
Ten noorden van Den Haag, op de grens met Wassenaar, loopt de Landscheidingsweg. Die weg heet zo omdat daar de grens loopt van de hoogheemraadschappen van Rijnland en Delfland. Het is een soort waterscheiding: druppels die neer komen ten noordoosten van de weg vloeien naar de boezem van Rijnland, en druppels die neerkomen aan de andere kant naar Delfland. Die boezems staan niet altijd op dezelfde hoogte, daarom is er een sluis in Leidschendam.
Maar de Landscheidingsweg is ook een soort politieke scheidslijn: de steden in het noordoosten zijn veel linkser dan die in het zuidwesten, als we ten minste afgaan op de laatste gemeenteraadsverkiezingen. Je moet dan kijken naar het totaal aantal stemmen op PvdA. D66 en GroenLinks zoals de Kiesraad die gepubliceerd heeft.
Linkse en rechtse steden
In het gebied ten noordoosten van de Landscheidingsweg vinden we vier steden waar in 2022 meer dan 40% van de kiezers op een van deze drie partijen stemde, met aan kop Leiden met 48,11%. Dat contrasteert nogal met het imago van korpsballenstad waar Leiden nog steeds onder gebukt gaat. Na Leiden kwamen Amsterdam (46,14%), Haarlem (43,99%) en Utrecht (42,88%). Drie van deze vier zijn universiteitssteden.
Maar niet alle universiteitssteden scoren zo hoog. Beneden de Landscheidingsweg zijn er ook universiteiten in Rotterdam, Delft en Den Haag (als we de Haagse Campus meerekenen), maar die steden stemmen veel rechtser, met resp. 28,48%, 35,33% en 31,72% voor de linkse partijen.
Uitgesproken rechtse steden vinden we ook boven de Landscheidingsweg: Alphen (28,18%), Zaanstad (25,76%) en Haarlemmermeer (28,82%), terwijl Hilversum (35,6%) en Gouda (35,09%) daar veel gematigder scoren. Nog rechtsere steden vinden we beneden de Landscheidingsweg, waar Zoetermeer 23,05% en Dordrecht zelfs 19,13% scoorde. Dat laatste percentage is erdoor beïnvloed dat uit de cijfers van de Kiesraad blijkt dat D66 in deze stad niet meedeed.
De Landscheidingsweg is dus geen absolute scheiding tussen een links stemmend en een rechts stemmend gebied, maar de steden ten noorden van de weg stemmen gemiddeld wel veel linkser. Hoe komt dat? Vroeger waren het vooral de arbeiderssteden die links stemden, maar tegenwoordig is dat omgekeerd, er heeft een soort ompoling van het electoraat plaats gevonden, waardoor hoog opgeleiden links zijn gaan stemmen, en laag opgeleiden rechts.
PvdA was een arbeiderspartij
Toen ik zestig jaar geleden lid werd van de PvdA was dat een arbeiderspartij met hier en daar een verdwaalde intellectueel, de partij die binnenkort afscheid van mij gaat nemen bestaat vooral uit hoogopgeleiden, terwijl je er zelfs geen verdwaalde arbeiders meer tegen komt.
Links scoort dus goed wanneer ergens veel hoogopgeleiden wonen. Daarom scoren universiteitssteden hoog, maar er zijn meer factoren. Ik denk dat de kwaliteit van de stedelijke bebouwing ook hoogopgeleiden aantrekt. Dat zou verklaren dat Haarlem zonder universiteit toch heel links stemt, terwijl Rotterdam laag scoort, hoewel het vroeger een rood bastion was.
Het verklaart ook dat Alphen, Haarlemmermeer en Zoetermeer rechts stemmen, maar niet waarom Dordrecht niet even links als Haarlem is. Bij Haarlem zou de uitstraling van Amsterdam een grote rol kunnen spelen, terwijl we zagen dat in Dordrecht D66 niet mee deed. Hoe links de vele lokale partijen zijn die in Dordrecht zetels haalden van kiezers die anders op D66 gestemd hadden laat zich door de buitenstaander niet beoordelen.
Je kunt dus stellen dat de meeste steden ten noordoosten van de Landscheidingsweg linkser stemmen dan die ten zuidwesten daarvan, omdat het vaker universiteitssteden zijn en een aantrekkelijker bebouwing hebben. Maar het is geen wiskunde.
———-
De plaat is van Han Busstra.
