archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 17
Jaargang 17
2 juli 2020
Nummer 18 verschijnt op
3 september 2020
Beschouwingen > Een rustig mens delen printen terug
Het Indogevoel van Jeannette Bekker Willem Minderhout

0819BS Indo
Toen ik Jeannette Bekker, het meisje dat later de moeder van onze kinderen zou worden, leerde kennen had ik er geen idee van dat ze Indisch was. Dat ontdekte ik pas op het moment dat ik haar familie leerde kennen.
De ‘Indo-wereld’ speelde in ons dagelijks bestaan alleen een rol in het contact met de oudere generatie en een incidenteel bezoek aan de Pasar Malam. De laatste tijd trekt Jeannette echter steeds meer op met een groep Indo-collega’s en bij de laatste viering van de capitulatie van Japan bij het Indië-monument in Den Haag deed ze mee als vrijwilliger. Is mijn echtgenote op zoek naar het ‘Indogevoel’? Voor deze Familieleunstoel ging ik op onderzoek uit in eigen huis.

‘Ik ben als eerste van het gezin in Nederland geboren en zie er het minst ‘Indisch’ uit. Misschien moet ik eerst even uitleggen wat ‘Indisch’ is, want veel mensen weten het verschil niet tussen Indisch en Indonesisch. Indische Nederlander, of ‘Indo’ is kort voor ‘Indo-Europees’, een mengeling van Europese en Aziatische voorouders dus. Mijn beide grootvaders waren Nederlanders, ‘totoks’, die beiden met een half Javaans-Nederlandse vrouw zijn getrouwd. Van vaderskant was het een suikerplanter uit Tegal, van moederskant een officier bij de Gouvernementsmarine, (zie foto) die in Malang woonde. Van de Javaanse kant van de familie weet ik eigenlijk niets. Mijn vader vertelde wel allemaal verhalen dat zijn oma van Javaanse adel was en ook Arabisch bloed had. Mijn vader leek wel een beetje op een Arabier, hij noemde zichzelf altijd ‘de kameeldrijver’, dus misschien klopt het.'

'Het huwelijk van mijn ouders liep al vrij snel op de klippen toen ze in Nederland ‘gerepatrieerd’ waren. Je kunt natuurlijk nooit bewijzen dat dat zonder oorlog niet gebeurd zou zijn, maar het zal er ongetwijfeld aan hebben bijgedragen. Ze waren voor de oorlog allebei een goed leven gewend, maar na de oorlog waren ze alles kwijt. Vooral mijn vader heeft in de oorlog verschrikkelijke dingen meegemaakt. Hij had zeker een oorlogstrauma.'

'Mijn zus en ik werden eerst aan mijn moeder toegewezen. We woonden bij haar in Den Haag in de Dibbetsstraat. Zij was op dat moment echter totaal niet in staat om ons op te voeden, dus na een aantal jaren gingen we bij mijn vader en zijn nieuwe echtgenote wonen. Mijn vader was niet vaak thuis. Hij was landbouwkundig ingenieur en werkte veel in Afrika. Hij is zelfs nog tot koning gekroond in Ghana.'

'Omdat ik er zelf niet zo Indisch uitzie hoorde ik op straat de andere kinderen vaak over de Indo’s roddelen. Waarschijnlijk verhalen die ze van hun ouders hadden gehoord. Over die fles op de WC, bijvoorbeeld, waarmee Indo’s zich afspoelen, maar vooral over de kooklucht en dat ze zoveel herrie en muziek maken en dat het zo’n zootje is bij ze thuis. Die verhalen gingen over een ander gezin, maar ik herkende dat gezin wel als ‘Indisch’. Volgens mijn vader natuurlijk Indo’s van een veel lager allooi dan wij, maar toch. Ik trok me dat aan. Hoewel we zeker niet vies waren thuis, deed ik al snel extra wasjes voor mijn eigen kleren. Mensen konden me geen groter compliment geven dan dat mijn witte jurkje er zo netjes uitzag. Ik kan nog steeds niet tegen rommel. Misschien wel een vorm van overcompensatie.'
'De Indische gemeenschap is overigens alles behalve een eenheid. Het gevoel voor rangen en standen, vaak met een etnische component, was bij de oudere generatie scherp ontwikkeld. Hoe donkerder hoe lager op de sociale ladder. Toen de eerste Surinamers in Nederland kwamen hoorde ik veel Indo's afgeven op hun huidskleur. Dat zet je wel aan het denken.'

'Wat mij als kind verbijsterde bij de ‘Hollanders’ was dat ze, als je de hele dag samen had buiten gespeeld, alleen hun eigen kinderen limonade en een koekje gaven. Dan moest ik buiten blijven staan. Om over mee-eten nog maar te zwijgen. Het was bij ons volkomen vanzelfsprekend dat Jan en alleman bleef eten, maar bij hen was dat blijkbaar0819BS Opa Susan bij de Gouvernementsmarine een uitzonderlijke gunst, waar niet iedereen – en zeker niet zonder afspraak – voor in aanmerking kwam.'

'Thuis was de sfeer heel ‘Indisch’, al was het maar vanwege de kookkunst van mijn stiefmoeder. Op zondag kwamen vrienden en familie op bezoek en werden er tijdens het bridgen allerlei herinneringen opgehaald. De mentaliteit was: ‘niet zeuren, we zijn nu hier, aanpakken’. Maar je ving als kind wel steeds flarden op van allerlei prachtige, maar ook de meest verschrikkelijke verhalen. Al die flarden van herinneringen kenden nooit enige chronologie en samenhang, maar – vooral over die verschrikkelijke verhalen – je voelde dat je daar geen vragen over moest stellen.'

'Mijn vader vertelde wel eens dat hij als jongeman het hoofd van zijn moeder in zijn armen had gehad. Van dat beeld had ik nachtmerries en mijn vader ongetwijfeld ook. Oma zou iets in het verzet hebben gedaan en door de ‘Jappen’ zijn onthoofd, maar naar details durfde ik nooit te vragen. Mijn zus heeft me onlangs zo goed en kwaad als zij het weet vertelt dat oma een soort’ penningmeester’ van een verzetsgroep was en door de Kempetai, de Japanse geheime politie, is gearresteerd en onthoofd.'

'De laatste tijd ben ik me meer en meer gaan realiseren dat dat een algemeen kenmerk is van ons, tweede generatie, Indo’s. Wij durfden nooit te vragen hoe het nu echt allemaal gegaan was. Dat trekt me zo aan in een roman als ‘Asta’s Ogen’. De schrijfster Eveline Stoel heeft het zwijgen van haar Indische schoonfamilie doorbroken en al die flarden en scherven tot een samenhangend verhaal gemaakt.'

'Opvallend was dat het verhaal van Theodor Holman bij de viering van de capitulatie van Japan daar ook over ging. Ook hij durfde nooit door te vragen. Zijn dochter heeft nu die hele familiegeschiedenis gereconstrueerd en daar was hij, hoewel hij aanvankelijk van plan was om het maar helemaal te vergeten, heel erg blij mee. Eigenlijk zou ik dat ook moeten doen. Ik praat er de laatste tijd wel regelmatig over met mijn oudere zus Ellen. Zij weet wel veel meer dan ik, maar ook lang niet alles.'

'Bij onze ‘Indo-gang’, een groep collega’s waar ik regelmatig even mee de stad in trek, herken ik dat gevoel van de tweede generatie. We zijn allemaal volkomen Nederlands, maar hebben toch ook dat specifiek Indische, of we dat nou willen of niet.’

'Ik weet niet of onze kinderen nog veel belangstelling hebben voor hun Indische wortels. Ze vinden het wel interessant. Zoon Max ziet er echt uit als een Indootje, een knap charmant ventje, maar van onze even knappe en charmante dochters moet je het echt weten, want anders zie je het niet. Ze zijn niet opgegroeid met die verhalen van tempo doeloe en oorlog, dus het zal wel bij een vage belangstelling blijven.'

'Ik train en coach werknemers met een handicap en daaronder bevinden zich vrij veel allochtonen. Ik weiger ze als zielig te beschouwen en ik probeer ze zelfvertrouwen te geven. Ik denk aan al die Indo’s die ondanks alle pijn en verdriet de schouders er onder hebben gezet. We zijn allemaal Nederlanders, niet zeuren, doorzetten, dan kom je er wel. Al blijft je verleden natuurlijk altijd een deel van jezelf.'

----------------
Tijdens de laatste redactieslag vond ik tot grote verbazing van Jeannette de bij dit artikel geplaatste foto van haar opa, 1e off. GM Ch.H.J. Susan, tijdens een potje bridge op de s.s. Sirius in de buurt van Ambon: http://www.maritiemdigitaal.nl/index.cfm?event=search.getdetail&id=120120143

Eveline Stoel: Asta's Ogen:  http://www.nrclux.nl/Astas-ogen-Eveline-Stoel/nl/product/281271    
****************************
De Leunstoel wordt uitgegeven door:
Het Genootschap De Leunstoel.
Word lid! Ga naar: www.deleunstoel.nl/colofon.php


© 2011 Willem Minderhout meer Willem Minderhout - meer "Een rustig mens" -
Beschouwingen > Een rustig mens
Het Indogevoel van Jeannette Bekker Willem Minderhout
0819BS Indo
Toen ik Jeannette Bekker, het meisje dat later de moeder van onze kinderen zou worden, leerde kennen had ik er geen idee van dat ze Indisch was. Dat ontdekte ik pas op het moment dat ik haar familie leerde kennen.
De ‘Indo-wereld’ speelde in ons dagelijks bestaan alleen een rol in het contact met de oudere generatie en een incidenteel bezoek aan de Pasar Malam. De laatste tijd trekt Jeannette echter steeds meer op met een groep Indo-collega’s en bij de laatste viering van de capitulatie van Japan bij het Indië-monument in Den Haag deed ze mee als vrijwilliger. Is mijn echtgenote op zoek naar het ‘Indogevoel’? Voor deze Familieleunstoel ging ik op onderzoek uit in eigen huis.

‘Ik ben als eerste van het gezin in Nederland geboren en zie er het minst ‘Indisch’ uit. Misschien moet ik eerst even uitleggen wat ‘Indisch’ is, want veel mensen weten het verschil niet tussen Indisch en Indonesisch. Indische Nederlander, of ‘Indo’ is kort voor ‘Indo-Europees’, een mengeling van Europese en Aziatische voorouders dus. Mijn beide grootvaders waren Nederlanders, ‘totoks’, die beiden met een half Javaans-Nederlandse vrouw zijn getrouwd. Van vaderskant was het een suikerplanter uit Tegal, van moederskant een officier bij de Gouvernementsmarine, (zie foto) die in Malang woonde. Van de Javaanse kant van de familie weet ik eigenlijk niets. Mijn vader vertelde wel allemaal verhalen dat zijn oma van Javaanse adel was en ook Arabisch bloed had. Mijn vader leek wel een beetje op een Arabier, hij noemde zichzelf altijd ‘de kameeldrijver’, dus misschien klopt het.'

'Het huwelijk van mijn ouders liep al vrij snel op de klippen toen ze in Nederland ‘gerepatrieerd’ waren. Je kunt natuurlijk nooit bewijzen dat dat zonder oorlog niet gebeurd zou zijn, maar het zal er ongetwijfeld aan hebben bijgedragen. Ze waren voor de oorlog allebei een goed leven gewend, maar na de oorlog waren ze alles kwijt. Vooral mijn vader heeft in de oorlog verschrikkelijke dingen meegemaakt. Hij had zeker een oorlogstrauma.'

'Mijn zus en ik werden eerst aan mijn moeder toegewezen. We woonden bij haar in Den Haag in de Dibbetsstraat. Zij was op dat moment echter totaal niet in staat om ons op te voeden, dus na een aantal jaren gingen we bij mijn vader en zijn nieuwe echtgenote wonen. Mijn vader was niet vaak thuis. Hij was landbouwkundig ingenieur en werkte veel in Afrika. Hij is zelfs nog tot koning gekroond in Ghana.'

'Omdat ik er zelf niet zo Indisch uitzie hoorde ik op straat de andere kinderen vaak over de Indo’s roddelen. Waarschijnlijk verhalen die ze van hun ouders hadden gehoord. Over die fles op de WC, bijvoorbeeld, waarmee Indo’s zich afspoelen, maar vooral over de kooklucht en dat ze zoveel herrie en muziek maken en dat het zo’n zootje is bij ze thuis. Die verhalen gingen over een ander gezin, maar ik herkende dat gezin wel als ‘Indisch’. Volgens mijn vader natuurlijk Indo’s van een veel lager allooi dan wij, maar toch. Ik trok me dat aan. Hoewel we zeker niet vies waren thuis, deed ik al snel extra wasjes voor mijn eigen kleren. Mensen konden me geen groter compliment geven dan dat mijn witte jurkje er zo netjes uitzag. Ik kan nog steeds niet tegen rommel. Misschien wel een vorm van overcompensatie.'
'De Indische gemeenschap is overigens alles behalve een eenheid. Het gevoel voor rangen en standen, vaak met een etnische component, was bij de oudere generatie scherp ontwikkeld. Hoe donkerder hoe lager op de sociale ladder. Toen de eerste Surinamers in Nederland kwamen hoorde ik veel Indo's afgeven op hun huidskleur. Dat zet je wel aan het denken.'

'Wat mij als kind verbijsterde bij de ‘Hollanders’ was dat ze, als je de hele dag samen had buiten gespeeld, alleen hun eigen kinderen limonade en een koekje gaven. Dan moest ik buiten blijven staan. Om over mee-eten nog maar te zwijgen. Het was bij ons volkomen vanzelfsprekend dat Jan en alleman bleef eten, maar bij hen was dat blijkbaar0819BS Opa Susan bij de Gouvernementsmarine een uitzonderlijke gunst, waar niet iedereen – en zeker niet zonder afspraak – voor in aanmerking kwam.'

'Thuis was de sfeer heel ‘Indisch’, al was het maar vanwege de kookkunst van mijn stiefmoeder. Op zondag kwamen vrienden en familie op bezoek en werden er tijdens het bridgen allerlei herinneringen opgehaald. De mentaliteit was: ‘niet zeuren, we zijn nu hier, aanpakken’. Maar je ving als kind wel steeds flarden op van allerlei prachtige, maar ook de meest verschrikkelijke verhalen. Al die flarden van herinneringen kenden nooit enige chronologie en samenhang, maar – vooral over die verschrikkelijke verhalen – je voelde dat je daar geen vragen over moest stellen.'

'Mijn vader vertelde wel eens dat hij als jongeman het hoofd van zijn moeder in zijn armen had gehad. Van dat beeld had ik nachtmerries en mijn vader ongetwijfeld ook. Oma zou iets in het verzet hebben gedaan en door de ‘Jappen’ zijn onthoofd, maar naar details durfde ik nooit te vragen. Mijn zus heeft me onlangs zo goed en kwaad als zij het weet vertelt dat oma een soort’ penningmeester’ van een verzetsgroep was en door de Kempetai, de Japanse geheime politie, is gearresteerd en onthoofd.'

'De laatste tijd ben ik me meer en meer gaan realiseren dat dat een algemeen kenmerk is van ons, tweede generatie, Indo’s. Wij durfden nooit te vragen hoe het nu echt allemaal gegaan was. Dat trekt me zo aan in een roman als ‘Asta’s Ogen’. De schrijfster Eveline Stoel heeft het zwijgen van haar Indische schoonfamilie doorbroken en al die flarden en scherven tot een samenhangend verhaal gemaakt.'

'Opvallend was dat het verhaal van Theodor Holman bij de viering van de capitulatie van Japan daar ook over ging. Ook hij durfde nooit door te vragen. Zijn dochter heeft nu die hele familiegeschiedenis gereconstrueerd en daar was hij, hoewel hij aanvankelijk van plan was om het maar helemaal te vergeten, heel erg blij mee. Eigenlijk zou ik dat ook moeten doen. Ik praat er de laatste tijd wel regelmatig over met mijn oudere zus Ellen. Zij weet wel veel meer dan ik, maar ook lang niet alles.'

'Bij onze ‘Indo-gang’, een groep collega’s waar ik regelmatig even mee de stad in trek, herken ik dat gevoel van de tweede generatie. We zijn allemaal volkomen Nederlands, maar hebben toch ook dat specifiek Indische, of we dat nou willen of niet.’

'Ik weet niet of onze kinderen nog veel belangstelling hebben voor hun Indische wortels. Ze vinden het wel interessant. Zoon Max ziet er echt uit als een Indootje, een knap charmant ventje, maar van onze even knappe en charmante dochters moet je het echt weten, want anders zie je het niet. Ze zijn niet opgegroeid met die verhalen van tempo doeloe en oorlog, dus het zal wel bij een vage belangstelling blijven.'

'Ik train en coach werknemers met een handicap en daaronder bevinden zich vrij veel allochtonen. Ik weiger ze als zielig te beschouwen en ik probeer ze zelfvertrouwen te geven. Ik denk aan al die Indo’s die ondanks alle pijn en verdriet de schouders er onder hebben gezet. We zijn allemaal Nederlanders, niet zeuren, doorzetten, dan kom je er wel. Al blijft je verleden natuurlijk altijd een deel van jezelf.'

----------------
Tijdens de laatste redactieslag vond ik tot grote verbazing van Jeannette de bij dit artikel geplaatste foto van haar opa, 1e off. GM Ch.H.J. Susan, tijdens een potje bridge op de s.s. Sirius in de buurt van Ambon: http://www.maritiemdigitaal.nl/index.cfm?event=search.getdetail&id=120120143

Eveline Stoel: Asta's Ogen:  http://www.nrclux.nl/Astas-ogen-Eveline-Stoel/nl/product/281271    
****************************
De Leunstoel wordt uitgegeven door:
Het Genootschap De Leunstoel.
Word lid! Ga naar: www.deleunstoel.nl/colofon.php
© 2011 Willem Minderhout
powered by CJ2