archiefvorig nr.lopend nr.

Beschouwingen > Brief uit ... delen printen terug
Hoi mam, ik ben binnen Jack Luiten

1907BS Kruis1907BS 11steden1
Het was in Bolsward, waar een soort volksfeest aan de gang was. Met vele honderden schaatsfans in het hartje van deze stad, langs de kant en op de kades. Ineens hoorde ik de naam van m’n geboortedorp (Stompwijk) roepen. En nog eens. Mijn ogen gingen rond en jawel, daar stonden enkele dorpsgenoten, die wilden weten hoe het me verging. In het lange, eindeloze lint van schaatsers herkenden ze me aan het felgekleurde en winddichte jack, dat ik van een lid van de plaatselijke fietsclub had geleend. Dus even stoppen, tijd genoeg voor een praatje.

Siem van Es, mijn vroegere dorpsgenoot, stond daar langs de route om zijn 20-jarige zoon Martijn, die wél echt schaatstalent had, aan te moedigen. Martijn was door z’n vader ingeschreven als potentieel lid voor ‘de tocht der tochten’. Het toeval wilde dat zoonlief wél was ingeloot, maar z’n vader niet. Siem had z’n complete schaatsuitrusting meegenomen naar Leeuwarden in de hoop om iemand te treffen in het FEC-gebouw (tegenwoordig WTC Expo), die een startbewijs zou aanbieden. Bij ziekte, blessures, faalangst, je weet het maar nooit. Maar die hoop bleek ijdel.

Tijdens het gesprek legde Siem van Es op enig moment zijn hand op mijn schouder en riep er direct achteraan: ‘Man, je bent helemaal drijfnat.’ Verbazing alom, ook bij mezelf. Onze gezamenlijke conclusie was gauw getrokken: een combinatie van te veel lagen kleding aan en overmatige arbeid van de zweetklieren. Dit laatste had ik kunnen weten, want tijdens en na het sporten zweet ik meestal als een otter. In Leeuwarden was ik te laat van start gegaan, te snel vertrokken en vooral gedreven door maar één gedachte: mensen inhalen en wel zo veel mogelijk. Het gevoel ging voor de ratio, niet handig. 

Verkleedpartij

‘Kom maar mee, mijn auto staat hier vlakbij op de dijk’, zegt Siem. Ik twijfel even, maar hij is zeer resoluut. ‘Met een koud lijf en die tegenwind haal je het anders nooit.’ Op de dijk in de ijzige wind volgt een heuse verkleedpartij. Schaatsbroek, thermokleding, jack, alles gaat uit voor een nieuwe, droge set. Onze lengte en kilo’s ontlopen elkaar niet veel, kortom, alles past prima. Daarna gauw terug naar het ijs, schaatsen onderbinden en wegwezen. Op weg voor de tweede helft van de tocht, want Bolsward ligt als zesde van de elf steden op precies 99 km. na de start.

In het boek Hoe God verdween uit Jorwerd (1996) beschreef Geert Mak hoe dit Friese plattelandsdorp in enkele decennia ingrijpend en voorgoed veranderde. Bewoners en nieuwkomers zouden elkaar niet meer kennen. Op straat groette men elkaar amper meer. ‘Nou nou, dat valt wel meer hoor’, zo reageerde de Jorwerdse veehouder Kees Muiswinkel een jaar na het uitkomen van het boek. ‘Jullie zijn allemaal nieuwkomers hier en allemaal even welkom.’ Wij hadden het geluk dat deze gastvrije boer ooit in het huwelijksbootje was gestapt met onze vroegere dorpsgenote Wil van Rijn.

Gevoelstemperatuur

Op hun grote boerderij bieden zij op 3 en 4 januari 1997 onderdak aan zo’n vijftien Stompwijkse schaatsers en enkele begeleiders. Van slapen komt die nacht niet veel, de nervositeit is voelbaar en zichtbaar. Discussiepunt nummer één: hoeveel lagen moet je morgen aantrekken want het belooft écht koud te worden. Naar verluidt wacht de deelnemers een graad of acht vorst met een harde oostelijke wind. Op televisie - het gaat alleen maar over dé tocht - wordt gesproken over een gevoelstemperatuur van min zestien tot min achttien. ‘De lui hebben totaal geen gevoel, niet voor het weer en ook niet voor1907BS 11steden2 de temperatuur’, sneert een ervaren schaatser, die zich weinig zorgen maakt. Toch kleedt iedereen zich de volgende ochtend goed aan. Gewoon, voor de zekerheid ....
   
Jorwerd ligt zo’n tien kilometer onder Leeuwarden en de trein leek ons een betrouwbaar vervoermiddel om ruim op tijd aan de start te verschijnen voor de 15e Elfstedentocht. ’s Morgens om een uur zes was het blauwbekken op dat piepkleine NS-perron nabij Jorwerd. Dat werd erger toen de trein maar wegbleef. Met ruime vertraging stapten we in een bomvolle treincoupé. Vlak voor Leeuwarden viel de trein stil, reden onbekend. Nog meer vertraging. Eenmaal gearriveerd in Leeuwaarden sprintte iedereen naar een gereedstaande en speciaal ingehuurde bus. Het gevolg liet zich raden: veel te veel passagiers aan boord.

De chauffeur laat weten dat hij zó niet kan vertrekken. Er moeten minstens vijftien mensen uit, zegt hij met de heldere toevoeging ‘het is geheel aan jullie’. Niemand maakt aanstalten. Warempel, na tien minuten besluit een tweetal om uit te stappen. In de propvolle bus voltrekt zich een bizar spelletje blufpoker. Er stappen nog wat mensen uit, maar nog lang niet genoeg. Een kleine beweging maken wordt door anderen al gauw opgevat dat je het mooi genoeg vindt. Meer mensen stappen boos uit, te meer daar geen nieuwe bussen arriveren. Al met al duurt het nog ruim een kwartier, misschien wel een halfuur voordat de chauffeur op het gaspedaal trapt.

‘Rustig aan, meneertje’ 

Eenmaal in het FEC maken de deelnemers aan de toertocht zich klaar om in groepen van vijfhonderd te vertrekken. Door de vertragingen is de groep met startnummer 12.692 al een tijdje terug vertrokken. Met de moed der wanhoop, opgewonden en boos begeef ik me in het volle startvak met vijfhonderd wachtende, opgehokte schaatsers. Ik vecht me erdoorheen en dat levert hier en daar een scheef gezicht op. Eenmaal voorin het vak, bij het hekwerk van gaas, sta ik oog in oog met een streng kijkende Fries. ‘Rustig aan meneertje’, zegt en gebaart hij. Wat ik niet verwacht, gebeurt: mijn verhaal over vertragingen in trein en bus, de hevige kou op het akelige perronnetje bij Jorwerd en m’n smeekbede ‘mijn groep die al lang weg is’ ráákt hem: hij opent het hek en als enige mag ik door!

De adrenaline giert door mijn lichaam. De bijna twee kilometer tussen het FEC en het ijs, op weg naar de Zwettehaven, overbrug ik met schaatsen in de hand in een toptijd, althans naar mijn gevoel. Dan snel de schaatsen aan, aanbinden, hoezen erover, en gáán als de brandweer. Ik moet van mezelf tijd inhalen. Gelukkig wordt het algauw licht, zodat te zien is waar je rijdt. Ik maak vaart en met een stevige wind in de rug gaat het als een speer. Nog steeds spookt het in mijn hoofd, nog steeds gevangen door boosheid. Ik had al ergens tussen IJlst en Sloten kunnen zitten.

Werkelijk alles had ik naar mijn gevoel voor deze tocht voorbereid. En dan zet het openbaar vervoer naar en in de Friese hoofdstad bijna alles op stelten. Niet één keer vertraging, maar drie keer op een rij. Eenmaal op de smalle ijzers begint de ratio het langzaamaan over te nemen van het gevoel. Ik zie de tractoren langs het parcours, die in de vroege ochtenduren een stukje ijsbaan hebben verlicht. En gelukkig krijg ik meer gevoel en waardering voor het ongeremde enthousiasme van het publiek. Ze zwaaien overal en ik zwaai terug, ik weet niet naar wie.

(wordt vervolgd)

--------

De foto's komen van de schrijver zelf.



© 2022 Jack Luiten meer Jack Luiten - meer "Brief uit ..." -
Beschouwingen > Brief uit ...
Hoi mam, ik ben binnen Jack Luiten
1907BS Kruis1907BS 11steden1
Het was in Bolsward, waar een soort volksfeest aan de gang was. Met vele honderden schaatsfans in het hartje van deze stad, langs de kant en op de kades. Ineens hoorde ik de naam van m’n geboortedorp (Stompwijk) roepen. En nog eens. Mijn ogen gingen rond en jawel, daar stonden enkele dorpsgenoten, die wilden weten hoe het me verging. In het lange, eindeloze lint van schaatsers herkenden ze me aan het felgekleurde en winddichte jack, dat ik van een lid van de plaatselijke fietsclub had geleend. Dus even stoppen, tijd genoeg voor een praatje.

Siem van Es, mijn vroegere dorpsgenoot, stond daar langs de route om zijn 20-jarige zoon Martijn, die wél echt schaatstalent had, aan te moedigen. Martijn was door z’n vader ingeschreven als potentieel lid voor ‘de tocht der tochten’. Het toeval wilde dat zoonlief wél was ingeloot, maar z’n vader niet. Siem had z’n complete schaatsuitrusting meegenomen naar Leeuwarden in de hoop om iemand te treffen in het FEC-gebouw (tegenwoordig WTC Expo), die een startbewijs zou aanbieden. Bij ziekte, blessures, faalangst, je weet het maar nooit. Maar die hoop bleek ijdel.

Tijdens het gesprek legde Siem van Es op enig moment zijn hand op mijn schouder en riep er direct achteraan: ‘Man, je bent helemaal drijfnat.’ Verbazing alom, ook bij mezelf. Onze gezamenlijke conclusie was gauw getrokken: een combinatie van te veel lagen kleding aan en overmatige arbeid van de zweetklieren. Dit laatste had ik kunnen weten, want tijdens en na het sporten zweet ik meestal als een otter. In Leeuwarden was ik te laat van start gegaan, te snel vertrokken en vooral gedreven door maar één gedachte: mensen inhalen en wel zo veel mogelijk. Het gevoel ging voor de ratio, niet handig. 

Verkleedpartij

‘Kom maar mee, mijn auto staat hier vlakbij op de dijk’, zegt Siem. Ik twijfel even, maar hij is zeer resoluut. ‘Met een koud lijf en die tegenwind haal je het anders nooit.’ Op de dijk in de ijzige wind volgt een heuse verkleedpartij. Schaatsbroek, thermokleding, jack, alles gaat uit voor een nieuwe, droge set. Onze lengte en kilo’s ontlopen elkaar niet veel, kortom, alles past prima. Daarna gauw terug naar het ijs, schaatsen onderbinden en wegwezen. Op weg voor de tweede helft van de tocht, want Bolsward ligt als zesde van de elf steden op precies 99 km. na de start.

In het boek Hoe God verdween uit Jorwerd (1996) beschreef Geert Mak hoe dit Friese plattelandsdorp in enkele decennia ingrijpend en voorgoed veranderde. Bewoners en nieuwkomers zouden elkaar niet meer kennen. Op straat groette men elkaar amper meer. ‘Nou nou, dat valt wel meer hoor’, zo reageerde de Jorwerdse veehouder Kees Muiswinkel een jaar na het uitkomen van het boek. ‘Jullie zijn allemaal nieuwkomers hier en allemaal even welkom.’ Wij hadden het geluk dat deze gastvrije boer ooit in het huwelijksbootje was gestapt met onze vroegere dorpsgenote Wil van Rijn.

Gevoelstemperatuur

Op hun grote boerderij bieden zij op 3 en 4 januari 1997 onderdak aan zo’n vijftien Stompwijkse schaatsers en enkele begeleiders. Van slapen komt die nacht niet veel, de nervositeit is voelbaar en zichtbaar. Discussiepunt nummer één: hoeveel lagen moet je morgen aantrekken want het belooft écht koud te worden. Naar verluidt wacht de deelnemers een graad of acht vorst met een harde oostelijke wind. Op televisie - het gaat alleen maar over dé tocht - wordt gesproken over een gevoelstemperatuur van min zestien tot min achttien. ‘De lui hebben totaal geen gevoel, niet voor het weer en ook niet voor1907BS 11steden2 de temperatuur’, sneert een ervaren schaatser, die zich weinig zorgen maakt. Toch kleedt iedereen zich de volgende ochtend goed aan. Gewoon, voor de zekerheid ....
   
Jorwerd ligt zo’n tien kilometer onder Leeuwarden en de trein leek ons een betrouwbaar vervoermiddel om ruim op tijd aan de start te verschijnen voor de 15e Elfstedentocht. ’s Morgens om een uur zes was het blauwbekken op dat piepkleine NS-perron nabij Jorwerd. Dat werd erger toen de trein maar wegbleef. Met ruime vertraging stapten we in een bomvolle treincoupé. Vlak voor Leeuwarden viel de trein stil, reden onbekend. Nog meer vertraging. Eenmaal gearriveerd in Leeuwaarden sprintte iedereen naar een gereedstaande en speciaal ingehuurde bus. Het gevolg liet zich raden: veel te veel passagiers aan boord.

De chauffeur laat weten dat hij zó niet kan vertrekken. Er moeten minstens vijftien mensen uit, zegt hij met de heldere toevoeging ‘het is geheel aan jullie’. Niemand maakt aanstalten. Warempel, na tien minuten besluit een tweetal om uit te stappen. In de propvolle bus voltrekt zich een bizar spelletje blufpoker. Er stappen nog wat mensen uit, maar nog lang niet genoeg. Een kleine beweging maken wordt door anderen al gauw opgevat dat je het mooi genoeg vindt. Meer mensen stappen boos uit, te meer daar geen nieuwe bussen arriveren. Al met al duurt het nog ruim een kwartier, misschien wel een halfuur voordat de chauffeur op het gaspedaal trapt.

‘Rustig aan, meneertje’ 

Eenmaal in het FEC maken de deelnemers aan de toertocht zich klaar om in groepen van vijfhonderd te vertrekken. Door de vertragingen is de groep met startnummer 12.692 al een tijdje terug vertrokken. Met de moed der wanhoop, opgewonden en boos begeef ik me in het volle startvak met vijfhonderd wachtende, opgehokte schaatsers. Ik vecht me erdoorheen en dat levert hier en daar een scheef gezicht op. Eenmaal voorin het vak, bij het hekwerk van gaas, sta ik oog in oog met een streng kijkende Fries. ‘Rustig aan meneertje’, zegt en gebaart hij. Wat ik niet verwacht, gebeurt: mijn verhaal over vertragingen in trein en bus, de hevige kou op het akelige perronnetje bij Jorwerd en m’n smeekbede ‘mijn groep die al lang weg is’ ráákt hem: hij opent het hek en als enige mag ik door!

De adrenaline giert door mijn lichaam. De bijna twee kilometer tussen het FEC en het ijs, op weg naar de Zwettehaven, overbrug ik met schaatsen in de hand in een toptijd, althans naar mijn gevoel. Dan snel de schaatsen aan, aanbinden, hoezen erover, en gáán als de brandweer. Ik moet van mezelf tijd inhalen. Gelukkig wordt het algauw licht, zodat te zien is waar je rijdt. Ik maak vaart en met een stevige wind in de rug gaat het als een speer. Nog steeds spookt het in mijn hoofd, nog steeds gevangen door boosheid. Ik had al ergens tussen IJlst en Sloten kunnen zitten.

Werkelijk alles had ik naar mijn gevoel voor deze tocht voorbereid. En dan zet het openbaar vervoer naar en in de Friese hoofdstad bijna alles op stelten. Niet één keer vertraging, maar drie keer op een rij. Eenmaal op de smalle ijzers begint de ratio het langzaamaan over te nemen van het gevoel. Ik zie de tractoren langs het parcours, die in de vroege ochtenduren een stukje ijsbaan hebben verlicht. En gelukkig krijg ik meer gevoel en waardering voor het ongeremde enthousiasme van het publiek. Ze zwaaien overal en ik zwaai terug, ik weet niet naar wie.

(wordt vervolgd)

--------

De foto's komen van de schrijver zelf.

© 2022 Jack Luiten
powered by CJ2