
Maar nu eerst lezen. Veel shit zo te zien. Uiteraard, zou ik haast zeggen want dat is bijna synoniem voor vakantielectuur. Boeken die beter niet uitgegeven hadden kunnen worden. Beter voor het milieu (bomen!), beter voor je humeur en beter voor nog iets, maar dan kan ik nu niet opkomen. Wat dacht je van het door de beroemde actrice Loes Wouterson in staccato-zinnen geschreven melodrama ‘Begin’. Of ‘De troost van vriendschap’ van Lilia Nattal. Gevoelige titel, maar niet meer dan dat. Ook de thriller ‘Een al te mooi meisje’ van Jan Seghers leg ik weer terug in het kistje. In de 500 pagina’s dikke pil van Henning Mankell raak ik al spoedig het spoor bijster, maar de twee boeken van Wolkers, waarin de oude meester op z’n best is: ‘Gifsla’ en ‘De Onverbiddelijke Tijd’ laat ik niet in die rommel liggen.
Maar wat ligt daar? Anna Enquists Contrapunt. Allemachtig, dat boek had ik altijd al willen lezen! Dán was het uitverkocht, dan was er weer iets anders, maar nu had ik het! Enfin, ik heb het in één ruk uitgelezen. Op maandag 16 december 2024 ’s middags om drie uur aan begonnen, ’s avond elf uur had ik het uit en verder de halve nacht van gedroomd.. Wat een schrijfster! En wat een moed om je ellende zo van je af te schrijven. En op zo’n eloquente manier. Want de aanleiding tot het schrijven van dit boek was het verschrikkelijke ongeluk op de Dam in Amsterdam, alweer een kwart eeuw geleden, waar de 27-jarige dochter van de schrijfster op een lentedag ’s morgens om half negen op haar racefiets werd doodgereden door een grote vrachtauto. Is er erger denkbaar voor een moeder? Ik denk ’t niet. Vrienden en vriendinnen van de dochter hebben dagenlang gepost op de Dam en wekenlang nog elke dag bloemen gelegd op de noodlottige plek. Hoe raap je jezelf bij elkaar, hoe zie je nog ooit weer de zin van het leven.
De fuga’s en canons zitten vol met dramatische tempo-veranderingen, ‘hoopvolle’ klanken, treurigheid, extreme spanning en ‘verglijdende’ akkoorden die het uiterste aan techniek en concentratie vergen van de pianist. De schrijfster neemt zich voor, naast het spelen van alle dertig variaties ook de herinnering aan de dochter vorm te geven. Het boek telt dan ook 30 hoofdstukken, voorafgegaan door een inleiding (Aria) en besloten door een Aria da Capo. Ze beschrijft het tot dan zorgeloze gezinsleven vanaf de geboorte van het kind tot de fatale datum. Alle plezier, geluk, maar ook de troubles van die 27 jaar, herinneringen, good and bad, worden genoteerd bij het instuderen van de geniale compositie van Bach. Die op zijn beurt in zijn leven ook niet bepaald gespaard werd door ongeluk: de dood van zijn geliefde zoon, eerste echtgenote, blindheid.
