archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 2
Jaargang 17
24 oktober 2019
Nummer 3 verschijnt op
14 november 2019
Bezigheden > Galerie delen printen terug
Bunny Soeters' heftige portretten Peter Schröder

0708BZ Bunnysoeters1
Met forse streken zijn grote banen donkerblauw en gelig groen op het doek gezet. Uit de duisternis kijkt een vervaagde man in een t-shirt ons vragend aan. Heeft hij een pet op? Een indringend, iets spookachtig schilderij van de Leidse kunstenares Bunny Soeters. Het is, met nog meer uit het meest recente werk van Bunny, tot 5 maart te zien op de tentoonstelling ‘Nieuwe Gezichten’ in het Rijnlandshuis*) in Leiden.
Bunny (1935, Middelburg) woont aan een Leids grachtje, in het wel zeer schilderachtige (maar dan eerder Anton Pieck) regentenhuis van THOFKEN VAN EVA VAN HOGEVEEN (zoals te lezen op de gevelsteen). In de regentenkamer een 17e eeuws schilderij van Eva van Hogeveen, stichter van het hofje, daaronder op de grond nog veel meer schilderijen van Bunny, voor de volgende expositie die op 13 februari in de Haagse Kunstkring**) geopend gaat worden.

Hard aan het werk met oude foto’s
Op een normale werkdag staat Bunny om 6 uur ’s ochtends op en gaat rond een uur of 10 aan het werk in haar atelier (tussen vele andere ateliers) in een groot oud schoolgebouw. Ze is dan geconcentreerd, bijna in trance zo’n 3 tot 4 uur bezig met schilderen. Van tevoren weet ze niet wat er gaat komen, het hangt van haar stemming af, maar het moet allemaal ‘vers’ zijn. Bunny schildert meestal portretten, haar stijl is zeer veranderlijk, net als haar technieken: olieverf, aquarel, tekening, litho, ets en ook plastiek; koppen in papier-maché.
Sommige musici spelen hun muziek uit het hoofd, anderen spelen van bladmuziek, sommige schilders schilderen uit het hoofd, anderen naar voorbeelden. Bunny werkt naar voorbeelden, naar modellen. Niet zoals de Renaissance schilders, naar modellenbladen waarin voorbeelden (mensen, ledematen, dieren, bomen, bergen) getekend zijn waaruit een schilderij kan worden samengesteld. Ook niet naar poserende dames op de sofa, met potjes en bloemenvazen op een tafel, of naar eigen eerdere schetsen. Meestal zijn de modellen van Bunny portretfoto’s van mensen uit oude kranten, ze heeft een onmetelijk ‘archief’ van oudere kranten met heldere zwart/wit foto’s. Voor Bunny gaat er niets boven oudere zwart/wit foto’s, soms zijn het ook oude portretfoto’s van de beroepsfotograaf, of klassieke prenten van Robert Capa, Henri Cartier-Bresson of Willy Ronis, daar spreekt zóveel uit. Van tevoren weet ze niet wat het zal worden. De plaatjes geven Bunny houvast, ze gaat ermee aan de haal; vanaf het moment dat ze er een te pakken heeft is ze bezig met de materie: intensief aan de slag met de verf, in een gevecht met de techniek, een proces dat belangrijker is dan het resultaat. Ze werkt in een zeer hoog tempo, probeert steeds nieuwe technieken uit en gooit weg wat haar niet bevalt. Het gaat Bunny om een innerlijke drang, ze denkt niet aan wat er met een schilderij kan gebeuren als het af is. Het moet niet te netjes worden, anders gaat ze het verknoeien. Ze heeft dan ook de pest aan het werken aan opdrachten en denkt niet na over wie haar mogelijke klanten zijn. Na 3 à 4 uur hard werken is ze doodmoe en gaat ze naar huis, het zit er weer op.

Paul Citroen en Anton Labberton
Geboren uit een Nederlandse vader en een Amerikaanse moeder is Bunny Soeters als schilder een laatbloeier. Vlak voor de oorlog vertrok ze naar Amerika waar ze op almaar verschillende plekken woonde en op verschillende scholen zat. Terug in Nederland ging ze naar de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag, werd hopeloos verliefd0708BZ Bunnysoeters2 en spijbelde voornamelijk. Ze werd naar Instituut Schoevers gestuurd voor een kantooropleiding, trouwde, kreeg kinderen en werd huismoeder. Toen haar 3 kinderen oud genoeg waren ging ze ’s avonds tekenen op een clubje, haar man overleed en ze ging werken in de gezinszorg in Wassenaar. Ze leerde daar de artistieke duizendpoot Paul Citroen kennen en rolde vanuit de tekenclub in het maken van dierenportretten; portretten van honden en katten in opdracht van de baasjes. Op de koffie bij Bunny gaf Paul Citroen soms simpele maar effectieve aanwijzingen voor verbetering van de portretten die Bunny maakte. Na de portretten van honden en katten volgden portretten van de kinderen en uiteindelijk van de baasjes en bazinnen. Ze voelde zich een beetje een leerling van Paul Citroen en zoog hongerig de invloed in van hem en van (het verborgen talent) Anton Labberton die toen in Wassenaar woonde. Aan het eind van de jaren '80 overleden Citroen en Labberton en stond Bunny, artistiek verweesd op eigen benen.

Laatbloeier
Ze werd lid van het ‘Leidse schilder- en tekengenootschap Ars Aemula Naturae’, leerde daar steeds beter etsen en schilderen en werd een vaste exposant. Het zeer veranderlijke portretwerk van Bunny kan wild en expressief zijn, maar ook bezonken en melancholiek. De zeer sprekende portretten zijn soms simpel in grote lijnen neergezet en dan weer heel subtiel gedetailleerd. Wat steeds ontbreekt is perspectief: alles speelt in een plat vlak. (Dat zal niet de invloed van Paul Citroen zijn, maar misschien is de stijl van Anton Labberton er niet vreemd aan.) Ze roemt het werk van Emo Verkerk (1955) en er is zeker stijlverwantschap tussen bepaald werk van Verkerk en van Bunny.
Bunny lijkt alleen geïnteresserd in schilderen (tekenen, etsen..), en weet verder niks van haar ‘publiek’. Dat ze regelmatig exposeert lijkt meer ondanks Bunny dan door haar toedoen te gebeuren: organiserende anderen vinden haar werk onweerstaanbaar genoeg. Een vaste relatie met een galerie heeft ze niet, ze is ook niet van plan zakelijk te opereren met de verkoop van haar kunst (vertelt smalend dat ze wel lid moest worden van de Kamer van Koophandel). Ze voelt zich daarvoor te oud en vindt dat het teveel zou afleiden van het echte werk. Ze houdt ook niet bij wat ze allemaal in welke periodes gemaakt heeft: het is voor haar het moment dat telt. Bunny heeft geen overzicht van haar werk en dat is toch ook wel jammer. Je zou het werk van Bunny echt in al zijn verscheidenheid moeten kunnen zien en dat zal nauwelijks mogelijk zijn.
Gelukkig is iets van het meest recente werk van Bunny de komende tijd wel te zien, in Leiden en in Den Haag. Ga het zien!

*) Expositie Nieuwe Gezichten van Bunny Soeters, 18 januari t/m 5 maart 2010 in het Rijnlandshuis
Archimedesweg 1, 2333 CM te Leiden. Openingstijden: van 07.45 tot 17.00 uur.
Zie afbeelding 1, zonder titel.
**) Tentoonstelling Het is niet wat het is, van Bunny Soeters, Jack Prins, Piet Franzen en Tineke Porck, van 13 februari t/m 2 maart in de Haagse Kunstkring (Galerie en Hoge zaal), Denneweg 64, 2514 CJ Den Haag, Openingstijden: dinsdag t/m zaterdag 12.00 - 17.00u, zondag 13.00 - 17.00u
Zie afbeelding 2, portret van de fotograaf John Deakin.
 
****************************
De Leunstoel is gebouwd door Peppered.
Ga voor informatie over dat bureau naar www.peppered.nl


© 2010 Peter Schröder meer Peter Schröder - meer "Galerie" -
Bezigheden > Galerie
Bunny Soeters' heftige portretten Peter Schröder
0708BZ Bunnysoeters1
Met forse streken zijn grote banen donkerblauw en gelig groen op het doek gezet. Uit de duisternis kijkt een vervaagde man in een t-shirt ons vragend aan. Heeft hij een pet op? Een indringend, iets spookachtig schilderij van de Leidse kunstenares Bunny Soeters. Het is, met nog meer uit het meest recente werk van Bunny, tot 5 maart te zien op de tentoonstelling ‘Nieuwe Gezichten’ in het Rijnlandshuis*) in Leiden.
Bunny (1935, Middelburg) woont aan een Leids grachtje, in het wel zeer schilderachtige (maar dan eerder Anton Pieck) regentenhuis van THOFKEN VAN EVA VAN HOGEVEEN (zoals te lezen op de gevelsteen). In de regentenkamer een 17e eeuws schilderij van Eva van Hogeveen, stichter van het hofje, daaronder op de grond nog veel meer schilderijen van Bunny, voor de volgende expositie die op 13 februari in de Haagse Kunstkring**) geopend gaat worden.

Hard aan het werk met oude foto’s
Op een normale werkdag staat Bunny om 6 uur ’s ochtends op en gaat rond een uur of 10 aan het werk in haar atelier (tussen vele andere ateliers) in een groot oud schoolgebouw. Ze is dan geconcentreerd, bijna in trance zo’n 3 tot 4 uur bezig met schilderen. Van tevoren weet ze niet wat er gaat komen, het hangt van haar stemming af, maar het moet allemaal ‘vers’ zijn. Bunny schildert meestal portretten, haar stijl is zeer veranderlijk, net als haar technieken: olieverf, aquarel, tekening, litho, ets en ook plastiek; koppen in papier-maché.
Sommige musici spelen hun muziek uit het hoofd, anderen spelen van bladmuziek, sommige schilders schilderen uit het hoofd, anderen naar voorbeelden. Bunny werkt naar voorbeelden, naar modellen. Niet zoals de Renaissance schilders, naar modellenbladen waarin voorbeelden (mensen, ledematen, dieren, bomen, bergen) getekend zijn waaruit een schilderij kan worden samengesteld. Ook niet naar poserende dames op de sofa, met potjes en bloemenvazen op een tafel, of naar eigen eerdere schetsen. Meestal zijn de modellen van Bunny portretfoto’s van mensen uit oude kranten, ze heeft een onmetelijk ‘archief’ van oudere kranten met heldere zwart/wit foto’s. Voor Bunny gaat er niets boven oudere zwart/wit foto’s, soms zijn het ook oude portretfoto’s van de beroepsfotograaf, of klassieke prenten van Robert Capa, Henri Cartier-Bresson of Willy Ronis, daar spreekt zóveel uit. Van tevoren weet ze niet wat het zal worden. De plaatjes geven Bunny houvast, ze gaat ermee aan de haal; vanaf het moment dat ze er een te pakken heeft is ze bezig met de materie: intensief aan de slag met de verf, in een gevecht met de techniek, een proces dat belangrijker is dan het resultaat. Ze werkt in een zeer hoog tempo, probeert steeds nieuwe technieken uit en gooit weg wat haar niet bevalt. Het gaat Bunny om een innerlijke drang, ze denkt niet aan wat er met een schilderij kan gebeuren als het af is. Het moet niet te netjes worden, anders gaat ze het verknoeien. Ze heeft dan ook de pest aan het werken aan opdrachten en denkt niet na over wie haar mogelijke klanten zijn. Na 3 à 4 uur hard werken is ze doodmoe en gaat ze naar huis, het zit er weer op.

Paul Citroen en Anton Labberton
Geboren uit een Nederlandse vader en een Amerikaanse moeder is Bunny Soeters als schilder een laatbloeier. Vlak voor de oorlog vertrok ze naar Amerika waar ze op almaar verschillende plekken woonde en op verschillende scholen zat. Terug in Nederland ging ze naar de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag, werd hopeloos verliefd0708BZ Bunnysoeters2 en spijbelde voornamelijk. Ze werd naar Instituut Schoevers gestuurd voor een kantooropleiding, trouwde, kreeg kinderen en werd huismoeder. Toen haar 3 kinderen oud genoeg waren ging ze ’s avonds tekenen op een clubje, haar man overleed en ze ging werken in de gezinszorg in Wassenaar. Ze leerde daar de artistieke duizendpoot Paul Citroen kennen en rolde vanuit de tekenclub in het maken van dierenportretten; portretten van honden en katten in opdracht van de baasjes. Op de koffie bij Bunny gaf Paul Citroen soms simpele maar effectieve aanwijzingen voor verbetering van de portretten die Bunny maakte. Na de portretten van honden en katten volgden portretten van de kinderen en uiteindelijk van de baasjes en bazinnen. Ze voelde zich een beetje een leerling van Paul Citroen en zoog hongerig de invloed in van hem en van (het verborgen talent) Anton Labberton die toen in Wassenaar woonde. Aan het eind van de jaren '80 overleden Citroen en Labberton en stond Bunny, artistiek verweesd op eigen benen.

Laatbloeier
Ze werd lid van het ‘Leidse schilder- en tekengenootschap Ars Aemula Naturae’, leerde daar steeds beter etsen en schilderen en werd een vaste exposant. Het zeer veranderlijke portretwerk van Bunny kan wild en expressief zijn, maar ook bezonken en melancholiek. De zeer sprekende portretten zijn soms simpel in grote lijnen neergezet en dan weer heel subtiel gedetailleerd. Wat steeds ontbreekt is perspectief: alles speelt in een plat vlak. (Dat zal niet de invloed van Paul Citroen zijn, maar misschien is de stijl van Anton Labberton er niet vreemd aan.) Ze roemt het werk van Emo Verkerk (1955) en er is zeker stijlverwantschap tussen bepaald werk van Verkerk en van Bunny.
Bunny lijkt alleen geïnteresserd in schilderen (tekenen, etsen..), en weet verder niks van haar ‘publiek’. Dat ze regelmatig exposeert lijkt meer ondanks Bunny dan door haar toedoen te gebeuren: organiserende anderen vinden haar werk onweerstaanbaar genoeg. Een vaste relatie met een galerie heeft ze niet, ze is ook niet van plan zakelijk te opereren met de verkoop van haar kunst (vertelt smalend dat ze wel lid moest worden van de Kamer van Koophandel). Ze voelt zich daarvoor te oud en vindt dat het teveel zou afleiden van het echte werk. Ze houdt ook niet bij wat ze allemaal in welke periodes gemaakt heeft: het is voor haar het moment dat telt. Bunny heeft geen overzicht van haar werk en dat is toch ook wel jammer. Je zou het werk van Bunny echt in al zijn verscheidenheid moeten kunnen zien en dat zal nauwelijks mogelijk zijn.
Gelukkig is iets van het meest recente werk van Bunny de komende tijd wel te zien, in Leiden en in Den Haag. Ga het zien!

*) Expositie Nieuwe Gezichten van Bunny Soeters, 18 januari t/m 5 maart 2010 in het Rijnlandshuis
Archimedesweg 1, 2333 CM te Leiden. Openingstijden: van 07.45 tot 17.00 uur.
Zie afbeelding 1, zonder titel.
**) Tentoonstelling Het is niet wat het is, van Bunny Soeters, Jack Prins, Piet Franzen en Tineke Porck, van 13 februari t/m 2 maart in de Haagse Kunstkring (Galerie en Hoge zaal), Denneweg 64, 2514 CJ Den Haag, Openingstijden: dinsdag t/m zaterdag 12.00 - 17.00u, zondag 13.00 - 17.00u
Zie afbeelding 2, portret van de fotograaf John Deakin.
 
****************************
De Leunstoel is gebouwd door Peppered.
Ga voor informatie over dat bureau naar www.peppered.nl
© 2010 Peter Schröder
powered by CJ2