De poëtische wereld

De tol van de roem*

De tol van de roem

Vaardig, vlug, vernuftig, mentaal sterk

Een mengsel van behendigheid en kracht
Verwachten dat de overwinning wacht
Als kroon op je vasthoudend trainingswerk

In vorm, met goede benen voel je macht

Als spieren in balans zijn met hormonen
Kun je in de koers je krachten tonen
Nog beter koersen dan je had gedacht

De winst wordt echter telkens weer gedeeld

Slechts enkelen rijden er van voren
En kunnen bij de overwinnaars horen
De rest raakt roemloos rijdend buiten beeld

Nog in de dertig noemt men je al oud

Steeds verder verwijderd van het goud

Over de top

Eén met de groten uit een groots verleden
Hogere sferen van de roem betreden
Doen wat oude helden eerder deden
En dat liefst op het scherpst van de snede

De hoogste sport, de hoogste trede

Pas daarop is een sporter echt tevreden
Dan heeft hij goed gespeeld, of goed gereden
En heeft hij niet voor niets zijn leed geleden

Zijn sport bedrijft de sporter met een reden

Om over grenzen heen en moe gestreden
Zich met de hoogste titels te bekleden
Geschiedenis te maken in het heden

De winst voelt wel orgastisch, maar het wrede

is de vrije val die volgt diep naar beneden.

Tekortgekomen

Kort is je carrière in de sport

Voor je het weet is het al gebeurd
Je voelt hoe er een kruisband scheurt
En hoe je van het veld gedragen wordt

Het duurt een jaar voor je, weer goed gekeurd,

Je weer in wedstrijdkleren sjort
En merkt, ‘Ik kom nog steeds tekort’
Word niet gekozen voor een invalbeurt

En toen die kans toch kwam, heb je geweten

Voor mij zit er geen rol meer in het vat
Ik heb als sporter mijn beste tijd gehad
Mijn knieën en mijn wervels zijn versleten

Je geeft nu lezingen over rouwprocessen
Over tanend geloof in kansen op successen
———-
Het erepodium is opgericht door Linda Hulshof.
Meer informatie: lindahulshof71@gmail.com

Series Navigation<< vorig artikelvolgend artikel >>

Door Jaap van Lakerveld

Het schrijven van gedichten, rijmpjes en verzen zit me in het bloed. Mijn vader deed het. Sinterklaas was mijn belangrijkste held. Later kwamen daar Trijntje Fop, John O’Mill en Daan Zonderland bij. Teksten van liedjes en cabaret bleven als vanzelf in mijn hersenpan steken. Pas als student begon ik zelf te schrijven. Later toen ik student-assistent was, schreef ik verzen voor een blad van de vakgroep onderwijskunde, waarvan ik deel uitmaakte. Iemand raadde me aan eens wat op te sturen aan het tijdschrift ‘De Tweede Ronde’. Vijf rijmpjes werden geplaatst. Af en toe zijn er sindsdien verzen van mij geplaatst in bundels of tijdschriften. Inmiddels voel ik me een dichter. Ik schrijf teksten, gedichten en ook nog altijd rijmpjes. De Leunstoel biedt mij een prachtige kans om gedisciplineerd te werken en tenminste 20 tot 30 sonnetten of andere producten per jaar te maken. Af en toe kijk ik in het archief van De Leunstoel en ben dan met een deel van wat ik daaraan heb bijgedragen voorzichtig tevreden.