Het is de bedoeling dat op 21 juni het congres van de PvdA beslist over een fusie van die partij met GroenLinks en de verwachting is dat dat congres in grote meerderheid voor zal stemmen. Er is weliswaar een clubje oudgedienden dat zich onder de naam Rood Vooruit tegen de fusie keert, maar ik verwacht niet dat die een deuk kunnen slaan in een pakje boter. Daarvoor zijn ze te oud, en te laat begonnen. Gedeeltelijk zijn het ook de verkeerde mensen.
Maar ook wanneer men zo verstandig was geweest vooral Gerdi Verbeet, Hans Spekman en Reshma Roopram het woord te laten doen, zou de operatie weinig opgeleverd hebben. Daarvoor is de PvdA te veel veranderd tijdens het tweede kabinet Rutte. Dat was het meest rechtse kabinet dat Nederland sinds de oorlog gekend heeft, de tegenhanger van het kabinet De Jong dat juist het meest linkse kabinet was.
Het kabinet Rutte II reageerde op de werkloosheid met steeds nieuwe bezuinigingen die averechts uitpakten, wilde de sociale werkvoorziening en de verzorgingshuizen afschaffen, en voerde de verhuurdersheffing in. Over de fatale decentralisatie van de jeugdzorg zullen we het maar niet eens hebben. ‘Rechtse’ politici als Johan Witteveen (VVD) en Bert de Vries (CDA) wezen op de absurditeit van dit beleid.
De kiezers bleken het in grote mate eens met Witteveen en De Vries, en van de 38 zetels die de PvdA in 2012 veroverde bleven er in 2017 maar negen over. Maar de mensen die bleven stemmen op en lid bleven van de PvdA waren natuurlijk geen aselecte steekproef.
Voor hen maakt het lidmaatschap van de PvdA deel uit van hun identiteit, los van de concrete standpunten van de partij. Hoe vaak hoor je niet van mensen die zichzelf hebben onderworpen aan een kieswijzer dat ze opgelucht zijn dat ze bij hun eigen partij uitkomen. Dan gaat dus het gevoel thuis te zijn bij een bepaalde partij vooraf aan de eigen politieke standpunten.
In de loop van de tijd wisselde de PvdA nogal eens tussen verschillende standpunten, zie mijn artikel ‘Een partij die geen maat kan houden’ in het Hollands Maandblad van april 1992 (opgenomen in DBNL, de digitale bibliotheek der Nederlandse letteren). Meestal waren er wel belangrijke punten waarin ik afweek van de partijlijn, maar ik hield mij dan altijd voor dat de sociaal-democratie deel van mijn identiteit was. Dat gaat voor de fusiepartij niet meer op.
Ik ben het oneens met de PvdA bij belangrijke punten als kernenergie. Ik denk dat de keuze voor krakkemikkige energiebronnen als zon en wind en de onmacht een goed werkend immigratiebeleid te formuleren ten koste is gegaan van de groepen waar het de PvdA altijd om te doen is geweest, en dat wordt er met de fusie niet beter op. In de PvdA is onlangs nog een poging gedaan kernenergie op de agenda te krijgen, met GroenLinks erbij zie ik dat al helemaal niet gebeuren.
