Een omweg waard

Amsterdams ABC: de Grote Bickerstraat

Sinds Amsterdam zijn Oostelijke Eilanden heeft bebouwd, gaat daar alle belangstelling naar uit en hoor je niet veel meer over de Westelijke Eilanden. Toch vormen zij een van de mooiste plekjes van Amsterdam. Ze liggen in het Centrum, maar aan de andere kant van het spoor, niet echt ver weg, maar toch afgelegen. Met de Spaarndammerbuurt, waarvan de eilanden gescheiden zijn door het Westerkanaal, is het wat dat betreft veel erger gesteld; daar kom je niet, omdat het net lijkt of je er niet kan komen.



De drie Westelijke Eilanden: Bickerseiland, Prinseneiland en Realeneiland, zijn in het begin van de zeventiende eeuw kunstmatig aangelegd ten behoeve van de scheepsbouw en de opslag van goederen. Het Bickerseiland heeft zodoende een tiental scheepswerven en inmiddels ook een jachthaven en is sinds de aanleg van de spoordijk tussen Westerdok en Westerpoort in 1878 geen eiland meer. Op het Realeneiland staat een aantal indrukwekkende kapiteinswoningen, maar ook daar zijn werven en was ooit een turfmarkt. Alle drie de eilanden worden geflankeerd door pakhuizen, voor de opslag van hout, teer, graan, haring en dergelijke.



De Westelijke Eilanden waren niet bij de VOC betrokken, maar bij de WIC en de handel op de Levant en de Oostzee. Aan het einde van de negentiende eeuw werd hun rol overgenomen door het Oostelijk Havengebied, waar grotere schepen terecht konden en de buurt raakte langzaam in verval. Tot na de Tweede Wereldoorlog woonde er nauwelijks iemand, tot de buurt werd herontdekt door een aantal kunstenaars. Inmiddels zijn veel pakhuizen, die vaak zeer fraai zijn, verbouwd tot woningen en ateliers en er is ook wat nieuwbouw. Daarvan is vooral de Grote Bickerstraat het slachtoffer van geworden.



De Grote Bickerstraat loopt over het gehele Bickerseiland, van de Eilandsgracht, waar je onder het spoor door kunt, naar de Realengracht, die je bij de Zandhoek over kunt naar het Realeneiland. Het is beslist niet de mooiste straat van de Westelijke Eilanden, door die onaantrekkelijke nieuwbouw, maar wat ze afgebroken hebben was nu eenmaal rijp voor de sloop. Een vriendin van mij woonde er in een kleine, maar comfortabele woning, vlakbij een zijstraat, de Touwstraat, waardoor ze nog een beetje uitzicht had op het Prinseneiland, maar niet op een van de prachtige ophaalbruggen die de verbinding vormen naar en tussen de eilanden.



Bicker is een meneer, maar heel veel straten op de eilanden hebben namen die verbonden zijn aan de activiteiten van vroeger, zoals de Touwstraat. Wat te denken van een straat die Bokkinghangen heet! Verder hebben we natuurlijk: de Silodam, de Zoutkeetsgracht, de Nieuwe Teertuinen, de Taanstraat, de Ketelmakers- en Zeilmakersstraat, de Breeuwerstraten en de Drieharingenbrug. De eilanden worden aan de Noordkant begrensd door het water dat Westerdok heet en waaraan een langwerpig schiereiland ligt, waarop zich de Westerdoksdijk bevindt en dat meen ik ook Westerdok heet en inmiddels prachtig bebouwd is, aan de kant van het Westerdok en aan de kant van het IJ. De bewoners aan de kant van het Westerdok hebben echter een mooi uitzicht op de Westelijke Eilanden, vooral op die schitterende grachtenpanden op het Realeneiland.



Als je toch een rondje door het Westerpark gemaakt hebt, is het de moeite waard om ook nog even een bezoek aan de Westelijke Eilanden te brengen. Je bent er zo.

 

****************************

De foto’s zijn gemaakt door de auteur.

Series Navigation<< vorig artikelvolgend artikel >>

Door Katharina Kouwenhoven

Wanneer onbekenden elkaar voor het eerst ontmoeten, vormen zij zich een indruk van elkaar, op basis waarvan zij besluiten of nadere kennismaking een interessante optie is. Voor het vormen van die eerste indruk hebben zij niet veel informatie tot hun beschikking: een paar uiterlijke kenmerken en wat minieme gedragsobservaties. Deze informatie kan worden aangevuld door elkaar wat korte vragen te stellen. De vragen die mensen elkaar stellen bij een eerste ontmoeting hebben praktisch altijd betrekking op biografische gegevens: hoe oud ben je, waar ben je geboren, wat doe je, waar heb je op school gezeten, waar woon je. Het merkwaardige is, dat al deze informatie - uiterlijk, houding, presentatie, biografische gegevens - helemaal niets zegt over met wat voor soort mens we te maken hebben, een psychopathische seriemoordenaar of een zachtaardige steunpilaar van de maatschappij. Toch willen we dat laatste graag weten. Als ik iets over mezelf wil zeggen, kan ik proberen nooit gestelde, maar wel prangende vragen te beantwoorden of me te beperken tot de informatie die normaal verschaft wordt bij een eerste ontmoeting. Ik denk dat ik me beperk tot het laatste, want dat is veelzeggend genoeg.Ik ben woonachtig te Amsterdam, alleenstaand, werkzaam, goed opgeleid en dol op bubbeltjeswijn.(Ik maak inmiddels ook tekeningetjes voor De Leunstoel.)