archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 17
Jaargang 17
2 juli 2020
Nummer 18 verschijnt op
3 september 2020
Beschouwingen > In de polder delen printen terug
De onnavolgbare coronacratie Paul Bordewijk

1716BS Sinds half maart worden we in Nederland geregeerd door de coronacratie, een ondoorzichtig netwerk van een paar ministers, het RIVM, de GGD’en en de veiligheidsregio’s, althans de voorzitter van hun samenwerkingsverband. Ze zijn er zo druk mee dat ze de Wet Openbaarheid van Bestuur op eigen gezag maar even buiten werking hebben gezet. De coronacratie bemoeit zich tot in detail met ons dagelijks leven, bij voorbeeld door te bepalen dat we vanaf Tweede Pinksterdag 12 uur weer op een terrasje mochten zitten, maar geen minuut eerder. Wanneer we op een mooie dag met te veel mensen in het park zijn, worden we bestraffend toegesproken of sturen ze de BOA’s op ons af.

Nu is zoiets onvermijdelijk in een situatie waarin op korte termijn beslissingen moeten worden genomen inzake leven en dood, maar we mogen dan toch wel verwachten dat het duidelijk is wat het doel is van het beleid en dat het beleid consistent is. En daar ontbreekt het vaak aan. De maatregelen moeten mensen ook niet nodeloos in hun bewegingsvrijheid beperken.

Veel is al gezegd over de groepsimmuniteit, die door premier Rutte in zijn televisierede van 16 juni als doel van het beleid werd gepresenteerd. Twee dagen later moest men hier alweer op terugkomen, maar het maakte de waardering voor Ruttes ‘presidentiële’ rede er niet minder op. Het is nog steeds onduidelijk wat men nu wel wil: het virus zo min mogelijk kansen geven of de deur op een kier zetten om het virus gecontroleerd door de maatschappij te laten gaan en zo groepsimmuniteit op te bouwen. Rutte wil dat niet zeggen, maar op de site www.rivm.nl/coronavirus-covid-19/aanpak-bestrijding is de RIVM daar heel duidelijk over.

De maatregelen waren vooral gericht op het vermijden van besmetting door iedereen afstand te laten houden en veel minder op het tegengaan daarvan met mondkapjes en testen. Vooral wat betreft de mondkapjes week men opzichtig af van de meeste andere landen: we zagen Roemeense arbeidsmigranten, nadat zij het vliegtuig verlaten hadden, opgewekt hun mondkapjes afdoen. Volgens de huidige inzichten van het RIVM hebben gewone (chirurgische) mondkapjes voor de massa geen zin, ook niet in het openbaar vervoer en zijn andere mondkapjes te schaars om op grote schaal verkrijgbaar te stellen. Toch publiceerde het blad Risk Management in augustus 2010 een onderzoek naar de effectiviteit van chirurgische mondkapjes, waarbij geconstateerd werd dat ‘population-wide use of face masks could make an important contribution in delaying an influenza pandemic’. Tot de auteurs behoorden prof. Aura Timen en prof. Jacco Wallinga, die allebei sleutelfuncties vervullen bij het RIVM. Het artikel is ook niet teruggenomen.

RIVM-woordvoerder Van Dissel had echter een heel andere boodschap: mondkapjes bieden hooguit schijnveiligheid. Je proefde bij hem een soort emotionele afkeer. Dat er binnen de coronacratie zo’n weerstand heerst bleek ook uit allerlei praktijkverhalen van organisaties die niet aan mondkapjes konden komen om hun personeel te beschermen, of zelfs kritiek kregen van de GGD wanneer ze dat toch probeerden. Minister De Jonge zei daarentegen juist dat er voldoende beschermingsmiddelen beschikbaar waren, maar die leefde kennelijk in een papieren werkelijkheid.
Vooral de mensen in verpleeghuizen werden hier het slachtoffer van. Ze kwamen dagelijks in contact met verzorgers die niet getest werden en onvoldoende beschermingsmiddelen droegen en zo het virus overbrachten van de ene zieke bewoner op de andere. In plaats daarvan probeerde men de bewoners te beschermen door bezoek te verbieden. Niet testen maar pesten was kennelijk het devies.

Intussen zijn we een nieuwe fase ingegaan, waarbij op veel grotere schaal wordt getest en bron- en contactonderzoek wordt uitgevoerd. Hoe dat gaat wordt beschreven op https://lci.rivm.nl/COVID-19-bco. Wordt iemand positief getest, dan wordt hem gevraagd met wie hij in contact is geweest. Daarbij gaat het vooral om nauwe contacten, dat zijn mensen met wie de patiënt langer dan een kwartier op minder dan 1,5 m contact heeft gehad. Anders valt het risico op besmetting kennelijk wel mee.
Dat had ik wel eens eerder willen weten. Het risico doet zich dus voor als je naast iemand zit in een café, de trein of de schouwburg, of naast hem staat bij een demonstratie, maar niet wanneer je op straat langs iemand loopt. Je hoeft dan dus ook niet uit te wijken en niet bang te zijn als je de trein in- of uitstapt. Je hoeft ook niet bang te zijn in de supermarkt of een drukke straat, zolang iedereen maar in beweging blijft.

Zowel huisgenoten als directe contacten van patiënten kunnen worden getest, maar pas wanneer zij symptomen van de ziekte vertonen. Zonder die symptomen worden ze niet getest, maar wordt hun wel gevraagd veertien dagen thuis te blijven. Dat is nogal wat: de coronacratie vraagt je dus twee weken niet naar je werk te gaan, maar is nog te belazerd om je te testen. Ik zou in zo’n situatie altijd zeggen dat ik een klein pijntje in mijn keel voel, want dan word je wel getest. Wanneer het resultaat negatief was zou ik gewoon naar buiten gaan.
Maar anderen zullen minder eigengereid zijn. Voor hen heeft het dan hele nare consequenties om door een ander als nauw contact te worden aangemerkt. Moet je dat wel doen, of duurde dat gesprek geen zestien maar veertien minuten? Bovendien: wanneer je binnen een groep van drie of meer mensen minder afstand houdt dan 1,5 m, ben je strafbaar, ook als het maar een halve minuut duurt. We mogen aannemen dat het medisch beroepsgeheim van toepassing is, maar dat staat er ook weer niet bij.

Je ziet dus dat je volgens de coronacratie ook bij kortdurende contacten anderhalve meter afstand moet houden, terwijl bij het contactonderzoek ervan wordt uitgegaan dat er binnen een kwartier geen significante hoeveelheid virus kan worden overgedragen. Wie in nauw contact is geweest met een patiënt wordt niet vanzelf getest, maar moet wel veertien dagen thuis blijven. Is daar over nagedacht? Of is ook dit een gevalletje van niet testen maar pesten?

------
Het plaatje is van Coc van Duijn
Meer informatie op: http://cocvanduijn.nl/


© 2020 Paul Bordewijk meer Paul Bordewijk - meer "In de polder" -
Beschouwingen > In de polder
De onnavolgbare coronacratie Paul Bordewijk
1716BS Sinds half maart worden we in Nederland geregeerd door de coronacratie, een ondoorzichtig netwerk van een paar ministers, het RIVM, de GGD’en en de veiligheidsregio’s, althans de voorzitter van hun samenwerkingsverband. Ze zijn er zo druk mee dat ze de Wet Openbaarheid van Bestuur op eigen gezag maar even buiten werking hebben gezet. De coronacratie bemoeit zich tot in detail met ons dagelijks leven, bij voorbeeld door te bepalen dat we vanaf Tweede Pinksterdag 12 uur weer op een terrasje mochten zitten, maar geen minuut eerder. Wanneer we op een mooie dag met te veel mensen in het park zijn, worden we bestraffend toegesproken of sturen ze de BOA’s op ons af.

Nu is zoiets onvermijdelijk in een situatie waarin op korte termijn beslissingen moeten worden genomen inzake leven en dood, maar we mogen dan toch wel verwachten dat het duidelijk is wat het doel is van het beleid en dat het beleid consistent is. En daar ontbreekt het vaak aan. De maatregelen moeten mensen ook niet nodeloos in hun bewegingsvrijheid beperken.

Veel is al gezegd over de groepsimmuniteit, die door premier Rutte in zijn televisierede van 16 juni als doel van het beleid werd gepresenteerd. Twee dagen later moest men hier alweer op terugkomen, maar het maakte de waardering voor Ruttes ‘presidentiële’ rede er niet minder op. Het is nog steeds onduidelijk wat men nu wel wil: het virus zo min mogelijk kansen geven of de deur op een kier zetten om het virus gecontroleerd door de maatschappij te laten gaan en zo groepsimmuniteit op te bouwen. Rutte wil dat niet zeggen, maar op de site www.rivm.nl/coronavirus-covid-19/aanpak-bestrijding is de RIVM daar heel duidelijk over.

De maatregelen waren vooral gericht op het vermijden van besmetting door iedereen afstand te laten houden en veel minder op het tegengaan daarvan met mondkapjes en testen. Vooral wat betreft de mondkapjes week men opzichtig af van de meeste andere landen: we zagen Roemeense arbeidsmigranten, nadat zij het vliegtuig verlaten hadden, opgewekt hun mondkapjes afdoen. Volgens de huidige inzichten van het RIVM hebben gewone (chirurgische) mondkapjes voor de massa geen zin, ook niet in het openbaar vervoer en zijn andere mondkapjes te schaars om op grote schaal verkrijgbaar te stellen. Toch publiceerde het blad Risk Management in augustus 2010 een onderzoek naar de effectiviteit van chirurgische mondkapjes, waarbij geconstateerd werd dat ‘population-wide use of face masks could make an important contribution in delaying an influenza pandemic’. Tot de auteurs behoorden prof. Aura Timen en prof. Jacco Wallinga, die allebei sleutelfuncties vervullen bij het RIVM. Het artikel is ook niet teruggenomen.

RIVM-woordvoerder Van Dissel had echter een heel andere boodschap: mondkapjes bieden hooguit schijnveiligheid. Je proefde bij hem een soort emotionele afkeer. Dat er binnen de coronacratie zo’n weerstand heerst bleek ook uit allerlei praktijkverhalen van organisaties die niet aan mondkapjes konden komen om hun personeel te beschermen, of zelfs kritiek kregen van de GGD wanneer ze dat toch probeerden. Minister De Jonge zei daarentegen juist dat er voldoende beschermingsmiddelen beschikbaar waren, maar die leefde kennelijk in een papieren werkelijkheid.
Vooral de mensen in verpleeghuizen werden hier het slachtoffer van. Ze kwamen dagelijks in contact met verzorgers die niet getest werden en onvoldoende beschermingsmiddelen droegen en zo het virus overbrachten van de ene zieke bewoner op de andere. In plaats daarvan probeerde men de bewoners te beschermen door bezoek te verbieden. Niet testen maar pesten was kennelijk het devies.

Intussen zijn we een nieuwe fase ingegaan, waarbij op veel grotere schaal wordt getest en bron- en contactonderzoek wordt uitgevoerd. Hoe dat gaat wordt beschreven op https://lci.rivm.nl/COVID-19-bco. Wordt iemand positief getest, dan wordt hem gevraagd met wie hij in contact is geweest. Daarbij gaat het vooral om nauwe contacten, dat zijn mensen met wie de patiënt langer dan een kwartier op minder dan 1,5 m contact heeft gehad. Anders valt het risico op besmetting kennelijk wel mee.
Dat had ik wel eens eerder willen weten. Het risico doet zich dus voor als je naast iemand zit in een café, de trein of de schouwburg, of naast hem staat bij een demonstratie, maar niet wanneer je op straat langs iemand loopt. Je hoeft dan dus ook niet uit te wijken en niet bang te zijn als je de trein in- of uitstapt. Je hoeft ook niet bang te zijn in de supermarkt of een drukke straat, zolang iedereen maar in beweging blijft.

Zowel huisgenoten als directe contacten van patiënten kunnen worden getest, maar pas wanneer zij symptomen van de ziekte vertonen. Zonder die symptomen worden ze niet getest, maar wordt hun wel gevraagd veertien dagen thuis te blijven. Dat is nogal wat: de coronacratie vraagt je dus twee weken niet naar je werk te gaan, maar is nog te belazerd om je te testen. Ik zou in zo’n situatie altijd zeggen dat ik een klein pijntje in mijn keel voel, want dan word je wel getest. Wanneer het resultaat negatief was zou ik gewoon naar buiten gaan.
Maar anderen zullen minder eigengereid zijn. Voor hen heeft het dan hele nare consequenties om door een ander als nauw contact te worden aangemerkt. Moet je dat wel doen, of duurde dat gesprek geen zestien maar veertien minuten? Bovendien: wanneer je binnen een groep van drie of meer mensen minder afstand houdt dan 1,5 m, ben je strafbaar, ook als het maar een halve minuut duurt. We mogen aannemen dat het medisch beroepsgeheim van toepassing is, maar dat staat er ook weer niet bij.

Je ziet dus dat je volgens de coronacratie ook bij kortdurende contacten anderhalve meter afstand moet houden, terwijl bij het contactonderzoek ervan wordt uitgegaan dat er binnen een kwartier geen significante hoeveelheid virus kan worden overgedragen. Wie in nauw contact is geweest met een patiënt wordt niet vanzelf getest, maar moet wel veertien dagen thuis blijven. Is daar over nagedacht? Of is ook dit een gevalletje van niet testen maar pesten?

------
Het plaatje is van Coc van Duijn
Meer informatie op: http://cocvanduijn.nl/
© 2020 Paul Bordewijk
powered by CJ2