
Een paar jaar geleden kwam ik haar voor het laatst tegen. Eerlijk gezegd schrok ik. Er was weinig meer over van die mooie krachtige vrouw. Ze herkende me niet. Iemand zei haar mijn naam en ze zei: ‘ O ja, Wim Westerveld.’ Erg overtuigend klonk dat niet.
Zes maart j.l. was de laatste kans dat ik haar nog eens zou kunnen ontmoeten, zij het niet in levenden lijve. Op de rouwkaart stond dat haar uitvaart plaats zou vinden in IJsselmonde, niet ver van mijn woning. En natuurlijk liet ik dat niet aan me voorbij gaan en ging ik erheen.
Een paar keer mocht ik erbij zijn, in haar magisch centrum in Maassluis. Het staat in mijn geheugen gegrift waaronder een herinnering aan een pijnlijk voorval. Ik was uitgenodigd om te blijven eten. Na het diner zat ik te vluggeren met Fred van der Vliet. Kortsjnoj stond er even bij te kijken. Hij was maar al te duidelijk: ‘Ik zie het al, geen talent.’
Eén van die mannen was Hans Böhm. Toen hij binnenkwam vroeg ik me af wat hij zou gaan doen, we hebben niet een al te beste relatie tenslotte, maar Corry bleek post mortem overal boven te staan en dus bezegelden we met een ferme handdruk onze levensreis met haar.
De beelden van een jonge Corry overgaand in een oude ongebroken vrouw, gebogen over een schaakbord, en de mooie trefzekere woorden van de sprekers tilden het kleine gezelschap ver uit boven de weinig aansprekende uitstraling van het uitvaartcentrum.
We bewezen deze bijzondere schaakdame de laatste eer met een erehaag toen de kist de lijkwagen werd binnengeschoven. Bij het wegrijden van de auto naar het crematorium keek ieder met zijn eigen herinneringen haar na.
