
Bijna elk jaar reizen wij naar Engeland. We zijn dol op het land, de mensen, hun taal en gebruiken. Met de auto rijden we naar Duinkerken, met het veer steken we het Kanaal over en twee uur later rijden we Dover uit, Engeland in. Aan de verkeerde kant van de weg, met het stuur links maar daar merk je na 2 minuten niets meer van. Meestal huren we een huisje in Kent of East Sussex. Over de snelweg gaat het rap naar Canterbury of Ashford maar daar begint het: de hel uit de titel.
Met de motorways is niks mis, die zijn hetzelfde als onze snelwegen. Maar provinciale wegen, zoals bij ons, die bestaan in Engeland nauwelijks of helemaal niet. Ik probeer een vergelijking te vinden die iedereen in Nederland begrijpt. Stel, je moet van Alphen aan den Rijn naar Apeldoorn over louter kleine weggetjes. Over de Molenweg, linksaf de Schoolstraat in en het Dorpsplein over, dwars door gehuchten, dorpen en steden. Door de drukke winkelstraat die al vol staat met leveranciers. O, en parkeer maar gewoon hoor, who cares. De streekbus, hier natuurlijk zo’n reus van een dubbeldekker, wacht wel tot de stroom auto’s uit tegengestelde richting voorbij is.
Bij de gratie van hun zo geroemde flegmatiek ondergaan de Britten deze beproeving lijdzaam. Zij wel, ik kan met moeite de neiging onderdrukken mijn tanden in het stuur te zetten.
– Time
