De poëtische wereld

Bodemloze put

Omdat er massa’s geld zijn te vergeven
Worden er veel voorstellen gedaan
Ieder laaft zijn gelddorst aan ’s Rijks kraan
Wordt door subsidiestromen voortgedreven
Politici laten tijdig alles lekken
Gods water hup over Gods akker gaan
Om af en toe een damwandje te slaan
Als mensen klagen over natte plekken
Waterwerken en watermanagement
Staan in bestuur, of anderszins centraal
Geld klotst tegen de plinten allemaal
Want lenen kost voorlopig toch geen cent
Ze lenen, zijn op uitgaven gericht 
Maar eens komt dan de bodem toch in zicht
De bodem van de put
Komt ooit de bodem dan in zicht
Is de koek op, dan moeten ze toch snijden
Op magere tijden zich gaan voorbereiden
Met gevolgen voor gestalte en gewicht
Het zwemmen in het geld is dan voorbij
En wie het in de droogte dan nog kan 
Zal raspend schreeuwen om een sterke man
En zich dan schikken naar diens heerschappij
Wie niet gestorven zijn, of uitgedroogd
Zullen dan zozeer naar water snakken
Dat ze elke strohalm willen pakken
Zolang die maar het levenspeil verhoogt
Dat levenspeil zal altijd blijven lonken
Zelfs als ze naar de bodem zijn gezonken
Vruchtbare bodem?
Als niemand meer een cent te makken heeft
Zal de verandering van het klimaat
Niet voortgaan zoals die nu gaat
Wat voorspeld wordt, wordt dan niet beleefd
Geen groei meer van de economie
Vervuiling en uitstoot van de baan
Terwijl de armoe om zich heen zal slaan
Sterft ten slotte de democratie
Geen gelden meer om schade te herstellen
Niemand om er nog iets aan te doen
De overblijvers praten over toen
Kunnen daar verhalen van vertellen
Die inspireren tot een nieuw verzet
Tegen een staatsvorm zonder kabinet.
———-
De zo op het oog bodemloze put is van Henk Klaren
Series Navigation<< vorig artikelvolgend artikel >>

Door Jaap van Lakerveld

Het schrijven van gedichten, rijmpjes en verzen zit me in het bloed. Mijn vader deed het. Sinterklaas was mijn belangrijkste held. Later kwamen daar Trijntje Fop, John O’Mill en Daan Zonderland bij. Teksten van liedjes en cabaret bleven als vanzelf in mijn hersenpan steken. Pas als student begon ik zelf te schrijven. Later toen ik student-assistent was, schreef ik verzen voor een blad van de vakgroep onderwijskunde, waarvan ik deel uitmaakte. Iemand raadde me aan eens wat op te sturen aan het tijdschrift ‘De Tweede Ronde’. Vijf rijmpjes werden geplaatst. Af en toe zijn er sindsdien verzen van mij geplaatst in bundels of tijdschriften. Inmiddels voel ik me een dichter. Ik schrijf teksten, gedichten en ook nog altijd rijmpjes. De Leunstoel biedt mij een prachtige kans om gedisciplineerd te werken en tenminste 20 tot 30 sonnetten of andere producten per jaar te maken. Af en toe kijk ik in het archief van De Leunstoel en ben dan met een deel van wat ik daaraan heb bijgedragen voorzichtig tevreden.