Amsterdam werelddorp

De stad als dierentuin

Op het eerste oog heeft een stad maar aan een beperkt aantal dieren iets te bieden. Veel appartementen en weinig groen betekenen nu eenmaal dat kippen, geiten of andere plattelandsdieren hier geen plekje kunnen vinden. Dus blijft het bij honden, katten en kleine beesten in een kooi, zoals een cavia, konijn of vogels.

Zelf heb ik geen huisdieren, ook nooit gehad. Verder dan een weekje passen op de woestijnratjes van mijn lagere school ben ik nooit gekomen. En daarvan ging er ook prompt een dood tijdens mijn oppasdienst…. Nee, dan een vriend van mij; hij heeft een brede schare aan dieren, van hagedissen tot duiven en van een marmot tot gifkikkertjes. Overigens tot afschuw van zijn vriendin, die hem een keer in paniek belde, omdat een hagedis was ontsnapt en boven haar hoofd op het plafond zat.



Maar dit zijn alleen de huisdieren, in het wild leven er meer dan genoeg dieren in de stad om van te genieten. Wel moeten we ons dan eerst even door de vele kolonies duiven heen worstelen. Deze ‘vliegende ratten’ zijn voor toeristen misschien leuk om te voeren, maar de gemiddelde Amsterdammer ziet ze alleen maar als plaag. Ze bevuilen veel gebouwen en schijten hele balkons vol. Het sympathieke ‘roekoe-roekoe’ weegt daar echt niet tegenop!

Gelukkig zijn er ook andere dieren, alleen moet je er wel op letten. Wat is er mooier dan een ijzig stilstaande ooievaar aan de rand van de gracht? Of een wegschietende haas in het Vondelpark? En waar komt toch die vlucht papegaaien vandaan?



Tot voor kort was Martin Melchers stadsecoloog; zeventien jaar enthousiasmeerde hij kinderen, ambtenaren, wethouders en projectontwikkelaars voor alle verborgen dieren die Amsterdam kent en kende. Hij zag Amsterdam als een grote dierentuin en spotte dieren als de rivierdonderpad en de Aziatische korfmossel. Op stadszender AT5 maakte hij de documentaire ‘Haring in ’t IJ’, met als hoofdrolspelers spelende vossen in het havengebied, slechtvalken in de schoorsteen van de afvalverbranding en rode Amerikaanse rivierkreeften op straat in de Watergraafsmeer. Laat hem een inspiratie zijn om eens beter rond te kijken naar de dieren die rondlopen, zwemmen en kruipen in de stad!



Overigens zijn de dieren die Amsterdammers het meest zien de grijze huismuizen. Als het koud wordt, komen ze weer overal tevoorschijn om zich tegoed te doen aan de broodkruimels die in ieder huis wel te vinden zijn. Misschien vinden sommige mensen ze schattig, ik heb ze het liefst niet in mijn huis. Dan ga ik toch liever naar Artis voor mijn portie dieren in de stad.

 

****************************

Series Navigation<< vorig artikelvolgend artikel >>

Door Sebastiaan Capel

(De foto is gemaakt door Johannes Abeling)Sebastiaan Capel (1975) is een geboren Amsterdammer en op de middelbare schooltijd na heeft hij altijd in de stad gewoond, gewerkt en geleefd. Niet voor niks dat hij de column "Amsterdam Werelddorp" schrijft voor De Leunstoel waarin hij Amsterdam beschouwt. Fietstochtjes door de stad leveren veel stof op voor zijn columns en brengen hem op plekken die hij nog niet kende. De rode draad in zijn columns en werk is het begrip "stedelijkheid". Tijdens zijn studie sociale geografie leverde dat woord een rode kring eromheen op van de docent met de opmerking "definitie?!", maar het dekt goed de lading van wat Sebastiaan zoekt in de stad. Zijn binding met Amsterdam klinkt ook door in zijn carriere; van ambtenaar op het Stadhuis tot accountmanager bij een regionale ondernemersvereniging tot zelfstandig adviseur voor communicatie en beleid. Naast het schrijven voor De Leunstoel probeert Sebastiaan zijn observaties en ideeën voor Amsterdam ook te verwerken in zijn werk als gemeenteraadslid voor D66. Net als met zijn columns lukt dat de ene keer beter dan de andere keer....