Een omweg waard

Amsterdams ABC: Laagte Kadijk

Een bijzonder buurtje in Amsterdam is dat van de Kadijken, dat – van Zuid naar Noord – bestaat uit: het Entrepotdok, de Binnenkadijk, de Laagte Kadijk, de Hoogte Kadijk en de Nieuwe Vaart. De buurt ontstond bij de stadsuitbreiding van 1656, toen buitendijksland aan de oostkant van Amsterdam bij de stad werd ingelijfd. De kadijken vormen eigenlijk een zomer- en een winterdijk. Zij werden verder opgehoogd en de hoogste werd Hoogte Kadijk genoemd en de laagste Laagte Kadijk. In 1827 werd de gracht aan de zuidkant ingericht als Rijksentrepot en die gracht met zijn prachtige pakhuizen draagt nog steeds de naam Entrepotdok.

De buurt wordt in tweeën gedeeld door een kanaaltje, een voormalig sluizencomplex,  tussen het Entrepotdok en de Nieuwe Vaart. Hier naast ligt nog het laatste restant van de bedrijvigheid van deze buurt, scheepswerf ’t Kromhout, thans een industrieel rijksmonument en museum, waar vanaf 1901 de legendarische Kromhoutmotoren werden geproduceerd. De Westkap en de Oosthal van het gebouw zijn nu in gebruik voor cultuur en evenementen, voor bruiloften en partijen.

De bedrijvigheid van het Kadijkseiland eindigde in de twintigste eeuw en de buurt kreeg een woonfunctie. Vanaf 1970 kwamen hier sociale huurwoningen in de pakhuizen en in nieuwbouw.

De Laagte Kadijk en Binnenkadijk beginnen bij de Scharrebiersluis over de Schippersgracht (het verlengde van de Nieuwe Herengracht) en eindigen bij het dwarskanaal, de Entrepotdoksluis. De Hoogte Kadijk loopt door tot aan de Sarphatistraat. Daar op de hoek bevindt zich de voormalige Electriciteitscentrale, die tot 2007 was ingericht als electriciteitsmuseum en nu weer staat te verpieteren.

Aan de Scharrebiersluis (scharrebier is bier aangelengd met water) ligt het Kadijksplein, waar op de hoek met de Nieuwe Vaart een Zeemanshuis was. Dat was overbodig geworden toen de scheepvaart en dus ook de zeelieden verdwenen.

Je kunt hier oversteken naar Kattenburg (en Wittenburg en Oostenburg), waar het links gelegen Marina Etablissement inmiddels door de Marina is verlaten. Dit gigantische terrein is nu publiekelijk toegankelijk, onder andere via een nieuwe fiets- en voetgangersbrug vanaf de Dijksgracht. Er is nu nog niet veel te doen, maar er is al wel reeds een hotel-restaurant. Heel wat huizen zouden hier gebouwd kunnen worden, met aan allerlei kanten uitzicht op het water. Ik heb er laatst rondgelopen en zo het NEMO weer eens van een andere kant kunnen bekijken.

Aan de zuidkant van het Kadijkseiland ligt de Plantagebuurt, die oorspronkelijk een recreatieve functie had, maar in de 19e eeuw bebouwd moest worden vanwege de enorme bevolkingstoename. Het werd een buurt voor de beter gesitueerden en dat is hij nog steeds, of misschien weer. Hij staat vol met prachtige huizen. ARTIS, de dierentuin is nog een overblijfsel van het oorspronkelijke park, met zijn bier- en muziektenten.

Beide buurten, de Plantage en het Kadijkseiland zijn plezierig om doorheen te lopen. Je bent er niet helemaal meer in het centrum, maar ook nog niet in Oost. Voor Oost moet je de Singelgracht oversteken, maar dan kun je wel een mooi uitstapje maken naar het Tropenmusuem en dat is de moeite waard, want dat is een waanzinnig gebouw.   

—————
Het plaatje is van Katharina Kouwenhoven
—————-
Bestel uw boeken, CD’s en nog veel meer
bij bolcom, via de banner rechts.
Dan steunt u De Leunstoel!

Series Navigation<< vorig artikelvolgend artikel >>

Door Katharina Kouwenhoven

Wanneer onbekenden elkaar voor het eerst ontmoeten, vormen zij zich een indruk van elkaar, op basis waarvan zij besluiten of nadere kennismaking een interessante optie is. Voor het vormen van die eerste indruk hebben zij niet veel informatie tot hun beschikking: een paar uiterlijke kenmerken en wat minieme gedragsobservaties. Deze informatie kan worden aangevuld door elkaar wat korte vragen te stellen. De vragen die mensen elkaar stellen bij een eerste ontmoeting hebben praktisch altijd betrekking op biografische gegevens: hoe oud ben je, waar ben je geboren, wat doe je, waar heb je op school gezeten, waar woon je. Het merkwaardige is, dat al deze informatie - uiterlijk, houding, presentatie, biografische gegevens - helemaal niets zegt over met wat voor soort mens we te maken hebben, een psychopathische seriemoordenaar of een zachtaardige steunpilaar van de maatschappij. Toch willen we dat laatste graag weten. Als ik iets over mezelf wil zeggen, kan ik proberen nooit gestelde, maar wel prangende vragen te beantwoorden of me te beperken tot de informatie die normaal verschaft wordt bij een eerste ontmoeting. Ik denk dat ik me beperk tot het laatste, want dat is veelzeggend genoeg.Ik ben woonachtig te Amsterdam, alleenstaand, werkzaam, goed opgeleid en dol op bubbeltjeswijn.(Ik maak inmiddels ook tekeningetjes voor De Leunstoel.)