archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 1
Jaargang 17
10 oktober 2019
Nummer 2 verschijnt op
24 oktober 2019
Vermaak en Genot > De wereldliteratuur roept delen printen terug
De sociologie van de slaap Carlo van Praag

1616VG SlaapIk heb sinds mijn pensionering weinig vakliteratuur, in mijn geval sociaalwetenschappelijke publicaties, meer gelezen. De verplichting ontbreekt en ik merk dat ik meer belangstelling heb voor historische verhandelingen die nergens toe dienen dan het bevredigen van mijn nieuwsgierigheid. De Punische oorlogen, de grote volksverhuizingen, Thomas Moore, prins Maurits, de Verlichting, Napoleon, de beide wereldoorlogen gescheiden door het interbellum. Deze opsomming suggereert dat ik chronologisch te werk ga, maar dat is niet zo: ik pak wat ik toevallig in de boekwinkel tegenkom en het assortiment is niet gering. Geschiedenis in documentaire dan wel gedramatiseerde vorm is een populair genre.

Ik was in mijn werkend leven voornamelijk bezig met kwantitatieve sociale wetenschap, met grote databestanden als bron waaruit met behulp van statische technieken resultaten konden worden onttrokken. Die leidden dan tot rapporten die door een collega geringschattend  ‘tabelletje-babbeltje’ werden genoemd. Inderdaad, literair gesproken, geen verheffend genre, maar wel voorziend in een behoefte bij beleidvoerders, politici en belangengroepen in de samenleving.

Minder utilitair, maar beter leesbaar, zijn de studies over sociale verandering op lange termijn, zeg maar van de uitvinding van het vuur tot aan de totstandkoming van de sociale zekerheid, met Norbert Elias, Johan Goudsblom en Abram de Swaan als vertegenwoordigers van deze stroming. Yuval Noah Harari is een meer recente exponent van dit type beschouwingen. Zijn ‘Sapiens, een kleine geschiedenis van de mensheid’ is al jaren een bestseller en terecht! Historische sociologie geniet, juist door zijn goede leesbaarheid,  belangstelling tot ver buiten de wetenschappelijke kring.

Er zijn nog veel meer richtingen in de sociologie. Een belangrijke richting, of eigenlijk meer een verzameling van stromingen, is gelegen in de interpretatieve sociologie, waarin de onderzoeker zich bij de bestudering van sociale verschijnselen baseert op zijn eigen ervaringswereld en op literatuur en aan de hand daarvan betekenis verleent aan deze verschijnselen. Ook deze benadering kan, mits de auteur voldoende scherpzinnigheid en schrijftalent bezit, aanstekelijke resultaten opleveren. Zo stuitte ik bij een zoektocht naar spiritusbranders, slaapmatjes en andere kampeerartikelen niet alleen op een oud petroleumtoestel, een doos met pingpongballetjes en telefoon met draaischijf, maar ook op een aantal, naar dezelfde  bergruimte verbannen, sociologieboeken uit mijn studietijd. Mijn oog viel op een bundel van de Noorse socioloog Vilhelm Aubert, getiteld ‘The Hidden Society’ (The Bedminster Press, 1965) en ik raakte, staande op mijn trapleer (niet zo verstandig in mijn geval), verzonken in één van de daarin opgenomen essays.

In 'Sleep: a sociological interpretation' stelt Aubert vast dat slaap een belangrijke sociale gebeurtenis is. Het sociale element in de slaap uit zich bij voorbeeld in de tijden waarop mensen slapen en de toebereidselen die aan het inslapen voorafgaan. Slapen moet geleerd worden, er zijn rechten en plichten aan verbonden. Slaap is weliswaar een fysiologische noodzaak, maar de inbedding van slaap in het sociale leven gehoorzaamt aan maatschappelijke regels. Het van maatschappij tot maatschappij variërende
slaappatroon wordt niet primair verklaard door fysiologische factoren.

Zelfs de universele voorkeur voor de nacht als slaapperiode is niet fysiologisch gedetermineerd.
' ... a very wide range of sleep behavior is physiologically possible'. Ook het overwegend collectieve karakter van de slaapepisode heeft zijn sociale achtergronden. Tussen wakers en slapers bestaat een aan hun toestand inherent machtsverschil (een slapend mens is machteloos) dat de maatschappelijke orde kan bedreigen. Vandaar de stilzwijgende afspraak tussen de leden van een maatschappij om ongeveer gelijk te gaan slapen en weer op te staan. Ongeveer, want in onze maatschappij gaan kinderen eerder naar bed dan volwassenen, terwijl leidinggevenden later gaan slapen (en opstaan) dan de gewone man. Deze verschillen drukken een statusonderscheid uit (dat een extra impuls heeft gekregen door het voorrecht van de bazen zich te kunnen onttrekken aan de spitsuren in het woon-werkverkeer, voeg ik daar zelf aan toe).

Nog een citaat (vertaling CvP):
‘De gelijktijdigheid van de slaap voorkomt conflicten en bepaalde vormen van competitive. Dit verschijnsel is nauw verbonden met de gelijktijdigheid van andere activiteiten, zoals eten, vrijetijdsbesteding enz. en daarmee van betekenis voor de solidariteit binnen groepen. De gelijktijdigheid van het slapen binnen het gezin of de intieme groep kan op zichzelf een teken zijn van solidariteit en vertrouwen waarmee de banden binnen de slaapgroep worden versterkt.’

Een verdere illustratie van het sociale karakter van de slaap ligt in het feit dat in de meeste maatschappijen de voor slaap gereserveerde periode wat langer is dan fysiologisch noodzakelijk. We hebben hier te maken met een maatschappelijke behoefte aan een tijdreservoir, waaruit kan worden geput ten behoeve van noodsituaties, grootschalige ceremonies en feesten.

Kortom, Aubert laat geen moeite na om de slaap in het sociologische domein binnen te halen en ik vind wel dat hij overdrijft. Zo zijn bij hem ook de dromen waarin de mensheid 's nachts verzinkt meer dan fysiologische en psychologische feiten. Zij zijn dienstbaar aan de maatschappelijke orde en de waarden van de groep. In een enkele niet-westerse amenleving (Aubert noemt de Ashanti) is de slaper verantwoordelijk voor zijn dromen en hij kan voor de inhoud daarvan zelfs met de dood worden bestraft. Het is met de cultuur als met de natuur. Je kunt het zo gek niet bedenken of het bestaat!

De genoemde bundel bevat trouwens ook andere stoutmoedige essays, zoals 'A note on love', zijnde een sociologie van de liefde. Daarover misschien een volgende keer.    

-----
Het plaatje is van Henk Klaren


© 2019 Carlo van Praag meer Carlo van Praag - meer "De wereldliteratuur roept" -
Vermaak en Genot > De wereldliteratuur roept
De sociologie van de slaap Carlo van Praag
1616VG SlaapIk heb sinds mijn pensionering weinig vakliteratuur, in mijn geval sociaalwetenschappelijke publicaties, meer gelezen. De verplichting ontbreekt en ik merk dat ik meer belangstelling heb voor historische verhandelingen die nergens toe dienen dan het bevredigen van mijn nieuwsgierigheid. De Punische oorlogen, de grote volksverhuizingen, Thomas Moore, prins Maurits, de Verlichting, Napoleon, de beide wereldoorlogen gescheiden door het interbellum. Deze opsomming suggereert dat ik chronologisch te werk ga, maar dat is niet zo: ik pak wat ik toevallig in de boekwinkel tegenkom en het assortiment is niet gering. Geschiedenis in documentaire dan wel gedramatiseerde vorm is een populair genre.

Ik was in mijn werkend leven voornamelijk bezig met kwantitatieve sociale wetenschap, met grote databestanden als bron waaruit met behulp van statische technieken resultaten konden worden onttrokken. Die leidden dan tot rapporten die door een collega geringschattend  ‘tabelletje-babbeltje’ werden genoemd. Inderdaad, literair gesproken, geen verheffend genre, maar wel voorziend in een behoefte bij beleidvoerders, politici en belangengroepen in de samenleving.

Minder utilitair, maar beter leesbaar, zijn de studies over sociale verandering op lange termijn, zeg maar van de uitvinding van het vuur tot aan de totstandkoming van de sociale zekerheid, met Norbert Elias, Johan Goudsblom en Abram de Swaan als vertegenwoordigers van deze stroming. Yuval Noah Harari is een meer recente exponent van dit type beschouwingen. Zijn ‘Sapiens, een kleine geschiedenis van de mensheid’ is al jaren een bestseller en terecht! Historische sociologie geniet, juist door zijn goede leesbaarheid,  belangstelling tot ver buiten de wetenschappelijke kring.

Er zijn nog veel meer richtingen in de sociologie. Een belangrijke richting, of eigenlijk meer een verzameling van stromingen, is gelegen in de interpretatieve sociologie, waarin de onderzoeker zich bij de bestudering van sociale verschijnselen baseert op zijn eigen ervaringswereld en op literatuur en aan de hand daarvan betekenis verleent aan deze verschijnselen. Ook deze benadering kan, mits de auteur voldoende scherpzinnigheid en schrijftalent bezit, aanstekelijke resultaten opleveren. Zo stuitte ik bij een zoektocht naar spiritusbranders, slaapmatjes en andere kampeerartikelen niet alleen op een oud petroleumtoestel, een doos met pingpongballetjes en telefoon met draaischijf, maar ook op een aantal, naar dezelfde  bergruimte verbannen, sociologieboeken uit mijn studietijd. Mijn oog viel op een bundel van de Noorse socioloog Vilhelm Aubert, getiteld ‘The Hidden Society’ (The Bedminster Press, 1965) en ik raakte, staande op mijn trapleer (niet zo verstandig in mijn geval), verzonken in één van de daarin opgenomen essays.

In 'Sleep: a sociological interpretation' stelt Aubert vast dat slaap een belangrijke sociale gebeurtenis is. Het sociale element in de slaap uit zich bij voorbeeld in de tijden waarop mensen slapen en de toebereidselen die aan het inslapen voorafgaan. Slapen moet geleerd worden, er zijn rechten en plichten aan verbonden. Slaap is weliswaar een fysiologische noodzaak, maar de inbedding van slaap in het sociale leven gehoorzaamt aan maatschappelijke regels. Het van maatschappij tot maatschappij variërende
slaappatroon wordt niet primair verklaard door fysiologische factoren.

Zelfs de universele voorkeur voor de nacht als slaapperiode is niet fysiologisch gedetermineerd.
' ... a very wide range of sleep behavior is physiologically possible'. Ook het overwegend collectieve karakter van de slaapepisode heeft zijn sociale achtergronden. Tussen wakers en slapers bestaat een aan hun toestand inherent machtsverschil (een slapend mens is machteloos) dat de maatschappelijke orde kan bedreigen. Vandaar de stilzwijgende afspraak tussen de leden van een maatschappij om ongeveer gelijk te gaan slapen en weer op te staan. Ongeveer, want in onze maatschappij gaan kinderen eerder naar bed dan volwassenen, terwijl leidinggevenden later gaan slapen (en opstaan) dan de gewone man. Deze verschillen drukken een statusonderscheid uit (dat een extra impuls heeft gekregen door het voorrecht van de bazen zich te kunnen onttrekken aan de spitsuren in het woon-werkverkeer, voeg ik daar zelf aan toe).

Nog een citaat (vertaling CvP):
‘De gelijktijdigheid van de slaap voorkomt conflicten en bepaalde vormen van competitive. Dit verschijnsel is nauw verbonden met de gelijktijdigheid van andere activiteiten, zoals eten, vrijetijdsbesteding enz. en daarmee van betekenis voor de solidariteit binnen groepen. De gelijktijdigheid van het slapen binnen het gezin of de intieme groep kan op zichzelf een teken zijn van solidariteit en vertrouwen waarmee de banden binnen de slaapgroep worden versterkt.’

Een verdere illustratie van het sociale karakter van de slaap ligt in het feit dat in de meeste maatschappijen de voor slaap gereserveerde periode wat langer is dan fysiologisch noodzakelijk. We hebben hier te maken met een maatschappelijke behoefte aan een tijdreservoir, waaruit kan worden geput ten behoeve van noodsituaties, grootschalige ceremonies en feesten.

Kortom, Aubert laat geen moeite na om de slaap in het sociologische domein binnen te halen en ik vind wel dat hij overdrijft. Zo zijn bij hem ook de dromen waarin de mensheid 's nachts verzinkt meer dan fysiologische en psychologische feiten. Zij zijn dienstbaar aan de maatschappelijke orde en de waarden van de groep. In een enkele niet-westerse amenleving (Aubert noemt de Ashanti) is de slaper verantwoordelijk voor zijn dromen en hij kan voor de inhoud daarvan zelfs met de dood worden bestraft. Het is met de cultuur als met de natuur. Je kunt het zo gek niet bedenken of het bestaat!

De genoemde bundel bevat trouwens ook andere stoutmoedige essays, zoals 'A note on love', zijnde een sociologie van de liefde. Daarover misschien een volgende keer.    

-----
Het plaatje is van Henk Klaren
© 2019 Carlo van Praag
powered by CJ2