In de polder

De schaduw van de stad*

Wat waren we enthousiast over de steden! Na decennia kommer en kwel begonnen de steden weer te groeien. Er kwamen meer inwoners en vooral: de steden ontwikkelden zich weer tot de motor van de nationale economie. In de kenniseconomie werden de hoogopgeleiden van steeds groter belang. En hoogopgeleiden woonden steeds liever in de steden, dicht bij elkaar. En terwijl vroeger de arbeiders verhuisden naar de plekken waar fabrieken werk boden, vestigen bedrijven zich tegenwoordig vooral graag waar hoogopgeleiden wonen. De Amerikaan Edward Glaeser schreef over dit wereldwijde fenomeen zijn boek The Thriumph of the City. Met de veelzeggende ondertitel How Our Greatest Invention Makes Us Richer, Smarter, Greener, Healthier, and Happier. Dat was in 2011. En die ‘invention’ was de stad.

In 2021 schreef Glaeser een heel ander boek onder de titel The Survival of the City. In tien jaar was het tij gekeerd. Niet dat de groei van de steden niet had doorgezet, het belang van de steden voor de nationale economie was alleen maar groter geworden. Maar in tien jaar tijd waren de nadelen van die snelle stedelijke ontwikkeling zo evident geworden dat ze het succes van de steden begonnen te overschaduwen. Ik noem er een aantal.

  • De huizenprijzen zijn overal in het land de laatste decennia enorm gestegen, maar met name in de steden, waardoor starters in de stad geen woning meer kunnen vinden en waardoor de hoogopgeleiden de laagopgeleiden uit steeds meer wijken zijn gaan verdringen. De groeikernen hebben daar veel last van. Hun instroom wordt steeds ouder, armer en lager opgeleid.

  • Binnen de steden nemen de segregatie en de verschillen toe. De onderkant van de samenleving maakt weinig mee van de triomf van de bovenkant. En wie in een slechte buurt woont heeft steeds meer last van de kansenongelijkheid in het onderwijs.
  • Niet elke stad doet het goed. Amsterdam, Utrecht, Eindhoven, zij voeren de ranglijst aan. Maar in dit geweld weten Rotterdam en met name Den Haag zich nauwelijks te handhaven. Daar is de beroepsbevolking relatief nog te laag opgeleid om echt aantrekkelijk te zijn voor de moderne bedrijvigheid.
  • De steden trekken in toenemende mate hoogopgeleide migranten, die dan expats worden genoemd. Hun verblijf wordt steeds korter en hun wortels gaan steeds minder diep. Het onderscheid tussen expats en toeristen neemt af.
  • Sowieso zijn de migratiestromen naar en uit de steden zeer omvangrijk geworden. De ‘anywheres’ kunnen daar mee omgaan, de ‘somewheres’ voelen zich al gauw achtergesteld, waar we in de politiek steeds meer van merken.
  • De steden zijn niet alleen in trek bij de hoogopgeleiden maar ook bij de toeristen. Steeds vaker hoor je over overtoerisme. Er komen te veel toeristen naar de steden, die die enorme stromen niet meer aankunnen.
  • De stad wordt steeds meer als investeringsobject gezien. In London staan hele wijken permanent leeg, omdat de eigenaar die vaak van ver komt het interessant vindt om zelf een paar weken per jaar daar te wonen. Ook in Amsterdam kopen steeds meer rijken een pied à terre, om de rest van het jaar elders te wonen. Terwijl het tekort aan woningen zo groot is.

Waar komt deze ontwikkeling vandaan? Als socioloog weet ik dat de oorzaken van elke sociale verandering moeilijk te duiden zijn. Maar hier is het zonder meer evident dat het neo-liberalisme een grote rol heeft gespeeld. We hebben de markt gewoon zijn gang laten gaan. En de markt heeft de ruimtelijke ordening van de overheid overgenomen. Ja natuurlijk is Amsterdam druk aan het bouwen, maar dat is geen ruimtelijke ordening, dat is tegemoet komen aan de vraag. In 2010 is op landelijk niveau het Ministerie van Ruimtelijke Ordening opgeheven. Dan moet je niet gek opkijken als de ruimtelijke ontwikkeling zijn eigen routes kiest.

De laatste jaren wordt er in Den Haag weer over een nieuwe Nota Ruimte gesproken. Het is een aanzet. Maar ik denk dat die Nota vooral zal gaan over recreatiewoningen in Ouddorp en Ooltgensplaat, over de verzilting van het Groene Hart, over de krimp in Oost-Groningen en dat de echte, grote ruimtelijke ontwikkelingen nog steeds geheel aan de markt zullen worden overgelaten. Zoals de ontwikkeling van de steden.

Willen we echt grip krijgen op de onevenwichtige groei van de steden, dan komen we er overigens niet met de ruimtelijke ordening van de vorige eeuw. We hebben op dit moment niet alleen een ruimtelijke ordening nodig die duidelijke keuzes maakt. We hebben vooral een andere ruimtelijke ordening nodig. Een ruimtelijke ordening die veel minder gaat over het bestemmen van plekken en veel meer over het sturen van stromen.

Series Navigation<< vorig artikelvolgend artikel >>