informatie die normaal verschaft wordt bij een eerste ontmoeting. Ik denk dat ik me beperk tot het laatste, want dat is veelzeggend genoeg.Ik ben woonachtig te Amsterdam, alleenstaand, werkzaam, goed opgeleid en dol op bubbeltjeswijn.(Ik maak inmiddels ook tekeningetjes voor De Leunstoel.)