21.24 uur

 

Met een licht gevoel

spring ik in de trein

zoek een plek in

een lege coupé

vol zitplaatsen,

achter glas

weg van de wereld

alleen

maar vergezeld door

verse herinneringen

daar tussendoor

zie ik nog net een

stukje werkelijkheid:

een lief hoofd

een wuivende hand

en wat al is meegenomen

door de eeuwig dalende

roltrap, verzin ik er bij

jij


21.26 uur

 

Ik krijg gezelschap

van een opgewekte stem:

u bevindt zich in de trein

dat wist ik al

naar Rotterdam Centraal

dat wist ik niet

ik zit verkeerd!

roemloze aftocht

naar buiten

spurt over het perron

te laat

mijn trein verandert in

gestaalde beweging en

aanzwellend gezoem

even gaan we gelijk op

de trein en ik

maar de verwijdering

is onafwendbaar en

we verliezen elkaar

definitief uit het oog



21.27 uur



Twaalf minuten

wachten duurt lang

op een station

ik loop een rondje

ga zitten, ga staan

ga weer zitten

blijf zitten

stof tot nadenken

warrelt op

belemmert het zicht

op hier en nu:

vindt ze me nou wel

of vindt ze me niet…

ik sta weer op

ijsbeer met frisse

wind tegen, maar dan:

warmte omarmt me

en geluk kan niet stuk

want daar is mijn trein



21.39 uur



Een plek gevonden

bij leeg bierblik en

gescheurde krant

ik neem nog even

de stof door:

vindt ze me nou wel

of vindt ze me niet…

ik laat m’n gedachten

de vrije loop

vervoer wordt

vervoering en de tijd

verschiet van kleur

zo is het eindpunt

snel bereikt:

dit is Den Haag Centraal

denk aan uw persoonlijke

eigendommen en

vergeet vooral niet

uw koffer met dromen

 

*****************************


Literair cabaretprogramma bij u thuis?

Series Navigation<< vorig artikelvolgend artikel >>

Door Michiel van der Mast

De kunst van het woorden wegen heb ik geleerd in de jaren dat ik bij het Haags Gemeentemuseum en het Haags Historisch Museum werkte. Ik schreef er talloze themateksten voor kunst- en (cultuur)historische tentoonstellingen, bij voorkeur in minder dan 150 woorden. Compact en toch leesbaar was mijn devies, een goede basis ook voor ‘vrij’ werk zoals korte, beschouwende verhalen en gedichten over lief en leed. Na de eerste probeersels in mijn studententijd, volgde een lange periode dat er weinig poëzie en proza uit mijn pen kwam. Ik blijk een laatbloeier, want pas sinds een jaar of wat vind ik de juiste woorden in de juiste volgorde.Ik heb uit eigen werk voorgedragen op literaire avonden, meegedaan aan het Haagse project Poëzie op Pootjes en een poëzieavond georganiseerd in de wijk waar ik woon. De Leunstoel geeft mij echter toegang tot de eeuwigheid: wie schrijft, die blijft. NaschriftWie het controleren niet kan laten, zal ik de moeite besparen: bovenstaand stukje telt 146 woorden.