archiefvorig nr.lopend nr.

Beschouwingen > Het leven zelf delen printen terug
Mijn vroegste herinnering* Arie de Jong

2005BS HerinneringarieWas het de haal met scherpe nagels van onze lapjeskat, toen ik haar aan de staart trok? Was het de angst voor Sinterklaas dat hij door het raam mijn slaapkamer zou binnenstappen? Was het die keer dat ik in de zandbak van de kleuterschool iets tegen mijn hoofd kreeg, zodat een melktand eruit geslagen werd? Was het die keer dat iemand op de fiets over mijn voet reed, omdat ik niet op tijd uit de weg ging? Was het die keer dat mijn vriendje Ruud kopje onder ging, toen hij in het water viel en gelukkig uit de sloot werd gehaald door iemand die voorbijfietste? Was het mijn bange moeder in de bus van de onderneming Trio die de reis van Boskoop naar Gouda maakte via Reeuwijk en dan op de smalle Middelburgseweg vlak langs het water reed? Was het die keer dat ik met een nattte poot thuiskwam waarmee ik in een wak was gestapt toen er ijs lag op de Blonksloot? Of die keer dat ik ontzettend nodig moest poepen toen ik op straat speelde en onderweg naar huis het al in mijn broek deed? Of dat ik op bezoek bij mijn opoe in Gouda die langs het spoor woonde uit het raam keek naar de langsrijdende treinen, waarbij ik me denk te herinneren dat de sneltreinen die langs kwamen nog reden met een stoomlocomotief? Of dat ik op zaterdagmiddag soms mee mocht met mijn vader, achterop zijn fiets, naar een kantoorboekhandel aan het Reijerskoop in Boskoop, die boeken uitleende?

Of zijn het de geuren van vroeger, waar Marcel Proust zo beroemd mee is geworden? Zoals de afschuwwekkende geur van doorgekookte witlof (ik kan er nog steeds niet tegen), doorgekookte boerenkool (een strontlucht), doorgekookte bloemkool of doorgekookte spruitjes (het zal duidelijk zijn, mijn moeder zorgde voor doorgekookte groenten)? Of de afschuw van het vochtige beddengoed als het in de winter zo koud werd in ons niet centraal verwarmde huis, dat de ijsbloemen op mijn raam stonden? Eerder vermeldde ik al eens in een stukje het eindeloze tiktak van de wijzers op de klok op de schoorsteen.

Je weet het niet. Je weet ook niet of al die herinneringen kloppen met de werkelijkheid van toen.
En er waren natuurlijk altijd verhalen in de familie over mij. Dat mijn vader me als huilende baby uit het raam had willen gooien, omdat hij er niet van kon slapen. Of dat ik dol was op een plakje boterhamworst, maar dat eerst op de rug van mijn hand plat sloeg voordat ik het opat. Of dat ik in de box als eenjarige een keer in mijn luier had gepoept en kans had gezien de harde drolletjes op de rand van de box te zetten.
Wat in je geheugen resteert, het is een onsamenhangende brei. Als die komt bovendrijven, moet je oppassen, want dan word je kinds en ga je terug je verleden in.

----------

Het plaatje is van Han Busstra.



© 2022 Arie de Jong meer Arie de Jong - meer "Het leven zelf" -
Beschouwingen > Het leven zelf
Mijn vroegste herinnering* Arie de Jong
2005BS HerinneringarieWas het de haal met scherpe nagels van onze lapjeskat, toen ik haar aan de staart trok? Was het de angst voor Sinterklaas dat hij door het raam mijn slaapkamer zou binnenstappen? Was het die keer dat ik in de zandbak van de kleuterschool iets tegen mijn hoofd kreeg, zodat een melktand eruit geslagen werd? Was het die keer dat iemand op de fiets over mijn voet reed, omdat ik niet op tijd uit de weg ging? Was het die keer dat mijn vriendje Ruud kopje onder ging, toen hij in het water viel en gelukkig uit de sloot werd gehaald door iemand die voorbijfietste? Was het mijn bange moeder in de bus van de onderneming Trio die de reis van Boskoop naar Gouda maakte via Reeuwijk en dan op de smalle Middelburgseweg vlak langs het water reed? Was het die keer dat ik met een nattte poot thuiskwam waarmee ik in een wak was gestapt toen er ijs lag op de Blonksloot? Of die keer dat ik ontzettend nodig moest poepen toen ik op straat speelde en onderweg naar huis het al in mijn broek deed? Of dat ik op bezoek bij mijn opoe in Gouda die langs het spoor woonde uit het raam keek naar de langsrijdende treinen, waarbij ik me denk te herinneren dat de sneltreinen die langs kwamen nog reden met een stoomlocomotief? Of dat ik op zaterdagmiddag soms mee mocht met mijn vader, achterop zijn fiets, naar een kantoorboekhandel aan het Reijerskoop in Boskoop, die boeken uitleende?

Of zijn het de geuren van vroeger, waar Marcel Proust zo beroemd mee is geworden? Zoals de afschuwwekkende geur van doorgekookte witlof (ik kan er nog steeds niet tegen), doorgekookte boerenkool (een strontlucht), doorgekookte bloemkool of doorgekookte spruitjes (het zal duidelijk zijn, mijn moeder zorgde voor doorgekookte groenten)? Of de afschuw van het vochtige beddengoed als het in de winter zo koud werd in ons niet centraal verwarmde huis, dat de ijsbloemen op mijn raam stonden? Eerder vermeldde ik al eens in een stukje het eindeloze tiktak van de wijzers op de klok op de schoorsteen.

Je weet het niet. Je weet ook niet of al die herinneringen kloppen met de werkelijkheid van toen.
En er waren natuurlijk altijd verhalen in de familie over mij. Dat mijn vader me als huilende baby uit het raam had willen gooien, omdat hij er niet van kon slapen. Of dat ik dol was op een plakje boterhamworst, maar dat eerst op de rug van mijn hand plat sloeg voordat ik het opat. Of dat ik in de box als eenjarige een keer in mijn luier had gepoept en kans had gezien de harde drolletjes op de rand van de box te zetten.
Wat in je geheugen resteert, het is een onsamenhangende brei. Als die komt bovendrijven, moet je oppassen, want dan word je kinds en ga je terug je verleden in.

----------

Het plaatje is van Han Busstra.

© 2022 Arie de Jong
powered by CJ2