Het zijn maar woorden

Woordkeus doet er toe

Het lijkt er op dat we in Nederland binnen afzienbare tijd een echt kabinet hebben. Een minderheidskabinet nog wel, met een minister-president die serieus genomen kan worden. En dat is maar goed ook. Dubbel demissionair zijn ze nu nog, ambtenaar Schoof en de 22 dwergen. De BBB wordt vervangen door CDA en D66. Het kon minder. Dat zeg ik niet in de Groningse, maar in de letterlijke betekenis van de uitdrukking. JA21 er bij zou minder zijn geweest, veel minder Het had natuurlijk ook beter gekund: een meerderheidskabinet (in de Tweede Kamer althans) van vier verantwoordelijke, bestuurlijke middenpartijen.

Geen hemelbestormend verhaal, het voorgaande, en ook geen nieuw inzicht. Maar ik had even een inleiding nodig. Ik heb mij nogal verbaasd over de uitwerking van voortdurende herhaling van onzin. Het narratief (stom modewoord, ik hou meer van ‘verhaal’). Herhaalde beweging dus: het verhaal van Mevrouw Yeşilgöz luidde en ik citeer niet maar parafraseer: ‘we hebben de keuze tussen een centrumrechts kabinet met JA21 en een erg links kabinet met GroenLinks/PvdA’. Vaak was Timmermans de kop van Jut, maar zelfs ná het vertrek van Timmermans ging dat gewoon door. Verreweg de meeste media waarvan ik met regelmaat kennis neem herhaalden dat alleen maar. Ze gingen verder vaak wel uitgebreid in op de consequenties van die stellingname, maar niet op de – wat mij betreft – flagrante onjuistheid.
Zo werd van GroenLinks/PvdA een gevaarlijke linkse boeman gemaakt.

Dames en heren (of: ‘beste reizigers’): een kabinet met de drie actuele coalitiegenoten plús JA21 is niet centrumrechts, maar érg rechts. Want JA21 ís erg rechts. Extreem of radicaal, daar blijf ik even af, maar veel rechtser kun je niet worden. Ze vormen gewoon één pot nat met het (on)machtige hoopje PVV/FvD/BBB. De toon is dikwijls wat anders, maar de inhoud niet.
En een kabinet met VVD/CDA/D66 plus GroenLinks/PvdA is niet een links, maar een middenkabinet. Ik zag dat onlangs het best geïllustreerd in het TV-programma van de heren Van der Laan – ook bekend als de hoofdpiet – en Woe: Even tot Hier. Zie illustratie.

Meer VVD-ers maken zich schuldig aan het verdraaien van de waarheid. Ex-minister Kamp kan er ook wat van. In diverse kletsprogramma’s heb ik hem horen zeggen dat links in de Tweede Kamer slechts 30 zetels heeft. Daarmee implicerend dat er 120 zetels voor rechts zijn. Ik denk dat D66 niet blij zou zijn met dat etiket en – trouwens – ook CDA en CU niet meteen.
Zo werd van links een quantité négligeable gemaakt. Excuus: een verwaarloosbare eenheid.

En natuurlijk de verkiezingsuitslag neigt nogal (ik vind: té veel) naar rechts, maar de middenpartijen wordt daarmee onrecht gedaan. CU, 50+ en Volt en wellicht DENK horen daar toch wel een beetje bij.
Kamp werd op dit punt onvoldoende tegengesproken. Maar misschien legt hij ook niet zoveel gewicht meer in de schaal. Dat zou mooi zijn.


Het heeft gewerkt. Geen breed middenkabinet en geen premier met ruime bestuurlijke ervaring die zijn plaats weet in de roerige geopolitieke omgeving van het moment. Hans Wiegel gold voor sommigen als de beste premier die Nederland nooit heeft gehad. Maar wat mij betreft komt Frans Timmermans op zijn minst dicht in de buurt. Beetje meer Wiegelcharisma zou geholpen kunnen hebben.

———-

De auteur heeft geprobeerd de essentie van het betoog van Niels en Jeroen in de illustratie te vatten. Maar het is nog beter om naar de link te kijken: https://npo.nl/start/afspelen/even-tot-hier_93 , na de reclames, vanaf minuut 8.

Series Navigation<< vorig artikelvolgend artikel >>

Door Henk Klaren

Henk Klaren was tot zijn vervroegd pensioen werkzaam in de volkshuisvesting, als rijksambtenaar. Grappen over dat laatste kan hij maar matig waarderen. Hij ziet het ambtenaarschap nog steeds als een eerbaar beroep. Al kan hij zich, net als ieder ander, mateloos opwinden over nieuwe, nutteloze bedenksels. Zoals de gedachte die laatst opkwam om de overheid ervoor te laten zorgen dat automobilisten een prettig uitzicht houden. Henk rijdt zelf geen auto.Voor De Leunstoel schrijft hij over popmuziek.