archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 20
Jaargang 17
1 oktober 2020
Nummer 1 verschijnt op
15 oktober 2020
Vermaak en Genot > Doe toch een spelletje mee delen printen terug
Wie niet schaakt, niet wint! Claude Aendenboom

1716VG KoningToen ik achttien was vertoefde ik in het internaat van een Gentse school, waar ik voor verpleegkundige studeerde. Vanuit mijn kamer op de vierde etage had ik een mooi zicht op het oude sprookjesachtig gebouw met zijn grote bloementuin.
Omdat ik dacht dat ik goed kon schaken, sprak ik mijn medeleerlingen aan om een potje te spelen. Al snel vond ik enkele mannelijke kandidaten. Maar ik had mezelf overschat en verloor minstens twintig keer na elkaar. Toch gaf ik de moed niet op. Maar mijn zwakke schaakprestaties werden niet gewaardeerd bij mijn schoolmakkers en zo wilde niemand mij nog als tegenstander.

Dit trauma heb ik jarenlang verdrongen tot ik de schaakcomputer ontdekte en daar kon ik zonder gezichtsverlies flink op mijn bek gaan. Ik begon op niveau 2, maar na enkele maanden oefenen, streed ik reeds op het hoogste niveau, waar ik tot hiertoe één overwinningskreet kon slaken.

Ooit slenterde ik in het Gentse stadspark en zag een zigeunerin zitten, gekleed in lompen, met jawel een schaakbord voor zich op het lentegras. Dat wordt een makkie, dacht ik en daagde haar uit om met mij de strijd aan te binden, de inzet was 10 euro. Haar naam was Vera.
En ach, na enkele geniale zetten was ik reddeloos verloren. 'Schaakmat!' glimlachte Vera en er volgde een stilte. Daarna verklaarde zij dat ik aan ons spel was begonnen met drie vooroordelen: ik ben arm en dus niet erg snugger, een zigeunerin en dus wereldvreemd én ik ben een vrouw en dat betekent dat ik een ondermaatse schaakster ben. Daarom heb je zwak gespeeld Claude, je hebt me immers onderschat. Schoorvoetend bood ik haar mijn schamele 10 euro aan.

In de trein terug naar huis vond ik op mijn laptop de volgende info:

-------
Een wetenschappelijk onderzoek naar mannen en vrouwen schaak
Het onderzoek van dr. Anne Maass e.a.

Verrassend genoeg zijn vrouwen ondervertegenwoordigd in de schaakwereld. Zij maken voor slechts 5% van de wereldwijd geregistreerde toernooien en slechts 1% van de grootmeesters in de wereld daarvan deel uit. Er wordt betoogd dat het voornamelijk gender stereotypes (d.z. man-vrouw stereotypes) zijn die verantwoordelijk zijn voor de ondervertegenwoordiging van vrouwen in het schaken. Tweeënveertig man-vrouw paren met gelijke speelsterkte speelden twee schaakpartijen via internet.

Wanneer de spelers het geslacht van de tegenstander (de voorwaarde voor controle) niet wisten, speelden de vrouwen ongeveer even goed als de mannen. Wanneer het man-vrouw stereotype werd geactiveerd (de voorwaarde voor het experiment) vertoonden de vrouwen een drastische daling in de prestatie. Echter, dat gebeurde alleen wanneer zij zich ervan bewust waren dat zij tegen een mannelijke tegenstander speelden. Wanneer zij (ten onrechte) meenden tegen een vrouw te spelen, presteerden zij net zo goed als hun mannelijke1716VG Pion tegenstanders. Bovendien laten bevindingen zien dat vrouwen een minder schaak-specifiek zelfvertrouwen bezitten en een zwakkere nadruk op presteren, die leiden tot slechtere schaakprestaties.

--------
De plaatjes zijn van Coc van Duijn
Meer informatie: http://cocvanduijn.nl/


© 2020 Claude Aendenboom meer Claude Aendenboom - meer "Doe toch een spelletje mee" -
Vermaak en Genot > Doe toch een spelletje mee
Wie niet schaakt, niet wint! Claude Aendenboom
1716VG KoningToen ik achttien was vertoefde ik in het internaat van een Gentse school, waar ik voor verpleegkundige studeerde. Vanuit mijn kamer op de vierde etage had ik een mooi zicht op het oude sprookjesachtig gebouw met zijn grote bloementuin.
Omdat ik dacht dat ik goed kon schaken, sprak ik mijn medeleerlingen aan om een potje te spelen. Al snel vond ik enkele mannelijke kandidaten. Maar ik had mezelf overschat en verloor minstens twintig keer na elkaar. Toch gaf ik de moed niet op. Maar mijn zwakke schaakprestaties werden niet gewaardeerd bij mijn schoolmakkers en zo wilde niemand mij nog als tegenstander.

Dit trauma heb ik jarenlang verdrongen tot ik de schaakcomputer ontdekte en daar kon ik zonder gezichtsverlies flink op mijn bek gaan. Ik begon op niveau 2, maar na enkele maanden oefenen, streed ik reeds op het hoogste niveau, waar ik tot hiertoe één overwinningskreet kon slaken.

Ooit slenterde ik in het Gentse stadspark en zag een zigeunerin zitten, gekleed in lompen, met jawel een schaakbord voor zich op het lentegras. Dat wordt een makkie, dacht ik en daagde haar uit om met mij de strijd aan te binden, de inzet was 10 euro. Haar naam was Vera.
En ach, na enkele geniale zetten was ik reddeloos verloren. 'Schaakmat!' glimlachte Vera en er volgde een stilte. Daarna verklaarde zij dat ik aan ons spel was begonnen met drie vooroordelen: ik ben arm en dus niet erg snugger, een zigeunerin en dus wereldvreemd én ik ben een vrouw en dat betekent dat ik een ondermaatse schaakster ben. Daarom heb je zwak gespeeld Claude, je hebt me immers onderschat. Schoorvoetend bood ik haar mijn schamele 10 euro aan.

In de trein terug naar huis vond ik op mijn laptop de volgende info:

-------
Een wetenschappelijk onderzoek naar mannen en vrouwen schaak
Het onderzoek van dr. Anne Maass e.a.

Verrassend genoeg zijn vrouwen ondervertegenwoordigd in de schaakwereld. Zij maken voor slechts 5% van de wereldwijd geregistreerde toernooien en slechts 1% van de grootmeesters in de wereld daarvan deel uit. Er wordt betoogd dat het voornamelijk gender stereotypes (d.z. man-vrouw stereotypes) zijn die verantwoordelijk zijn voor de ondervertegenwoordiging van vrouwen in het schaken. Tweeënveertig man-vrouw paren met gelijke speelsterkte speelden twee schaakpartijen via internet.

Wanneer de spelers het geslacht van de tegenstander (de voorwaarde voor controle) niet wisten, speelden de vrouwen ongeveer even goed als de mannen. Wanneer het man-vrouw stereotype werd geactiveerd (de voorwaarde voor het experiment) vertoonden de vrouwen een drastische daling in de prestatie. Echter, dat gebeurde alleen wanneer zij zich ervan bewust waren dat zij tegen een mannelijke tegenstander speelden. Wanneer zij (ten onrechte) meenden tegen een vrouw te spelen, presteerden zij net zo goed als hun mannelijke1716VG Pion tegenstanders. Bovendien laten bevindingen zien dat vrouwen een minder schaak-specifiek zelfvertrouwen bezitten en een zwakkere nadruk op presteren, die leiden tot slechtere schaakprestaties.

--------
De plaatjes zijn van Coc van Duijn
Meer informatie: http://cocvanduijn.nl/
© 2020 Claude Aendenboom
powered by CJ2