Brief uit ...

Aan je proefschrift werken in Berlijn

Skinny jeans, deftige schoenen of juist gympies, flanellen overhemd, jaren ’60 haar. Nee, ik ben niet in Brooklyn, hoofdkantoor van de hipsters. Inmiddels heeft deze bevolkingsgroep zich in verschillende grote steden gevestigd. Zo ook in Berlijn. Ik kom ze tegen op hun racefietsen en fixed gear bikes, terwijl ik op mijn gehuurde en dus veel te degelijke stadsfiets door de stad kruis. Ik zit naast ze, in de kleine koffiehuizen waar ze met een grote koptelefoon (nog zo’n typische hipster-accessoire) ongetwijfeld naar indiemuziek luisteren. En we werken in dezelfde ruimte, op dé hipsterwerkplek van Berlijn: het Betahaus in Kreuzberg.



Het Betahaus is een ‘cowerkplek’, zoals je er vele tegenkomt in de Duitse hoofdstad: kantoren die voor iedereen te gebruiken zijn, waar je in stilte achter je computer (altijd een Apple) kan werken of waar je met een groep kan vergaderen en brainstormen. Het is het ultieme flexwerken. Niet langer ga je naar de zaak, maar bepaal je zelf waar de zaak is. Ideaal voor webdesigners, schrijvers, consultants en promovendi – hipsterbanen bij uitstek.



Het fijne aan promoveren is dat het overal kan. Zolang ik mijn laptop bij de hand heb en er gratis wifi in de lucht zit, typ ik mijn hoofdstukken. Dat kan natuurlijk in de trein of op het vliegveld, maar dergelijke plekken zijn niet inspirerend. Het Betahaus is dat wel: het is de combinatie van bibliotheek, campus, kantoor en café die deze plek speciaal maakt. Het is er niet muisstil, iedereen is daadwerkelijk aan het werk (in plaats van te facebooken, waar ik mezelf tamelijk vaak schuldig aan maak), en voor consumpties hoef je niet naar een dure Starbucks.



En zo zit ik een week te werken aan een oude houten tafel, terwijl tegenover mij een jongeman dingen tekent en deze verwerkt op zijn iMac én zijn Macbook. Ik loop eens per twee uur naar het keukentje, waar ik een kop thee zet met de gemeenschappelijke waterkoker. Na een aantal keer een zakje pepermuntthee van iemand geleend te hebben, heb ik mijn eigen thee maar aangeschaft. Tijdens lunchtijd schuif ik in het bijbehorende café aan voor een vijf euro kostende warme maaltijd. Er is naast een vleesgerecht altijd een vegetarische optie.



Het is goed toeven in deze hipsterhemel. Ik ben blij dat ik naar Berlijn ben gekomen om te ontsnappen aan de afleiding van Amsterdam. Met mijn geruite overhemd, mijn strakke spijkerbroek, Belle & Sebastian op mijn iTunes en mijn RayBan zonnebril val ik nauwelijks op. Nu alleen nog een andere fiets.

 

************************

Het plaatje is van Henk Klaren



Series Navigation<< vorig artikelvolgend artikel >>

Door Evelien van Roemburg

Evelien van Roemburg (1984) schrijft stukjes sinds ze in 2008 naar Kenia verhuisde om te werken bij de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties. Daarna, tijdens een jaar werk en studie in New York City, schreef ze door - over huilende medestudenten, kakkerlakken in de kelder en fietsen op Broadway. Nu, als gemeenteraadslid in Amsterdam voor GroenLinks, probeert ze nog steeds zo nu en dan een coherente blog te produceren. In 2014 moet ze klaar zijn met een ander stuk: haar dissertatie over vluchtelingen die verdacht worden van oorlogsmisdaden en andere ernstige misdrijven.  Als Evelien even niet probeert haar gedachten op papier te zetten, loopt ze hard in het Oosterpark, leest ze een boek dat de Pullitzer-prijs heeft gewonnen of reist ze met een oude Hema-rugzak door Afrikaanse landen.  De foto is gemaakt door Jan van Breda.