De poëtische wereld

Chartres nooit gezien

We hadden Chartres nooit gezien
Daar wilden we dus gaan kamperen
Eerst de tent goed installeren

En ons van een diner voorzien
Ondanks de regen goed geslapen

Wel stond de tent wat minder strak
Met vreemde plooien in het dak
zag ik terwijl ik lag te gapen

Wat! Er lijkt warempel in gesneden

Verrek, hoe kan dit zijn ontstaan
Of welke gek heeft dit gedaan
Wie heeft voor zoiets nou een reden

Er was van alles weggenomen

De autosleutel uit mijn broek
En ook de passen waren zoek
Hoe dachten we nog thuis te komen

We hoorden buiten mensen praten

Hun tenten ook opengereten
Kijk nou: Dit hebben ze vergeten
Dit hadden ze niet in de gaten

Ligt daar de sleutel in het gras?

En daar onder de buitentent
Die vorm, die lijkt me zo bekend
Jawel, dat is de laptoptas

We hebben alles nagekeken

En kwamen op de slotsom uit
Dat 20 euro slechts de buit
Van de dieven was gebleken

Maar onze tent was stuk gesneden

Ons luchtbed had een grote snee
Wij het onveilige idee
Van hoe dichtbij ze alles deden

Met messen heel de tent fileren

Spullen door de scheuren trekken
En neerleggen op vreemde plekken
En ‘m dan zonder spullen smeren

Als je dit meemaakt, of het hier leest

Moet je tot de conclusie komen
Die dieven zijn geen economen
Het moeten klungels zijn geweest

Wij vertrokken kort nadien

Overhaast en in de regen
Verder kamperen stond ons tegen

Dus nog steeds Chartres niet gezien
———-
De tekening is van Coc van Duijn.
Meer informatie: http://cocvanduijn.nl/

Series Navigation<< vorig artikelvolgend artikel >>

Door Jaap van Lakerveld

Het schrijven van gedichten, rijmpjes en verzen zit me in het bloed. Mijn vader deed het. Sinterklaas was mijn belangrijkste held. Later kwamen daar Trijntje Fop, John O’Mill en Daan Zonderland bij. Teksten van liedjes en cabaret bleven als vanzelf in mijn hersenpan steken. Pas als student begon ik zelf te schrijven. Later toen ik student-assistent was, schreef ik verzen voor een blad van de vakgroep onderwijskunde, waarvan ik deel uitmaakte. Iemand raadde me aan eens wat op te sturen aan het tijdschrift ‘De Tweede Ronde’. Vijf rijmpjes werden geplaatst. Af en toe zijn er sindsdien verzen van mij geplaatst in bundels of tijdschriften. Inmiddels voel ik me een dichter. Ik schrijf teksten, gedichten en ook nog altijd rijmpjes. De Leunstoel biedt mij een prachtige kans om gedisciplineerd te werken en tenminste 20 tot 30 sonnetten of andere producten per jaar te maken. Af en toe kijk ik in het archief van De Leunstoel en ben dan met een deel van wat ik daaraan heb bijgedragen voorzichtig tevreden.