archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 17
Jaargang 14
29 juni 2017
Nummer 18 verschijnt op
31 augustus 2017
Beschouwingen > Buitenlandse zaken delen printen terug
De toekomst van de Europese Unie (1) Paul Bordewijk

1415BS Europa1Met het presenteren van vijf alternatieven voor de toekomst van de Europese Unie heeft de Europese Commissie een nieuwe impuls gegeven aan de discussie daarover. Zelf heeft Juncker het over ‘een nieuw hoofdstuk van het Europese project’. Die uitdrukking ‘het Europese project’ hoor je steeds vaker, maar nergens vind je wat dat nu eigenlijk inhoudt, en wanneer we met dat project ingestemd hebben. Normaal heeft een project een doel, een tijdsduur en een kostenraming, maar in dit geval staat dat dus allemaal nog niet vast, anders zouden we niet hoeven te discussiëren over een nieuw hoofdstuk.

Volledige integratie
Ik denk dat de discussie over de toekomst van de EU allereerst over het vijfde alternatief moet gaan, door de Commissie omschreven als ‘Veel meer samen doen’. Daarbij neemt de Europese Unie de vertegenwoordiging in de meeste internationale fora over van de individuele lidstaten, ook de Franse zetel in de Veiligheidsraad mogen we aannemen. Er komt een Europese Defensie Unie. En de Eurozone wordt omgevormd tot een economische, financiële en fiscale unie. Het past in het oude streven naar een ‘ever closer union’.

Het scenario wordt vaak aangeduid als ‘volledige integratie’, maar dat is het dus niet. De Europese Unie valt niet samen met de Eurozone. En er staat ook niet dat het Europees parlement zelf zijn plaats van vestiging mag bepalen. Het is niet duidelijk wat er gebeurt wanneer landen afglijden van rechtstatelijke normen en waarden, zoals nu Polen en Hongarije; heeft de EU dan de bevoegdheid het bewind over te nemen? De vraag of de Franse atoomwapens ook worden overgedragen aan de EU wordt wijselijk buiten beschouwing gelaten. Daarmee heeft het scenario niet de helderheid die wenselijk zou zijn om de discussie zo scherp mogelijk te voeren.

Aan volledige integratie zijn ongetwijfeld grote voordelen verbonden. Europa wordt dan een federale staat, vergelijkbaar met de USA en het huidige Duitsland. De Europese Commissie kan zich ontwikkelen tot een Europese regering, gecontroleerd door een Europees parlement. Europa is sterker wanneer het één buitenlands beleid voert, en binnen Europa vindt er verevening plaats, zoals binnen Nederland tussen de gemeenten en in Duitsland tussen de Länder. Zo kunnen de zuidelijke landen er weer bovenop komen.

Mensen willen het niet
Maar er zijn ook veel bezwaren verbonden aan volledige integratie. Het meest voor de hand liggende bezwaar is: de mensen willen het niet. Voor zover mensen zich niet identificeren met de bestaande natiestaten, kiezen ze voor kleiner in plaats van groter, of ze nu in Schotland wonen, in Catalonië, in Vlaanderen of in Noord-Italië. Schotten praten over Westminster op dezelfde manier als Engelsen over Brussel: ‘these are people we don’t know’. Wanneer de Vlamingen al niet voor de tekorten op de sociale zekerheid in Wallonië willen opdraaien, willen ze dat zeker niet voor die in Griekenland.

Er is ook een kleine groep die zich meer Europeaan voelt dan inwoner van de nationale staat. Dat zijn vooral mensen die sterk betrokken zijn bij de Europese integratie en sterk oververtegenwoordigd in het Europese parlement. Die denken daar uit naam van het Europese volk te spreken. Ze praten vol enthousiasme over Europese waarden en over de Europese cultuur, maar realiseren zich niet dat verschillende Europese regio’s hun waarden vooral delen met verschillende gebieden buiten Europa en dat de meeste Europeanen meer op hebben met Hollywood, pop en jazz dan met de Matthäus.

Ooit was er veel meer enthousiasme voor de Europese integratie. In de jaren vijftig sprak een grote meerderheid van de Nederlandse bevolking zich bij ‘proefreferenda’ daarvoor uit. Maar naarmate die integratie meer vorm kreeg nam het enthousiasme af. Dat bleek wel bij het referendum over de Europese Grondwet in 2005. Naarmate er meer macht naar Europa verschoof verloren mensen het gevoel dat ze daar via het democratisch proces iets over te zeggen hadden. De uitbreiding naar het Oosten leidde tot oneerlijke concurrentie op de arbeidsmarkt, de invoering van de euro beroofde eerst mensen van hun gevoel voor prijzen en leidde daarna tot een crisis waar we nog steeds niet uit zijn.

Europees parlement
Verkiezingen voor het Europees parlement bleken geen alternatief voor nationale verkiezingen. De opkomst was laag en nam ook nog verder af en het waren duidelijk tweede-orde verkiezingen. Zij die stemden lieten hun keuze niet bepalen door de ontwikkelingen in het Europese parlement, maar door de nationale politiek, net als bij de verkiezingen voor Provinciale Staten en (in mindere mate) voor de gemeenteraad.

Veel fracties in het Europees parlement zijn ook een raar zootje. De liberale fractie omvat twee Nederlandse partijen die het fundamenteel oneens zijn over de toekomst van Europa. Tegenstellingen tussen landen zijn in de Europese politiek vaak belangrijker dan die tussen partijen, zoals over het economisch beleid tussen de noordelijke en de zuidelijke landen en over gewapenderhand ingrijpen tussen Duitsland en Engeland. In Engeland associeert men bombarderen met het winnen van een oorlog, in Duitsland met het verliezen ervan. In de noordelijke lidstaten heerst ook een andere publieke moraal dan in de zuidelijke, met veel meer afkeer van nepotisme en corruptie. Duitsland heeft ook nog steeds een trauma van de hyperinflatie in de jaren twintig. Andere landen hebben dat niet.

Het experiment met de ‘spitzenkandidaten’ is feitelijk mislukt. Het heeft Juncker het voorzitterschap van de Europese Commissie opgeleverd, maar geen optredens van de spitzenkandidaten op meetings in Nederland, zoals GroenLinks die organiseerde bij de laatste Kamerverkiezingen. Het laatste dat ze bij de VVD konden gebruiken was een optreden in Nederland van Verhofstadt. In Duitsland werd Schulz aanbevolen door de SPD met het argument dat zo een Duitser voorzitter van de EC kon worden. De enige buitenlandse politicus die we bij die campagne in Nederland gezien hebben was ironisch genoeg Marine le Pen, en dat heeft de PVV ook meteen stemmen gekost.

Eerste-orde verkiezingen
Bij volledige integratie dragen landen bevoegdheden die de kern van de nationale politiek betreffen, sociaal-economisch en buitenlands beleid, over aan een federaal Europa. Dat kan alleen wanneer de verkiezingen voor het Europese parlement dan ook eerste-orde verkiezingen worden. Daarom bepleiten Verhofstadt en Cohn Bendit in Voor Europa! ook een kwantumsprong in de richting van een echt en federaal Europa (p. 9).

Bij een kwantumsprong gaat een electron in één stap over van de ene baan rond een atoomkern naar een andere, zonder tussenfases. Toegepast op Europa: tegelijk met de overdracht van bevoegdheden richt het nationaal besef van de Europeanen zich niet langer op hun eigen land maar op Europa en worden de verkiezingen voor het Europese parlement eerste-orde verkiezingen.

Het is een naïeve gedachte dat het voor een Europese democratie voldoende is wanneer iedereen stemrecht heeft en het Parlement de regering kan controleren. Daarvoor zijn ook echte Europese politieke partijen nodig, die elkaar bestrijden in een Europese publieke ruimte. Een echte Europese democratie kan niet zonder een Europese publieke opinie, geschraagd door Europese media. Vooral dat laatste zie ik niet zo snel komen, vanwege alle taalverschillen. Er is nu één Europees dagblad, de internationale editie van de New York Times. Die wordt hoogstens gelezen door een dunne bovenlaag. Dat zal niet zo snel veranderen.

Ik moet ook nog zien dat Macron en Merkel, met al hun Europese gezindheid, er echt mee zullen instemmen dat een groot deel van hun nationale bureaucratie naar Brussel verhuist. Ik zie geen Fransman de eigen zetel in de Veiligheidsraad en de eigen atoombom opgeven. Dat verplaatsing van de zetel van het Europees parlement naar Brussel tot nu toe voor elke Franse politicus onbespreekbaar is geweest, geeft aan hoe dun het laagje Europese gezindheid is in het land van Monnet en Schuman.

Het alternatief van volledige integratie is dus niet realistisch. Over de consequenties daarvan de volgende keer.

------
Het plaatje is van de schrijver

© 2017 Paul Bordewijk meer Paul Bordewijk - meer "Buitenlandse zaken"
Beschouwingen > Buitenlandse zaken
De toekomst van de Europese Unie (1) Paul Bordewijk
1415BS Europa1Met het presenteren van vijf alternatieven voor de toekomst van de Europese Unie heeft de Europese Commissie een nieuwe impuls gegeven aan de discussie daarover. Zelf heeft Juncker het over ‘een nieuw hoofdstuk van het Europese project’. Die uitdrukking ‘het Europese project’ hoor je steeds vaker, maar nergens vind je wat dat nu eigenlijk inhoudt, en wanneer we met dat project ingestemd hebben. Normaal heeft een project een doel, een tijdsduur en een kostenraming, maar in dit geval staat dat dus allemaal nog niet vast, anders zouden we niet hoeven te discussiëren over een nieuw hoofdstuk.

Volledige integratie
Ik denk dat de discussie over de toekomst van de EU allereerst over het vijfde alternatief moet gaan, door de Commissie omschreven als ‘Veel meer samen doen’. Daarbij neemt de Europese Unie de vertegenwoordiging in de meeste internationale fora over van de individuele lidstaten, ook de Franse zetel in de Veiligheidsraad mogen we aannemen. Er komt een Europese Defensie Unie. En de Eurozone wordt omgevormd tot een economische, financiële en fiscale unie. Het past in het oude streven naar een ‘ever closer union’.

Het scenario wordt vaak aangeduid als ‘volledige integratie’, maar dat is het dus niet. De Europese Unie valt niet samen met de Eurozone. En er staat ook niet dat het Europees parlement zelf zijn plaats van vestiging mag bepalen. Het is niet duidelijk wat er gebeurt wanneer landen afglijden van rechtstatelijke normen en waarden, zoals nu Polen en Hongarije; heeft de EU dan de bevoegdheid het bewind over te nemen? De vraag of de Franse atoomwapens ook worden overgedragen aan de EU wordt wijselijk buiten beschouwing gelaten. Daarmee heeft het scenario niet de helderheid die wenselijk zou zijn om de discussie zo scherp mogelijk te voeren.

Aan volledige integratie zijn ongetwijfeld grote voordelen verbonden. Europa wordt dan een federale staat, vergelijkbaar met de USA en het huidige Duitsland. De Europese Commissie kan zich ontwikkelen tot een Europese regering, gecontroleerd door een Europees parlement. Europa is sterker wanneer het één buitenlands beleid voert, en binnen Europa vindt er verevening plaats, zoals binnen Nederland tussen de gemeenten en in Duitsland tussen de Länder. Zo kunnen de zuidelijke landen er weer bovenop komen.

Mensen willen het niet
Maar er zijn ook veel bezwaren verbonden aan volledige integratie. Het meest voor de hand liggende bezwaar is: de mensen willen het niet. Voor zover mensen zich niet identificeren met de bestaande natiestaten, kiezen ze voor kleiner in plaats van groter, of ze nu in Schotland wonen, in Catalonië, in Vlaanderen of in Noord-Italië. Schotten praten over Westminster op dezelfde manier als Engelsen over Brussel: ‘these are people we don’t know’. Wanneer de Vlamingen al niet voor de tekorten op de sociale zekerheid in Wallonië willen opdraaien, willen ze dat zeker niet voor die in Griekenland.

Er is ook een kleine groep die zich meer Europeaan voelt dan inwoner van de nationale staat. Dat zijn vooral mensen die sterk betrokken zijn bij de Europese integratie en sterk oververtegenwoordigd in het Europese parlement. Die denken daar uit naam van het Europese volk te spreken. Ze praten vol enthousiasme over Europese waarden en over de Europese cultuur, maar realiseren zich niet dat verschillende Europese regio’s hun waarden vooral delen met verschillende gebieden buiten Europa en dat de meeste Europeanen meer op hebben met Hollywood, pop en jazz dan met de Matthäus.

Ooit was er veel meer enthousiasme voor de Europese integratie. In de jaren vijftig sprak een grote meerderheid van de Nederlandse bevolking zich bij ‘proefreferenda’ daarvoor uit. Maar naarmate die integratie meer vorm kreeg nam het enthousiasme af. Dat bleek wel bij het referendum over de Europese Grondwet in 2005. Naarmate er meer macht naar Europa verschoof verloren mensen het gevoel dat ze daar via het democratisch proces iets over te zeggen hadden. De uitbreiding naar het Oosten leidde tot oneerlijke concurrentie op de arbeidsmarkt, de invoering van de euro beroofde eerst mensen van hun gevoel voor prijzen en leidde daarna tot een crisis waar we nog steeds niet uit zijn.

Europees parlement
Verkiezingen voor het Europees parlement bleken geen alternatief voor nationale verkiezingen. De opkomst was laag en nam ook nog verder af en het waren duidelijk tweede-orde verkiezingen. Zij die stemden lieten hun keuze niet bepalen door de ontwikkelingen in het Europese parlement, maar door de nationale politiek, net als bij de verkiezingen voor Provinciale Staten en (in mindere mate) voor de gemeenteraad.

Veel fracties in het Europees parlement zijn ook een raar zootje. De liberale fractie omvat twee Nederlandse partijen die het fundamenteel oneens zijn over de toekomst van Europa. Tegenstellingen tussen landen zijn in de Europese politiek vaak belangrijker dan die tussen partijen, zoals over het economisch beleid tussen de noordelijke en de zuidelijke landen en over gewapenderhand ingrijpen tussen Duitsland en Engeland. In Engeland associeert men bombarderen met het winnen van een oorlog, in Duitsland met het verliezen ervan. In de noordelijke lidstaten heerst ook een andere publieke moraal dan in de zuidelijke, met veel meer afkeer van nepotisme en corruptie. Duitsland heeft ook nog steeds een trauma van de hyperinflatie in de jaren twintig. Andere landen hebben dat niet.

Het experiment met de ‘spitzenkandidaten’ is feitelijk mislukt. Het heeft Juncker het voorzitterschap van de Europese Commissie opgeleverd, maar geen optredens van de spitzenkandidaten op meetings in Nederland, zoals GroenLinks die organiseerde bij de laatste Kamerverkiezingen. Het laatste dat ze bij de VVD konden gebruiken was een optreden in Nederland van Verhofstadt. In Duitsland werd Schulz aanbevolen door de SPD met het argument dat zo een Duitser voorzitter van de EC kon worden. De enige buitenlandse politicus die we bij die campagne in Nederland gezien hebben was ironisch genoeg Marine le Pen, en dat heeft de PVV ook meteen stemmen gekost.

Eerste-orde verkiezingen
Bij volledige integratie dragen landen bevoegdheden die de kern van de nationale politiek betreffen, sociaal-economisch en buitenlands beleid, over aan een federaal Europa. Dat kan alleen wanneer de verkiezingen voor het Europese parlement dan ook eerste-orde verkiezingen worden. Daarom bepleiten Verhofstadt en Cohn Bendit in Voor Europa! ook een kwantumsprong in de richting van een echt en federaal Europa (p. 9).

Bij een kwantumsprong gaat een electron in één stap over van de ene baan rond een atoomkern naar een andere, zonder tussenfases. Toegepast op Europa: tegelijk met de overdracht van bevoegdheden richt het nationaal besef van de Europeanen zich niet langer op hun eigen land maar op Europa en worden de verkiezingen voor het Europese parlement eerste-orde verkiezingen.

Het is een naïeve gedachte dat het voor een Europese democratie voldoende is wanneer iedereen stemrecht heeft en het Parlement de regering kan controleren. Daarvoor zijn ook echte Europese politieke partijen nodig, die elkaar bestrijden in een Europese publieke ruimte. Een echte Europese democratie kan niet zonder een Europese publieke opinie, geschraagd door Europese media. Vooral dat laatste zie ik niet zo snel komen, vanwege alle taalverschillen. Er is nu één Europees dagblad, de internationale editie van de New York Times. Die wordt hoogstens gelezen door een dunne bovenlaag. Dat zal niet zo snel veranderen.

Ik moet ook nog zien dat Macron en Merkel, met al hun Europese gezindheid, er echt mee zullen instemmen dat een groot deel van hun nationale bureaucratie naar Brussel verhuist. Ik zie geen Fransman de eigen zetel in de Veiligheidsraad en de eigen atoombom opgeven. Dat verplaatsing van de zetel van het Europees parlement naar Brussel tot nu toe voor elke Franse politicus onbespreekbaar is geweest, geeft aan hoe dun het laagje Europese gezindheid is in het land van Monnet en Schuman.

Het alternatief van volledige integratie is dus niet realistisch. Over de consequenties daarvan de volgende keer.

------
Het plaatje is van de schrijver
© 2017 Paul Bordewijk
powered by Peppered