archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 19
Jaargang 17
17 september 2020
Nummer 20 verschijnt op
1 oktober 2020
Vermaak en Genot > De wereldliteratuur roept delen printen terug
Mediaal kindermisbruik Eric Corsius

1120VG KinderenKinderen zijn dubbel kwetsbaar. Ze zijn, niet alleen feitelijk, mentaal en fysiek weerloos tegen geweld en misbruik door volwassen. Hun weerloosheid en kwetsbaarheid kan ook nog eens worden geïnstrumentaliseerd en uitgespeeld als strategische troefkaart in machtsspelletjes. Velen herinneren zich het bange Amerikaanse jongetje dat in 1990 voor de camera’s door Saddam Hoessein liefdevol werd gestreeld, toen deze het ambassadepersoneel met zijn families in gijzeling had genomen.

Het gebeurt met de regelmaat van de klok dat kinderen op deze manier speelbal zijn van conflicten. Hun weerloosheid is de troef van degenen die hun eigen kinderen als menselijk schild gebruiken of juist van diegenen die de tegenpartij verwijten hun kinderen als zodanig te gebruiken. Gewonde of gedode, van hun ouders gescheiden, zieke of hongerige kinderen: de camera’s vliegen erop af en binnen de kortste keren zijn de beelden onderdeel van een propagandaoorlog. En als schrijver dezes nog even doorgaat met deze verontwaardigde beschrijving dreigt hijzelf in de val te trappen om het kinderleed retorisch voor zijn kar te spannen. Het lijkt onontkoombaar.

Het zijn niet alleen de moderne massamedia die zich aan mediaal kindermisbruik bezondigen. Een in de literatuurgeschiedenis berucht geval van instrumentalisering is het personage van Nepomuk Schneidewein in ‘Doktor Faustus’ van Thomas Mann. Het is in dit verband belangrijk om te weten dat Mann zijn romanpersonages vrijwel zonder uitzondering ontleende aan de realiteit. Veelal waren het portretten van mensen in zijn omgeving. Dat Mann daarbij dankbaar gebruik maakte van karikaturale eigenschappen van deze personen werd hem niet altijd in dank afgenomen. Ze voelden zich niet alleen te kijk gezet, maar ook nog eens gebruikt voor het literaire gewin van de schrijver.

In het geval van de kleine Nepomuk maakte Mann het wel heel bont, vond men. De kleine, aandoenlijke Nepomuk werd door de auteur onderworpen aan een slopend ziekteproces en een martelend sterfbed. Hoe kon Mann het over zijn hart krijgen om zo’n sympathiek en innemend personage virtueel te folteren! Tijdens Manns gebruikelijke try-out (de schrijver had de gewoonte om recente pennenvruchten in intieme kring voor te lezen om het effect ervan te testen) verlieten toehoorders dan ook betraand of woedend de kamer. De verontwaardiging was vooral zo heftig omdat de figuur was gebaseerd op Manns eigen kleinzoon, Frido Mann. Het virtuele gezinsdrama heeft bij Frido Mann - die als multitalent nog een lang en meeslepend leven voor de boeg zou hebben - diepe sporen achtergelaten, met name door het gevoel te zijn ingezet als literair kanonnenvoer.

Mann was niet de eerste en ook niet de laatste, die in zijn schrijfstrategie kinderen de vuurlinie in stuurde. Ook in meer onschuldige vorm laten auteurs kinderen zaakjes voor zich opknappen. In de literatuur bestaat daarbij één specifieke traditie, waartoe Nepomuk Schnneidewein hoort. In die, tot de antieke mythologie en het christendom teruggaande, traditie verschijnt het kind uit het niets als een bode uit de hemel, of een geschenk van de goden. Als de volwassen wereld verstrikt is in uitzichtloze problemen en complotten, verschijnt het raadselachtige wezen van het nog onbedorven, maar vroegwijze kind ten tonele; een deus ex machina. Niet zelden is de verademing van korte duur en is de weerloosheid niet opgewassen tegen de ijzeren wetmatigheden van dood en verderf, zoals blijkt uit het lot van Goethes Mignon, of Manns Nepomuk. De jonge redder sterft een vroege kruisdood, waarbij het verlossend karakter daarvan in het midden blijft.

Wonderlijk genoeg is het gebruik van het kind als ongeschonden hemelbode in de literatuur nog steeds een succesformule. Vorig jaar maakte Coetzee gebruik van dit gegeven in zijn surrealistische ‘De kinderjaren van Jezus’ en dit jaar varieerde Heinrich Steinfest hierop in zijn voor de Deutsche Buchpreis genomineerde ‘Der Allesforscher’, een mythologische pageturner die, afgezien van de luchtige toon, verdacht veel lijkt op Coetzees dromerige vertelling. Misschien snakt de lezeres of lezer juist in verwarrende en droefgeestig stemmende crisistijden naar boeken over Onschuldige Wijsneuzen, die een betere wereld suggereren en ons iets laten zien wat wij niet kunnen weten.

-------------------------------------------------
Door bestellingen te doen bij bol.com via
de banner rechts steunt u De Leunstoel!

----------------------------------------------------
De tekening is van Renée van den Kerkhof
Illustratrice in opleiding: http://www.neetje.nl

© 2014 Eric Corsius meer Eric Corsius - meer "De wereldliteratuur roept"
Vermaak en Genot > De wereldliteratuur roept
Mediaal kindermisbruik Eric Corsius
1120VG KinderenKinderen zijn dubbel kwetsbaar. Ze zijn, niet alleen feitelijk, mentaal en fysiek weerloos tegen geweld en misbruik door volwassen. Hun weerloosheid en kwetsbaarheid kan ook nog eens worden geïnstrumentaliseerd en uitgespeeld als strategische troefkaart in machtsspelletjes. Velen herinneren zich het bange Amerikaanse jongetje dat in 1990 voor de camera’s door Saddam Hoessein liefdevol werd gestreeld, toen deze het ambassadepersoneel met zijn families in gijzeling had genomen.

Het gebeurt met de regelmaat van de klok dat kinderen op deze manier speelbal zijn van conflicten. Hun weerloosheid is de troef van degenen die hun eigen kinderen als menselijk schild gebruiken of juist van diegenen die de tegenpartij verwijten hun kinderen als zodanig te gebruiken. Gewonde of gedode, van hun ouders gescheiden, zieke of hongerige kinderen: de camera’s vliegen erop af en binnen de kortste keren zijn de beelden onderdeel van een propagandaoorlog. En als schrijver dezes nog even doorgaat met deze verontwaardigde beschrijving dreigt hijzelf in de val te trappen om het kinderleed retorisch voor zijn kar te spannen. Het lijkt onontkoombaar.

Het zijn niet alleen de moderne massamedia die zich aan mediaal kindermisbruik bezondigen. Een in de literatuurgeschiedenis berucht geval van instrumentalisering is het personage van Nepomuk Schneidewein in ‘Doktor Faustus’ van Thomas Mann. Het is in dit verband belangrijk om te weten dat Mann zijn romanpersonages vrijwel zonder uitzondering ontleende aan de realiteit. Veelal waren het portretten van mensen in zijn omgeving. Dat Mann daarbij dankbaar gebruik maakte van karikaturale eigenschappen van deze personen werd hem niet altijd in dank afgenomen. Ze voelden zich niet alleen te kijk gezet, maar ook nog eens gebruikt voor het literaire gewin van de schrijver.

In het geval van de kleine Nepomuk maakte Mann het wel heel bont, vond men. De kleine, aandoenlijke Nepomuk werd door de auteur onderworpen aan een slopend ziekteproces en een martelend sterfbed. Hoe kon Mann het over zijn hart krijgen om zo’n sympathiek en innemend personage virtueel te folteren! Tijdens Manns gebruikelijke try-out (de schrijver had de gewoonte om recente pennenvruchten in intieme kring voor te lezen om het effect ervan te testen) verlieten toehoorders dan ook betraand of woedend de kamer. De verontwaardiging was vooral zo heftig omdat de figuur was gebaseerd op Manns eigen kleinzoon, Frido Mann. Het virtuele gezinsdrama heeft bij Frido Mann - die als multitalent nog een lang en meeslepend leven voor de boeg zou hebben - diepe sporen achtergelaten, met name door het gevoel te zijn ingezet als literair kanonnenvoer.

Mann was niet de eerste en ook niet de laatste, die in zijn schrijfstrategie kinderen de vuurlinie in stuurde. Ook in meer onschuldige vorm laten auteurs kinderen zaakjes voor zich opknappen. In de literatuur bestaat daarbij één specifieke traditie, waartoe Nepomuk Schnneidewein hoort. In die, tot de antieke mythologie en het christendom teruggaande, traditie verschijnt het kind uit het niets als een bode uit de hemel, of een geschenk van de goden. Als de volwassen wereld verstrikt is in uitzichtloze problemen en complotten, verschijnt het raadselachtige wezen van het nog onbedorven, maar vroegwijze kind ten tonele; een deus ex machina. Niet zelden is de verademing van korte duur en is de weerloosheid niet opgewassen tegen de ijzeren wetmatigheden van dood en verderf, zoals blijkt uit het lot van Goethes Mignon, of Manns Nepomuk. De jonge redder sterft een vroege kruisdood, waarbij het verlossend karakter daarvan in het midden blijft.

Wonderlijk genoeg is het gebruik van het kind als ongeschonden hemelbode in de literatuur nog steeds een succesformule. Vorig jaar maakte Coetzee gebruik van dit gegeven in zijn surrealistische ‘De kinderjaren van Jezus’ en dit jaar varieerde Heinrich Steinfest hierop in zijn voor de Deutsche Buchpreis genomineerde ‘Der Allesforscher’, een mythologische pageturner die, afgezien van de luchtige toon, verdacht veel lijkt op Coetzees dromerige vertelling. Misschien snakt de lezeres of lezer juist in verwarrende en droefgeestig stemmende crisistijden naar boeken over Onschuldige Wijsneuzen, die een betere wereld suggereren en ons iets laten zien wat wij niet kunnen weten.

-------------------------------------------------
Door bestellingen te doen bij bol.com via
de banner rechts steunt u De Leunstoel!

----------------------------------------------------
De tekening is van Renée van den Kerkhof
Illustratrice in opleiding: http://www.neetje.nl
© 2014 Eric Corsius
powered by CJ2