Mode

Verkeerde pakken, maar niet in Rome

In de wereld van de televisiepresentatoren is het bon ton dat de heren pakken dragen met strakke, te korte pijpen en te strakke en te korte jasjes. De ooievaarslook zal ik maar zeggen. Ik verdenk Jort Kelder ervan, dat hij ermee begonnen is, want hij weet tenslotte hoe het heurt, maar Mathijs van Nieuwkerk is de meest prominente ooievaar, die je elke avond in zijn te krappe jasje kunt zien hangen. Op de Zuidas worden er ook nog babypoep-kleurige puntschoenen bij gedragen.

Volgens Kelder hebben we hier te maken met Italiaanse pakken. Italiaanse pakken associeer ik echter altijd met Armani en Armanipakken zien er heel anders uit. Slobberige bandplooibroeken, zoals Eric Clapton ze graag draagt en waarin mannen eruit zien om op te vreten, of als Volendammer visser, en ruimvallende jasjes, tot over de bil en niet erboven.

Omdat ik ruim een week in Rome verkeerde kon ik nu eens nagaan hoe het eigenlijk zit met die Italiaanse pakken. Romeinse mannen gaan bijzonder goed gekleed, ik kan niet anders zeggen. En ze zijn ook veel groter dan ik had verwacht. Atypisch Italiaans. Velerlei soorten pakken zag ik op straat passeren, maar ooievaars waren er niet bij. Armanipakken trouwens ook niet.
Toeristen dragen die pakken ook niet, want die hebben hun gemakskleren aan en zijn veel minder bekommerd om hun uiterlijk. Je moet wat afsjouwen in die stad als je alles wil zien en je wilt alles zien want je hebt ervoor betaald.
De dameskleding is ook heel elegant, maar iets te veel het secretaressegenre naar mijn smaak. En de schoenen zijn om van te watertanden, maar niet voor mensen met moeilijke voeten en niet om uren over zeven heuvelen te lopen.

Er goed en elegant uitzien, dat past in deze stad. In de binnenstad van Rome is alles mooi en je komt ogen en vooral tijd te kort om alle prachtige gebouwen te bewonderen en te bezoeken. Natuurlijk is er veel barok, maar barokke gebouwen zijn aan de buitenkant meestal niet lelijk. De ellende begint binnen. En het contrast tussen barok en renaissance heeft ook wel iets. Zoals op de Piazza Navona, waar drie gruwelijke Berninifonteinen opmerkelijk afsteken tegen de strakke gevels aan de rand van het plein.

In de meeste Europese grote steden is aan het einde van de negentiende eeuw drastisch huisgehouden. Daar zijn grote boulevards aangelegd waarlangs prachtige huizen werden neergezet. En als het meezit zijn er ook nog buurten van oudere datum, de middeleeuwen bijvoorbeeld. Dat bepaalt nog steeds hun stadsbeeld. In Rome is dat niet gebeurd. Bijna alles wat je daar aantreft is ouder dan de negentiende eeuw. En Rooms, want op praktisch elke straathoek tref je een kerk. Een reeks pausen heeft echter het antieke Rome vernietigd om daar die kerken op te bouwen, soms met pilaren die gejat waren uit oude tempels. En die antieke resten worden nu weer opgegraven. Er wordt nu eenmaal overal cultuur vernietigd.

Een prachtige stad, Rome, met veel mooie dingen en ooievaarspakken passen daar niet.

———————-
Het plaatje is van Katharina Kouwenhoven
———————-
Bestel uw boeken, CD’s en nog veel meer
bij bolcom, via de banner rechts.
Dan steunt u De Leunstoel!

Series Navigation<< vorig artikelvolgend artikel >>

Door Katharina Kouwenhoven

Wanneer onbekenden elkaar voor het eerst ontmoeten, vormen zij zich een indruk van elkaar, op basis waarvan zij besluiten of nadere kennismaking een interessante optie is. Voor het vormen van die eerste indruk hebben zij niet veel informatie tot hun beschikking: een paar uiterlijke kenmerken en wat minieme gedragsobservaties. Deze informatie kan worden aangevuld door elkaar wat korte vragen te stellen. De vragen die mensen elkaar stellen bij een eerste ontmoeting hebben praktisch altijd betrekking op biografische gegevens: hoe oud ben je, waar ben je geboren, wat doe je, waar heb je op school gezeten, waar woon je. Het merkwaardige is, dat al deze informatie - uiterlijk, houding, presentatie, biografische gegevens - helemaal niets zegt over met wat voor soort mens we te maken hebben, een psychopathische seriemoordenaar of een zachtaardige steunpilaar van de maatschappij. Toch willen we dat laatste graag weten. Als ik iets over mezelf wil zeggen, kan ik proberen nooit gestelde, maar wel prangende vragen te beantwoorden of me te beperken tot de informatie die normaal verschaft wordt bij een eerste ontmoeting. Ik denk dat ik me beperk tot het laatste, want dat is veelzeggend genoeg.Ik ben woonachtig te Amsterdam, alleenstaand, werkzaam, goed opgeleid en dol op bubbeltjeswijn.(Ik maak inmiddels ook tekeningetjes voor De Leunstoel.)