
Om met enig doel op een zondagmiddag te gaan fietsen, bezocht ik het Katwijks Museum. Een plaatselijk museum, gerund door een groep vrijwilligers en met genoeg te zien. Altijd is er wel een tentoonstelling met schilderijen, vaste collectie, stijlkamers, een uitstalling van de geschiedenis van Katwijk en de visserij. Maar nu is er ook een tentoonstelling die het Katwijkse te boven gaat: over de koopvaardij in de Tweede Wereldoorlog. Uit een tijd dat Nederland een maritieme natie was, want ‘we’ hadden nu eenmaal koloniën en alle vervoer van mensen en goederen ging per schip. Nederlands Indië, Suriname, de Nederlandse Antillen. Nederland was in die tijd de vierde maritieme natie in de wereld. Naast de marine en de visserij was er een koopvaardijvloot met ongeveer 1200 schepen. Daaronder grote passagiersschepen.
Het was rustig, zondagmiddag in Katwijk. Geen winkel open, nog maar net heeft de lokale politiek bevestigd dat de zondagsrust behouden moet blijven. Er is alleen wat horeca open en het museum, en je kunt in een reeks van kerken terecht. Ik koos voor het museum, waar het ook rustig was. Zodoende kreeg ik een rondleiding, in mijn eentje. Ik trof het dat mijn gids de voorzitter was van de stichting Koopvaardijpersoneel 1940-1945.
Ik leerde hoe betekenisvol de koopvaardij was geweest. Bij het uitbreken van de oorlog waren ongeveer 900 schepen van de 1200 buiten de Nederlandse havens. Die buitengaatse schepen werden door de Nederlandse regering in ballingschap gevorderd en de opvarenden werden verplicht dienstplichtig gemaakt. Sommigen zouden Nederland zes jaar lang niet terugzien (en dus ook niet hun naasten), en een groot aantal kwam na de oorlog niet terug want had het leven gelaten.
Wie zin heeft eens af te reizen naar Katwijk, bezoek dat museum. De parkeergarage is vlakbij.
En let op, de expositie is al verlengd tot 15 maart en er is sprake van dat hij nog wat langer blijft.
