archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 17
Jaargang 17
2 juli 2020
Nummer 18 verschijnt op
3 september 2020
Bezigheden > Galerie delen printen terug
Niet zo onder de indruk van Mondria(a)n Bram Schilperoord

1716BZ MondrianWaar ik ook niet zo van onder de indruk ben is het werk van de schilder Piet Mondriaan. Die van die rechthoekige, gekleurde vlakjes. Hoewel ik daar geen trauma aan heb overgehouden. In tegenstelling tot Van Gogh verkocht hij tijdens zijn leven wel eens een schilderij, maar voor niet meer dan een gulden of vijftig. Ook Mondriaans werk raakte na zijn dood zó in aanzien, dat er nu niet op een miljoentje meer of minder wordt gekeken. Zo kon het Gemeente Museum Den Haag in 1997 voor een bedrag van 82 miljoen gulden (37 miljoen Euro) in het bezit komen van des schilders onvoltooide schilderij ‘Victory Boogie Woogie'. (Mondriaan woonde aan het eind van zijn leven in New York en ging daar nog wel eens naar een jazzcafé waar deze muziek werd gespeeld.)

De 82 miljoen werd geschonken door de Nederlandse Bank. Talloze protesten volgden tegen het ongekend hoge bedrag en er werden vragen gesteld in de Tweede Kamer. Daarbij ging het vooral over de handelwijze van de toenmalige minister Gerrit Zalm, die buiten medeweten van de Kamer het zaakje bekokstoofd had. In september 2006 werd het schilderij uit zijn lijst gehaald voor onderzoek. Met moderne onderzoektechnieken, zoals: infrarood, UV-fluorescentie en röntgenstralen, ging men aan de slag om de ontstaansgeschiedenis van het werk te reconstrueren. Onderzoekers drongen voor het eerst door tot het materiaalgebruik (zelf geverfd cellofaan) in de onderlagen en kregen zicht op, tot voorheen voor het blote oog onzichtbare, details.

Het onderzoek wees uit dat het werk veel minder systematisch tot stand kwam dan tot nu toe gedacht. Met name had Mondriaan veel gesleuteld aan de compositie van het werk en regelmatig verf van het doek geschraapt. Hij zou daarbij het doek hebben losgemaakt van het houten raamwerk en opnieuw vastgespijkerd. Op z'n ‘janboerenfluitjes’ zou je kunnen zeggen. Niettemin noemde de toenmalige directeur van het Gemeentemuseum, Dr. Hans Locher, Victory Boogie Woogie een triomferend antwoord op de Tweede Wereldoorlog (!). Alsook: de Victory Boogie Woogie van Mondriaan is hét beeld van de overwinning van levensvreugde en vrijheid. De toenmalige staatssecretaris Rick van der Ploeg voegde daar nog aan toe dat het werk 'De Nachtwacht van de twintigste eeuw' was.

Piet Mondriaan, die in tegenstelling tot Van Gogh kien was op stromingen en richtingen in de schilderkunst, werd door sommigen gezien als 'pionier' in de abstracte en non-figuratieve kunst. Maar dat was hem niet genoeg. Hij ontwikkelde zelf een eigen kunsttheorie, die hij het neoplasticisme noemde. In (toen nog nuchter) Nederland kreeg hij met zijn nieuwe ideeën weinig navolging. In Parijs moest dat wel lukken zodat hij, bepaald niet bescheiden, daar een voet tussen de deur probeerde te krijgen bij kunstenaars die voor hun schilderwerk de term expressionistisch kubisme hadden bedacht. Daartoe behoorden o.a. Picasso en Braque, toen al beroemd. Om bekendheid te verkrijgen probeerde Mondriaan, die inmiddels zijn naam had veranderd in Mondrian (met één a), vaak aanwezig te zijn bij openingen, waardoor hij al snel de bijnaam 'Piet-zie-je-me-niet' verwierf.

Mondriaan is een tijdje onder invloed geweest van Van Gogh. Behalve zijn zelf uitgevonden Neoplasticisme is Mondriaan ook vaak onder de indruk geweest van talloze andere stromingen, zoals de Pointillistische stijl, Neo-impressionisme en Fauvisme. Zijn eerste groepstentoonstelling in 1911, in het Stedelijk Museum Amsterdam, waar hij met zes schilderijen aan deelnam, was echter geen onverdeeld succes. Critici noemden ze 'koud en leeg'.
Om elke associatie met de 'natuur' te voorkomen (de waarneembare werkelijkheid) nam hij een besluit alleen nog de 'primaire kleuren' rood, blauw en geel te schilderden en die te rangschikken volgens een orthogonaal systeem, rechthoekig, met loodrecht op elkaar staande lijnen. Hij vulde dat aan met grijs, wit en zwart, die hij de 'niet-kleuren' noemde.

Mondriaan verbleef langdurig in zijn geliefde Parijs, maar toen de oorlogsdreiging werkelijkheid werd vertrok hij, in 1940, via Birmingham naar New York. Zijn eenvoudige werk baarde aanvankelijk weinig opzien, maar hij ging consequent door met het vervaardigen van zijn eenduidig ogende asymmetrische tableaus in rood, blauw en geel.

Blijft de vraag: is zijn werk vandaag de dag nog de moeite waard, of was een kunststroming als Neoplasticisme wel al die aandacht waard? Ofwel: wordt de hedendaagse kunstliefhebber hier nog koud of warm van? Als ik voor mijzelf mag spreken: ik denk dat Mondriaan een enigszins overschat kunstenaar was, die de tijd met zich mee had. Zoals nu Damian Hirst, wiens motto is ‘Kunstenaars zijn onaangename mensen die 'shit' verkopen aan idioten’.

----------
Het plaatje is van Freek de Vries Lentsch


© 2020 Bram Schilperoord meer Bram Schilperoord - meer "Galerie"
Bezigheden > Galerie
Niet zo onder de indruk van Mondria(a)n Bram Schilperoord
1716BZ MondrianWaar ik ook niet zo van onder de indruk ben is het werk van de schilder Piet Mondriaan. Die van die rechthoekige, gekleurde vlakjes. Hoewel ik daar geen trauma aan heb overgehouden. In tegenstelling tot Van Gogh verkocht hij tijdens zijn leven wel eens een schilderij, maar voor niet meer dan een gulden of vijftig. Ook Mondriaans werk raakte na zijn dood zó in aanzien, dat er nu niet op een miljoentje meer of minder wordt gekeken. Zo kon het Gemeente Museum Den Haag in 1997 voor een bedrag van 82 miljoen gulden (37 miljoen Euro) in het bezit komen van des schilders onvoltooide schilderij ‘Victory Boogie Woogie'. (Mondriaan woonde aan het eind van zijn leven in New York en ging daar nog wel eens naar een jazzcafé waar deze muziek werd gespeeld.)

De 82 miljoen werd geschonken door de Nederlandse Bank. Talloze protesten volgden tegen het ongekend hoge bedrag en er werden vragen gesteld in de Tweede Kamer. Daarbij ging het vooral over de handelwijze van de toenmalige minister Gerrit Zalm, die buiten medeweten van de Kamer het zaakje bekokstoofd had. In september 2006 werd het schilderij uit zijn lijst gehaald voor onderzoek. Met moderne onderzoektechnieken, zoals: infrarood, UV-fluorescentie en röntgenstralen, ging men aan de slag om de ontstaansgeschiedenis van het werk te reconstrueren. Onderzoekers drongen voor het eerst door tot het materiaalgebruik (zelf geverfd cellofaan) in de onderlagen en kregen zicht op, tot voorheen voor het blote oog onzichtbare, details.

Het onderzoek wees uit dat het werk veel minder systematisch tot stand kwam dan tot nu toe gedacht. Met name had Mondriaan veel gesleuteld aan de compositie van het werk en regelmatig verf van het doek geschraapt. Hij zou daarbij het doek hebben losgemaakt van het houten raamwerk en opnieuw vastgespijkerd. Op z'n ‘janboerenfluitjes’ zou je kunnen zeggen. Niettemin noemde de toenmalige directeur van het Gemeentemuseum, Dr. Hans Locher, Victory Boogie Woogie een triomferend antwoord op de Tweede Wereldoorlog (!). Alsook: de Victory Boogie Woogie van Mondriaan is hét beeld van de overwinning van levensvreugde en vrijheid. De toenmalige staatssecretaris Rick van der Ploeg voegde daar nog aan toe dat het werk 'De Nachtwacht van de twintigste eeuw' was.

Piet Mondriaan, die in tegenstelling tot Van Gogh kien was op stromingen en richtingen in de schilderkunst, werd door sommigen gezien als 'pionier' in de abstracte en non-figuratieve kunst. Maar dat was hem niet genoeg. Hij ontwikkelde zelf een eigen kunsttheorie, die hij het neoplasticisme noemde. In (toen nog nuchter) Nederland kreeg hij met zijn nieuwe ideeën weinig navolging. In Parijs moest dat wel lukken zodat hij, bepaald niet bescheiden, daar een voet tussen de deur probeerde te krijgen bij kunstenaars die voor hun schilderwerk de term expressionistisch kubisme hadden bedacht. Daartoe behoorden o.a. Picasso en Braque, toen al beroemd. Om bekendheid te verkrijgen probeerde Mondriaan, die inmiddels zijn naam had veranderd in Mondrian (met één a), vaak aanwezig te zijn bij openingen, waardoor hij al snel de bijnaam 'Piet-zie-je-me-niet' verwierf.

Mondriaan is een tijdje onder invloed geweest van Van Gogh. Behalve zijn zelf uitgevonden Neoplasticisme is Mondriaan ook vaak onder de indruk geweest van talloze andere stromingen, zoals de Pointillistische stijl, Neo-impressionisme en Fauvisme. Zijn eerste groepstentoonstelling in 1911, in het Stedelijk Museum Amsterdam, waar hij met zes schilderijen aan deelnam, was echter geen onverdeeld succes. Critici noemden ze 'koud en leeg'.
Om elke associatie met de 'natuur' te voorkomen (de waarneembare werkelijkheid) nam hij een besluit alleen nog de 'primaire kleuren' rood, blauw en geel te schilderden en die te rangschikken volgens een orthogonaal systeem, rechthoekig, met loodrecht op elkaar staande lijnen. Hij vulde dat aan met grijs, wit en zwart, die hij de 'niet-kleuren' noemde.

Mondriaan verbleef langdurig in zijn geliefde Parijs, maar toen de oorlogsdreiging werkelijkheid werd vertrok hij, in 1940, via Birmingham naar New York. Zijn eenvoudige werk baarde aanvankelijk weinig opzien, maar hij ging consequent door met het vervaardigen van zijn eenduidig ogende asymmetrische tableaus in rood, blauw en geel.

Blijft de vraag: is zijn werk vandaag de dag nog de moeite waard, of was een kunststroming als Neoplasticisme wel al die aandacht waard? Ofwel: wordt de hedendaagse kunstliefhebber hier nog koud of warm van? Als ik voor mijzelf mag spreken: ik denk dat Mondriaan een enigszins overschat kunstenaar was, die de tijd met zich mee had. Zoals nu Damian Hirst, wiens motto is ‘Kunstenaars zijn onaangename mensen die 'shit' verkopen aan idioten’.

----------
Het plaatje is van Freek de Vries Lentsch
© 2020 Bram Schilperoord
powered by CJ2