archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 3
Jaargang 18
19 november 2020
Nummer 4 verschijnt op
3 december 2020
Beschouwingen > Een rustig mens delen printen terug
Drie jaar voor een zuiver geweten (1) Eelco van der Waals

1802BS Koosvdw Zelfportret(1) 24 Dec. [1946] kreeg ik bij wijze van Kerstcadeautje bericht dat ik was afgewezen. Op 2 Jan. moest ik mij melden. (…) Op 30 Jan bracht de MP [Militaire Politie] mij onder bewaking naar Gorcum.
Zo neemt het leven van mijn vader J.J. (Koos) van der Waals een beslissende wending. Hij is dan 21 jaar. Hij weigert dienst te nemen in het leger en komt daarvoor in de gevangenis. Dit essay gaat over hem en zijn keuze voor vrede.
Geboren in 1925, was hij 15 jaar aan het begin van de Tweede Wereldoorlog en 20 tijdens de bevrijding. Daardoor wist hij heel goed wat het betekende om te leven onder militaire bezetting.
Vrede lijkt in ons deel van de wereld nu al 75 jaar nét zo gewoon als brood op de plank of water uit de kraan. Oorlog, honger en dictatuur zijn voor de naoorlogse generaties niet een allesoverheersend schrikbeeld, maar beelden uit een film.

(2) Dit verhaal is gebaseerd op de nagelaten cahiers die Koos van der Waals in zijn regelmatige handschrift volschreef. In 1946 startte hij ermee, tot 1954 ging hij ermee door.
Deze schriften bevatten een weerslag van zijn opvattingen en activiteiten uit die jaren. Hij gebruikt ze als dagboek, logboek, schetsboek, dicht- en opstellenbundel en persoonlijk archief. Aan het papier vertrouwde hij zijn vragen, bekommernissen, twijfels en keuzes toe. En wat hij mooi vond en voor zich zag.
Schrijven is voor hem in deze periode na de oorlog als jongvolwassene dé manier om zijn geest te scherpen en ruimte te scheppen in wat hem beknelt en beperkt. Het is een procedé waar hij later veel aan zal hebben. Als de omstandigheden weinig keus laten, zit de vrijheid van binnen, zo zal hij in gevangenschap ervaren.

(3) De oorlog is in voormalig Nederlands-Indië, net als in Nederland, in 1945 voorbij. Op 15 augustus geven de Japanners zich over. Direct breekt de Indonesische Onafhankelijkheidsstrijd (de Revolusi Nasional Indonesia) uit, en al na twee dagen, op 17 augustus, roepen Soekarno en Hatta de onafhankelijke Republiek Indonesië uit.
In Nederland weerklinkt dan de roep om militair ingrijpen. De 20-jarige Koos leest in de krant dat lichting 1925 voor Indië is bestemd. Net als andere jongens van zijn leeftijd heeft hij behoefte aan avontuur. Het spreekt hem aan om meer van de wereld te zien. De woelingen in de Oost bieden daartoe een kans. Maar als geëngageerde jongere met een eigen meningsvorming hoort hij buiten zijn directe omgeving ook geluiden die hem langzaam op andere gedachten brengen.
Hij schrijft in zijn dagboek: Nu had ik langzamerhand leren begrijpen, wat voor vuil spel daar eigenlijk in Indië werd gespeeld. (...) Geleidelijk rijpte in mij het besluit om te weigeren, wat ik met Nieuwjaar ‘46 tot grote ontsteltenis der ganse femielje voor ‘t eerst aan de openbaarheid prijs gaf.

(4) Zijn familie is geschokt. Weígeren? En wat dán? Koos staat helemaal alleen in zijn keuze. Hij gaat zich nóg meer verdiepen in de actualiteit en de achtergronden en denkt na over zijn argumentatie. Voor zichzelf beantwoordt hij de vraag waarom hij eigenlijk wil weigeren:
Eerst, omdat ik niet aan de onderwerping der Indonesiërs wil meewerken. Ik voel, dat ik dit niet zou kunnen. Bijna iedereen verklaart me voor stapelgek. Nergens heb ik steun, zodat ik begin te twijfelen. Heeft weigeren wel zin?

Het brengt hem tot het schrijven van1802BS Koosvdw cahiers zijn beginselverklaring:
Hieronder volgt een samenvatting van de redenen, die aan mijn weigering van elke militaire dienst ten grondslag liggen:
1. Ik weiger mijn medewerking aan het militair apparaat, omdat het mij wil dwingen tot het doden van evenmensen, wanneer dat nodig wordt geacht. Zijn geest is een ontkenning van de eerbied voor het leven. Daar ik ervan overtuigd ben, dat elk mens met een taak, een doel in het leven is geroepen, mag ik den medemens niet doden en hem daardoor beletten, zijn roeping te volgen.
2. Nooit zou ik een goed militair kunnen zijn, daar ik mij bij elk bevel zou afvragen: Kan ik deze daad voor mijn geweten verantwoorden? Naar mijn mening is ieder normaal mens ten volle voor eigen daden aansprakelijk. Een mens zonder verantwoordelijkheidsbesef is een automaat of een beest; verantwoordelijkheidsgevoel is een kompas, dat ons in de rechte koers houdt, ons van veel kwaad afhoudt. Daarom kan ik niet dienstnemen in een leger, dat mij - in schijn - mijn verantwoordelijkheid wil ontnemen.
3. De afgelopen oorlog werd gevoerd onder de leus: Voor Vrede, Democratie en Welvaart. Nu wij op de puinhopen een blik rondom ons werpen, zien wij niets dan armoede, honger en degeneratie overal. Ik vraag mij af: Is dit resultaat, deze ellende, gevoegd bij de dreiging van een nieuwe oorlog die nog veel verwoestender dreigt te worden, wel de bloedige offers waard? In ieder geval is het duidelijk, dat oorlog nooit en nergens een oplossing kan brengen.
4. De na-oorlogse moeilijkheden eisen een geest van internationaal vertrouwen en samenwerking.


(5) In deze fase van politieke bewustwording ziet Koos van der Waals zichzelf binnen een bredere beweging van gelijkgestemden. Veel opgeroepen dienstplichtigen hebben net als hij bezwaren. Tussen 1946 en 1949 worden ruim 110.000 Nederlandse dienstplichtigen naar Indonesië verscheept tijdens de politionele acties en wordt zelfs de Grondwet gewijzigd om dienstplichtigen ook tégen hun wil te kunnen sturen.
In deze jaren willen ruim 4.000 jongens en mannen – nog in Nederland – dienstweigeren. Ze worden zo veel mogelijk ontmoedigd en onder druk gezet, waarna meer dan de helft van hen zich alsnog inscheept naar Indonesië. De dienstplichtigen die aan hun bezwaren vasthouden, worden door de krijgsraad beschouwd als deserteurs en komen in de gevangenis terecht, vaak met een extra zware straf. Koos is een van hen. Hun bezwaren tegen uitzending naar Indonesië worden als politieke bezwaren opgevat, waarvoor de Dienstweigeringswet geen ruimte biedt.
Tussen zijn besluit dienst te weigeren en de dag waarop hij door de militaire politie van huis wordt gehaald denkt Koos na over wat hij dan al noemt de oorlog in Indonesië: De oorlog in Indonesië is een misdadige poging om de klok terug te zetten: het koloniale tijdperk is voorbij. Wij kunnen de klok niet terug zetten en hebben bovendien niet het recht om de Indonesiërs de verlangde onafhankelijkheid te onthouden - het staat niet aan ons ter beoordeling of ze daar voor zelfbestuur rijp zijn.
Maandag 3 februari 1947 wordt hij definitief voor de keus gesteld … en weigerde, zij ‘t met een benepen hart. Nu kwam ik in de 6-persoons cel, naast Jan de Jong. Alles ging stukken beter dan ik had durven hopen. Langzamerhand kwam de klaarheid.

(wordt vervolgd)

-------
De plaatjes zijn van de schrijver


© 2020 Eelco van der Waals meer Eelco van der Waals - meer "Een rustig mens"
Beschouwingen > Een rustig mens
Drie jaar voor een zuiver geweten (1) Eelco van der Waals
1802BS Koosvdw Zelfportret(1) 24 Dec. [1946] kreeg ik bij wijze van Kerstcadeautje bericht dat ik was afgewezen. Op 2 Jan. moest ik mij melden. (…) Op 30 Jan bracht de MP [Militaire Politie] mij onder bewaking naar Gorcum.
Zo neemt het leven van mijn vader J.J. (Koos) van der Waals een beslissende wending. Hij is dan 21 jaar. Hij weigert dienst te nemen in het leger en komt daarvoor in de gevangenis. Dit essay gaat over hem en zijn keuze voor vrede.
Geboren in 1925, was hij 15 jaar aan het begin van de Tweede Wereldoorlog en 20 tijdens de bevrijding. Daardoor wist hij heel goed wat het betekende om te leven onder militaire bezetting.
Vrede lijkt in ons deel van de wereld nu al 75 jaar nét zo gewoon als brood op de plank of water uit de kraan. Oorlog, honger en dictatuur zijn voor de naoorlogse generaties niet een allesoverheersend schrikbeeld, maar beelden uit een film.

(2) Dit verhaal is gebaseerd op de nagelaten cahiers die Koos van der Waals in zijn regelmatige handschrift volschreef. In 1946 startte hij ermee, tot 1954 ging hij ermee door.
Deze schriften bevatten een weerslag van zijn opvattingen en activiteiten uit die jaren. Hij gebruikt ze als dagboek, logboek, schetsboek, dicht- en opstellenbundel en persoonlijk archief. Aan het papier vertrouwde hij zijn vragen, bekommernissen, twijfels en keuzes toe. En wat hij mooi vond en voor zich zag.
Schrijven is voor hem in deze periode na de oorlog als jongvolwassene dé manier om zijn geest te scherpen en ruimte te scheppen in wat hem beknelt en beperkt. Het is een procedé waar hij later veel aan zal hebben. Als de omstandigheden weinig keus laten, zit de vrijheid van binnen, zo zal hij in gevangenschap ervaren.

(3) De oorlog is in voormalig Nederlands-Indië, net als in Nederland, in 1945 voorbij. Op 15 augustus geven de Japanners zich over. Direct breekt de Indonesische Onafhankelijkheidsstrijd (de Revolusi Nasional Indonesia) uit, en al na twee dagen, op 17 augustus, roepen Soekarno en Hatta de onafhankelijke Republiek Indonesië uit.
In Nederland weerklinkt dan de roep om militair ingrijpen. De 20-jarige Koos leest in de krant dat lichting 1925 voor Indië is bestemd. Net als andere jongens van zijn leeftijd heeft hij behoefte aan avontuur. Het spreekt hem aan om meer van de wereld te zien. De woelingen in de Oost bieden daartoe een kans. Maar als geëngageerde jongere met een eigen meningsvorming hoort hij buiten zijn directe omgeving ook geluiden die hem langzaam op andere gedachten brengen.
Hij schrijft in zijn dagboek: Nu had ik langzamerhand leren begrijpen, wat voor vuil spel daar eigenlijk in Indië werd gespeeld. (...) Geleidelijk rijpte in mij het besluit om te weigeren, wat ik met Nieuwjaar ‘46 tot grote ontsteltenis der ganse femielje voor ‘t eerst aan de openbaarheid prijs gaf.

(4) Zijn familie is geschokt. Weígeren? En wat dán? Koos staat helemaal alleen in zijn keuze. Hij gaat zich nóg meer verdiepen in de actualiteit en de achtergronden en denkt na over zijn argumentatie. Voor zichzelf beantwoordt hij de vraag waarom hij eigenlijk wil weigeren:
Eerst, omdat ik niet aan de onderwerping der Indonesiërs wil meewerken. Ik voel, dat ik dit niet zou kunnen. Bijna iedereen verklaart me voor stapelgek. Nergens heb ik steun, zodat ik begin te twijfelen. Heeft weigeren wel zin?

Het brengt hem tot het schrijven van1802BS Koosvdw cahiers zijn beginselverklaring:
Hieronder volgt een samenvatting van de redenen, die aan mijn weigering van elke militaire dienst ten grondslag liggen:
1. Ik weiger mijn medewerking aan het militair apparaat, omdat het mij wil dwingen tot het doden van evenmensen, wanneer dat nodig wordt geacht. Zijn geest is een ontkenning van de eerbied voor het leven. Daar ik ervan overtuigd ben, dat elk mens met een taak, een doel in het leven is geroepen, mag ik den medemens niet doden en hem daardoor beletten, zijn roeping te volgen.
2. Nooit zou ik een goed militair kunnen zijn, daar ik mij bij elk bevel zou afvragen: Kan ik deze daad voor mijn geweten verantwoorden? Naar mijn mening is ieder normaal mens ten volle voor eigen daden aansprakelijk. Een mens zonder verantwoordelijkheidsbesef is een automaat of een beest; verantwoordelijkheidsgevoel is een kompas, dat ons in de rechte koers houdt, ons van veel kwaad afhoudt. Daarom kan ik niet dienstnemen in een leger, dat mij - in schijn - mijn verantwoordelijkheid wil ontnemen.
3. De afgelopen oorlog werd gevoerd onder de leus: Voor Vrede, Democratie en Welvaart. Nu wij op de puinhopen een blik rondom ons werpen, zien wij niets dan armoede, honger en degeneratie overal. Ik vraag mij af: Is dit resultaat, deze ellende, gevoegd bij de dreiging van een nieuwe oorlog die nog veel verwoestender dreigt te worden, wel de bloedige offers waard? In ieder geval is het duidelijk, dat oorlog nooit en nergens een oplossing kan brengen.
4. De na-oorlogse moeilijkheden eisen een geest van internationaal vertrouwen en samenwerking.


(5) In deze fase van politieke bewustwording ziet Koos van der Waals zichzelf binnen een bredere beweging van gelijkgestemden. Veel opgeroepen dienstplichtigen hebben net als hij bezwaren. Tussen 1946 en 1949 worden ruim 110.000 Nederlandse dienstplichtigen naar Indonesië verscheept tijdens de politionele acties en wordt zelfs de Grondwet gewijzigd om dienstplichtigen ook tégen hun wil te kunnen sturen.
In deze jaren willen ruim 4.000 jongens en mannen – nog in Nederland – dienstweigeren. Ze worden zo veel mogelijk ontmoedigd en onder druk gezet, waarna meer dan de helft van hen zich alsnog inscheept naar Indonesië. De dienstplichtigen die aan hun bezwaren vasthouden, worden door de krijgsraad beschouwd als deserteurs en komen in de gevangenis terecht, vaak met een extra zware straf. Koos is een van hen. Hun bezwaren tegen uitzending naar Indonesië worden als politieke bezwaren opgevat, waarvoor de Dienstweigeringswet geen ruimte biedt.
Tussen zijn besluit dienst te weigeren en de dag waarop hij door de militaire politie van huis wordt gehaald denkt Koos na over wat hij dan al noemt de oorlog in Indonesië: De oorlog in Indonesië is een misdadige poging om de klok terug te zetten: het koloniale tijdperk is voorbij. Wij kunnen de klok niet terug zetten en hebben bovendien niet het recht om de Indonesiërs de verlangde onafhankelijkheid te onthouden - het staat niet aan ons ter beoordeling of ze daar voor zelfbestuur rijp zijn.
Maandag 3 februari 1947 wordt hij definitief voor de keus gesteld … en weigerde, zij ‘t met een benepen hart. Nu kwam ik in de 6-persoons cel, naast Jan de Jong. Alles ging stukken beter dan ik had durven hopen. Langzamerhand kwam de klaarheid.

(wordt vervolgd)

-------
De plaatjes zijn van de schrijver
© 2020 Eelco van der Waals
powered by CJ2