Een omweg waard

De Heiligeweg; Amsterdams ABC

Bij het Koningsplein, tussen het Singel en de Kalverstraat, ligt de korte winkelstraat Heiligeweg. Deze leidde oorspronkelijk naar de Kapel ter Heilige Stede in de Kalverstraat, gebouwd op de plek waar zich in 1345 op 15 maart het Mirakel van Amsterdam voltrok (de heilige Hostie, door een stervende man uitgebraakt en in het vuur gegooid, bleef, oh wonder, ongeschonden). Deze Kapel was gebouwd als bedevaartskerk. Om de stroom pelgrims naar dit oord in goede banen te leiden werd vanaf Sloten een pad aangelegd, de Heilige Weg. De huidige Heiligeweg is daar een kort onderdeel van.
De oorspronkelijke Heilige Weg liep via de Leidsestraat en de Heiligewegsvaart (later Overtoomsevaart en na demping in 1902 Overtoom) over de Sloterkade en de Sloterstraatweg (nu Rijnsburgstraat en Sloterweg) naar Sloten. Deze bedevaartsroute kun je nog steeds lopen en, afgezien van een deel van de Sloterweg, is het een aardige wandeling; hoe dichter je bij Sloten komt, hoe leuker.
Ter herinnering aan dit wonder organiseren de Roomsen jaarlijks nog steeds een stille omgang.
Aan de Heiligeweg bevond zich het Rasphuis uit 1596 in een voormalig Clarissenklooster, dat in 1815 (!) werd opgeheven en in 1892 afgebroken om plaats te maken voor een zwembad. De poort, waarachter het Rasphuis en het zwembad zich bevonden, maakt nu onderdeel uit van de Kalvertoren, een overbodige en vervelende shopping mall.
Het Rasphuis was bedoeld als verbeteringsgesticht voor criminelen, door ze orde en regelmaat bij te brengen. Heel modern. Al snel echter werden de gedetineerden als goedkope arbeidskrachten gebruikt (hout rapsen om pigment van te maken voor de verfindustrie). Er was een afdeling waar families tegen betaling losbandige of krankzinnige familieleden konden laten opsluiten en de bewoners van het Rasphuis konden, ook tegen betaling, bezichtigd worden als apen in de dierentuin.
Voor een zwembad is de Heiligeweg altijd een beetje een vreemde plek geweest, verscholen achter die poort. Als je niet wist dat het zwembad zich daar bevond, kon je het niet vinden. In dat bad heb ik mijn dochter leren zwemmen. Van officiële zwemlessen wilde zij niets weten. Als ik het zo belangrijk vond dat zij leerde zwemmen, moest ik maar met haar gaan zwemmen. Zo heb ik daar enige tijd met haar en twee collega’s van mijn werk elke maandagmiddag van half vijf tot vijf uur gezwommen. Ik haalde haar om vier uur uit school en fietste me uit de naad om om half vijf in het water te liggen. Het had snel resultaat, ook door de aanwezigheid van mijn collega’s en de gezelligheid na afloop. Later heeft ze op school ook nog een paar diploma’s gehaald.
De Heiligeweg heeft twee zijstraten, de Handboogstraat en de Voetboogstraat, die uitkomen op het Spui. Zij danken hun naam aan de Doelen, waar de Schutterij kwam oefenen, de handboogdoelen, de voetboogdoelen en de kloveniersdoelen (waar het schieten met ‘klovers’, musketgeweren, geoefend werd). In de Handboogstraat, die zich bevindt achter de Universiteitsbibliotheek, is de dansclub Dansen bij Jansen, ooit een vermaarde disco voor vooral studenten, nu een gelegenheid voor allerlei soorten danslessen en dansmiddagen met bingo(!). In de Voetboogstraat, parallel aan de Kalverstraat, heb je het Vlaamse Friteshuis Vlemincks en eetcafé De Schutter, waar mijn vriend en ik ooit een messentrekker onschadelijk hebben gemaakt.
De buurt rondom het Spui werd in mijn tijd door studenten gefrequenteerd; ik weet niet of dat nog zo is. Ondanks Dansen bij Jansen en café De Schutter is er een groot verloop in de horeca. De Heiligeweg geeft in ieder geval het gevoel dat je je op zeer oud terrein bevindt.
 
*********************************
Het plaatje is van Katharina Kouwenhoven
Series Navigation<< vorig artikelvolgend artikel >>

Door Katharina Kouwenhoven

Wanneer onbekenden elkaar voor het eerst ontmoeten, vormen zij zich een indruk van elkaar, op basis waarvan zij besluiten of nadere kennismaking een interessante optie is. Voor het vormen van die eerste indruk hebben zij niet veel informatie tot hun beschikking: een paar uiterlijke kenmerken en wat minieme gedragsobservaties. Deze informatie kan worden aangevuld door elkaar wat korte vragen te stellen. De vragen die mensen elkaar stellen bij een eerste ontmoeting hebben praktisch altijd betrekking op biografische gegevens: hoe oud ben je, waar ben je geboren, wat doe je, waar heb je op school gezeten, waar woon je. Het merkwaardige is, dat al deze informatie - uiterlijk, houding, presentatie, biografische gegevens - helemaal niets zegt over met wat voor soort mens we te maken hebben, een psychopathische seriemoordenaar of een zachtaardige steunpilaar van de maatschappij. Toch willen we dat laatste graag weten. Als ik iets over mezelf wil zeggen, kan ik proberen nooit gestelde, maar wel prangende vragen te beantwoorden of me te beperken tot de informatie die normaal verschaft wordt bij een eerste ontmoeting. Ik denk dat ik me beperk tot het laatste, want dat is veelzeggend genoeg.Ik ben woonachtig te Amsterdam, alleenstaand, werkzaam, goed opgeleid en dol op bubbeltjeswijn.(Ik maak inmiddels ook tekeningetjes voor De Leunstoel.)