Ergernissen

Cultuurvervuiling

Er wordt al of niet met verontwaardiging gesproken over allerlei vormen van vervuiling – van lucht, water, taal, omgangsvormen – maar over cultuurvervuiling hoor je nooit iemand, terwijl die toch aan de orde van de dag is. De duidelijkst zichtbare cultuurvervuiling vind je op straat, de architectuur, en die gaat ook lang mee, want huizen worden niet zomaar afgebroken.
De grootste vervuiler is zonder twijfel het brutalisme, de bouw van grote blokken van kaal materiaal en structuurelementen, goedkoop en eenvoudig te ontwikkelen, maar zelden gewaardeerd. Het is iets van na de oorlog toen er veel verloren was gegaan en geen geld beschikbaar was voor woningpaleizen. Aan brutalistische gebouwen dus geen gebrek, ook niet in Amsterdam. Deze stijl leende zich uitstekend voor stadions en stations en dat is te zien. Ik heb een paar jaar gewoond naast een brutalistisch gebouw, de studentenflat aan de Weesperstraat. Dat gebouw was niet eens zo lelijk, maar veel te groot voor zijn omgeving. Even verderop verrees het Maupoleum, ook helemaal niet zo’n lelijk gebouw, maar dat wekte zoveel weerzin dat het uiteindelijk is gesloopt (wel een voorbeeld van een gebouw dat om esthetische redenen is vernietigd).

Zodra zo’n brutalist een andere vorm heeft dan een platte rechthoek ziet het er al aantrekkelijker uit, zoals dat gebouw op de Zuidas, dat bestaat uit allemaal schots en scheef gestapelde kubussen. Of het filmmuseum EYE.

De meeste passen echter niet in hun omgeving. Maar soms vormen ze hun eigen omgeving, zoals in de Bijlmer. Daar lazert het niet, een brutalist meer of minder.
Op een goed moment raakte het brutalisme uit de gratie, vanwege de hoge onderhoudskosten en de kritiek, zoals o.a. van Prince Charles. Maar nu steekt het zijn kop weer op. Van mij mag het, want er zijn heel veel interessante brutalistische gebouwen en met een beetje fantasie kunnen er nog veel meer bij.
———-
De illustratie is van Katharina zelf.

Series Navigation<< vorig artikelvolgend artikel >>

Door Katharina Kouwenhoven

Wanneer onbekenden elkaar voor het eerst ontmoeten, vormen zij zich een indruk van elkaar, op basis waarvan zij besluiten of nadere kennismaking een interessante optie is. Voor het vormen van die eerste indruk hebben zij niet veel informatie tot hun beschikking: een paar uiterlijke kenmerken en wat minieme gedragsobservaties. Deze informatie kan worden aangevuld door elkaar wat korte vragen te stellen. De vragen die mensen elkaar stellen bij een eerste ontmoeting hebben praktisch altijd betrekking op biografische gegevens: hoe oud ben je, waar ben je geboren, wat doe je, waar heb je op school gezeten, waar woon je. Het merkwaardige is, dat al deze informatie - uiterlijk, houding, presentatie, biografische gegevens - helemaal niets zegt over met wat voor soort mens we te maken hebben, een psychopathische seriemoordenaar of een zachtaardige steunpilaar van de maatschappij. Toch willen we dat laatste graag weten. Als ik iets over mezelf wil zeggen, kan ik proberen nooit gestelde, maar wel prangende vragen te beantwoorden of me te beperken tot de informatie die normaal verschaft wordt bij een eerste ontmoeting. Ik denk dat ik me beperk tot het laatste, want dat is veelzeggend genoeg.Ik ben woonachtig te Amsterdam, alleenstaand, werkzaam, goed opgeleid en dol op bubbeltjeswijn.(Ik maak inmiddels ook tekeningetjes voor De Leunstoel.)