archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 18
Jaargang 14
30 augustus 2017
Nummer 20 verschijnt op
28 september 2017
Bezigheden > Ontmoetingen delen printen terug
Cafeetje, ergens in Amsterdam Jerry Straub

1418BZ CafeetjeIk hoor twee vrouwen en een man met elkaar praten.
Er is irritatie. Grote irritatie. Onderhuidse irritatie. Dat betekent meestal ijzig duwen en trekken en vooral onder zeer moeilijke omstandigheden rustig blijven, maar elkaar eigenlijk over de tafel willen trekken. Zo'n irritatie dus.

Eén van de vrouwen zegt tegen de man: ‘Wat ik fijn zou vinden als jij ...’. Ze zegt het wel drie keer. Vriendelijk doch geïrriteerd. Dan weet je dat het goed mis is. Ze besluit met: ‘Het moet heftiger’.

De man: ‘Ik zou het fijn vinden als jullie mij ook eens vragen waarom ik iets doe of waarom ik het zus of zo aanpak’.

De andere vrouw zegt tegen de man: ‘Ik wil je je autonomie niet afnemen’.

De man, dertiger, zwijgt en zakt tijdens de monologen die hij over zich heen krijgt steeds meer onderuit. Ik zie zijn worsteling. Die eenzame worsteling tussen blijven luisteren, het totaal niet snappen, irritatie en die enorme zoektocht die door zijn hoofd spookt op zoek naar het antwoord op die ene vraag: Wat wil je nou!?

De vrouwen staan al klaar om het bordje met 'TEN ONDER WEGENS TOO MUCH INFORMATION' om zijn nek te hangen ... .

In een alles of niets offensief vertelt de man over hoe zijn generatie de pijn van de maatschappij voelt en dat hij die pijn, zijn pijn exclusief verwerkt in zijn schrijverschap.

De vrouwen van middelbare leeftijd horen zijn noodkreet stoïcijns aan. Ze zijn niet onder de indruk. Hij zegt: ‘Echt, niet alles is extreem’. De vrouwen kijken hem verveeld aan, de scepsis druipt van hen af. Terwijl de man praat werpen de vrouwen elkaar blikken toe. Het zijn geen goede blikken. Het zijn zwaar geïrriteerde blikken. De man ziet ze niet. Maar ik wel. Die dodelijke vrouwenblikken. Ik zie ze, ik zie alles.

‘Nogmaals, (ze noemt de naam van de man), ik denk dat het heel belangrijk is dat het een gezamenlijke structuur is’. Dat klinkt heel neutraal, maar ondertussen. De man knikt. Hij geeft zich over.

De man staat op en omhelst de vrouwen. Het is niet gemeend. Niet van de man, niet van de vrouwen. De man verlaat de arena en één van de vrouwen gaat naar het toilet.

Als de vrouw terugkomt doet ze alsof ze struikelt. Luid zuchtend valt ze theatraal in de armen van de andere vrouw. Als ze opstaat rekt ze zich uit en ruikt voor de grap opzichtig onder haar eigen oksel om het zogenaamde inspanningszweet van de moeizame conversatie met de man op te snuiven. Het zweet van het onbegrip, de irritatie en de overwinning.

---------
De tekening is van Linda Hulshof
Meer informatie op: www.lindahulshof.nl

© 2017 Jerry Straub meer Jerry Straub - meer "Ontmoetingen"
Bezigheden > Ontmoetingen
Cafeetje, ergens in Amsterdam Jerry Straub
1418BZ CafeetjeIk hoor twee vrouwen en een man met elkaar praten.
Er is irritatie. Grote irritatie. Onderhuidse irritatie. Dat betekent meestal ijzig duwen en trekken en vooral onder zeer moeilijke omstandigheden rustig blijven, maar elkaar eigenlijk over de tafel willen trekken. Zo'n irritatie dus.

Eén van de vrouwen zegt tegen de man: ‘Wat ik fijn zou vinden als jij ...’. Ze zegt het wel drie keer. Vriendelijk doch geïrriteerd. Dan weet je dat het goed mis is. Ze besluit met: ‘Het moet heftiger’.

De man: ‘Ik zou het fijn vinden als jullie mij ook eens vragen waarom ik iets doe of waarom ik het zus of zo aanpak’.

De andere vrouw zegt tegen de man: ‘Ik wil je je autonomie niet afnemen’.

De man, dertiger, zwijgt en zakt tijdens de monologen die hij over zich heen krijgt steeds meer onderuit. Ik zie zijn worsteling. Die eenzame worsteling tussen blijven luisteren, het totaal niet snappen, irritatie en die enorme zoektocht die door zijn hoofd spookt op zoek naar het antwoord op die ene vraag: Wat wil je nou!?

De vrouwen staan al klaar om het bordje met 'TEN ONDER WEGENS TOO MUCH INFORMATION' om zijn nek te hangen ... .

In een alles of niets offensief vertelt de man over hoe zijn generatie de pijn van de maatschappij voelt en dat hij die pijn, zijn pijn exclusief verwerkt in zijn schrijverschap.

De vrouwen van middelbare leeftijd horen zijn noodkreet stoïcijns aan. Ze zijn niet onder de indruk. Hij zegt: ‘Echt, niet alles is extreem’. De vrouwen kijken hem verveeld aan, de scepsis druipt van hen af. Terwijl de man praat werpen de vrouwen elkaar blikken toe. Het zijn geen goede blikken. Het zijn zwaar geïrriteerde blikken. De man ziet ze niet. Maar ik wel. Die dodelijke vrouwenblikken. Ik zie ze, ik zie alles.

‘Nogmaals, (ze noemt de naam van de man), ik denk dat het heel belangrijk is dat het een gezamenlijke structuur is’. Dat klinkt heel neutraal, maar ondertussen. De man knikt. Hij geeft zich over.

De man staat op en omhelst de vrouwen. Het is niet gemeend. Niet van de man, niet van de vrouwen. De man verlaat de arena en één van de vrouwen gaat naar het toilet.

Als de vrouw terugkomt doet ze alsof ze struikelt. Luid zuchtend valt ze theatraal in de armen van de andere vrouw. Als ze opstaat rekt ze zich uit en ruikt voor de grap opzichtig onder haar eigen oksel om het zogenaamde inspanningszweet van de moeizame conversatie met de man op te snuiven. Het zweet van het onbegrip, de irritatie en de overwinning.

---------
De tekening is van Linda Hulshof
Meer informatie op: www.lindahulshof.nl
© 2017 Jerry Straub
powered by CJ2