archiefvorig nr.lopend nr.

Beschouwingen > Het leven zelf delen printen terug
Het regent rijp talent Jacky Bax

1111BS Geraniums
Alweer maanden geleden begon ik aan een column met als titel “het regent rijp talent”.
Die ging als volgt:
Recente flarden van gesprekken, gehoord op feestjes, borrels, straat, werk, in tram en trein:
‘... wegens de kosten toen maar mijn studio opgegeven en werk nu thuis...’
‘... iedereen moest opnieuw solliciteren. Ze zijn nu bezig met de plaatsing van de managers ...’
‘... verhuurt de benedenkamer, want anders is het huis te duur...’
‘... hoorde opeens dat er volgend jaar een reorganisatie komt. Alles gaat op de schop. Ze willen flink snijden...’

en verder .......
‘… moesten toch drie mensen van het bureau ontslaan. Niet leuk ...’
‘... wel een goede regeling aangeboden gekregen. Dat is nog een geluk in deze tijd ... ‘
‘... wil zo’n slopend jaar niet nog eens meemaken. Reken nu uit wanneer ik kan stoppen ...’
‘... de kantoorruimte wordt steeds leger. Vreemde gewaarwording ...’
‘... dus maar nieuwe concepten bedenken. Of een heel ander beroep uitproberen ...’
‘... hier werkte een hele afdeling. Is nu wegbezuinigd ...’
‘... gekeken hoe groot mijn pensioengat is ...’

Stilletjes en ongemerkt voltrekt zich om mij heen een ‘shake-out’ onder de vijftigplussers. Ineens zit rijp talent op de bank, achter de geraniums. Hoeveel euro’s kost dat aan niet geïncasseerde winst door onbenut talent? Hoe verarmd raakt ons systeem door het wegvloeien van ervaring, creatieve en zakelijke kracht? ......”
Hier stokte ik steeds met mijn column: ik kon geen pointe vinden. Schreef daarom een vriend of hij me wilde helpen. Hij antwoordde: “Ik lees veel somberheid. Dat kunnen misschien maar weinig mensen verteren. Zou het helpen als je elke gespreksflard voorzag van een perceptie vanuit een andere invalshoek? Bijvoorbeeld achter ‘kamer verhuurd’: die kamer stond toch leeg en nu woont er een rustige nerd”?

Daar moest ik om glimlachen. Inderdaad, veel licht en luchtigheid zat er nog niet in mijn tekst. En is er niet een scala aan uitdrukkingen en spreekwoorden die de menselijke levenservaringen van twee kanten weergeven, van wit en zwart, opgang en neergang, geluk en droefenis? Zoals:
- het glas halfvol en het glas halfleeg
- waar God een deur sluit, opent hij een raam
- na regen komt zonneschijn.

In de uitgave ‘Warum wir Gut und Böse sind’, een nummer van het Duitse populair-wetenschappelijke blad ‘Geo kompakt’, vond ik een artikel over de macht van het optimisme, het vertrouwen dat ontwikkelingen zich ten goede keren.
Volgens het artikel zijn verreweg de meeste mensen optimisten; in Duitsland zou zelfs 90% de toekomst blijmoedig tegemoet zien. En deze grote groep mensen heeft het voordeel van de zogenoemde ‘Dynamo van het optimisme’: als je vol vertrouwen bent over jezelf en je toekomst, handel je ook zo, wat succes oplevert, wat weer je vertrouwen versterkt.
Optimisten leven ook langer, vinden stress en concurrentie eerder prikkelend dan afmattend en hebben eigenlijk maar één nadeel: ze kunnen te onvoorzichtig zijn, bijvoorbeeld met hun geld. En het goede nieuws voor pessimisten is: ook zij kunnen met training zichzelf ombouwen tot optimisten.

Dus vroeg ik me af: Ben ik gewoon een sombermans, die de recessie te zwart beleeft en alleen de schaduwzijden ziet? Gooien al die getroffenen van de banenkrimp na een tijd de schakel om, gaan welgemoed op zoek of passen zich aan? Heb ik dat stuk van het verhaal in mijn waarneming gewoon gemist?

Geïntrigeerd door deze denkknoop heb ik de laatste maanden veel gelezen en beluisterd over arbeidsmarktontwikkelingen. Hoe meer ik weet, hoe ingewikkelder ik het vind. Niemand kan precies aangeven hoe de arbeidsmarkt zich gaat ontwikkelen en wat de enige echte oplossing is om werkloosheid te bestrijden. Vele krachten werken er op in, vooral ook internationale. Wel duidelijk is dat het morgen niet meer zal zijn als gisteren, en dat 40 jaar bij dezelfde baas straks niet meer voorkomt.

Ik trof ook een intrigerend artikel van de socioloog en journalist Jurre van den Berg aan, die beschrijft hoe jongeren in een spagaat komen tussen hun cultuur, waarin je ‘jezelf als merk’ moet neerzetten en hun ervaring dat het erg lastig is een baantje of een ervaringsplek te vinden. Jongeren zien dat niet als het systeemprobleem dat er te weinig werk is, maar als een bewijs dat zij een ‘loser’ zijn. Ze verenigen zich niet, gaan niet in verzet tegen de economische verhoudingen die hun geen plek gunnen, maar lijden in hun eigen gemoed aan wat Van den Berg noemt ‘de veldslag tussen ambitie en realiteit’.

En hoe is dat voor rijp talent? De auteur Frits Prakke beschrijft de verouderingsfuik, die inhoudt dat ouderwetse bedrijven werknemers boven de 55 eigenlijk geen nieuwe uitdagingen meer bieden, terwijl uit onderzoek is gebleken dat werknemers van àlle leeftijden na een jaar of zes in dezelfde baan aan effectiviteit inboeten en dus een nieuwe leerervaring nodig hebben. Ook het Centraal Planbureau concludeert uit onderzoek naar ‘skills’ dat oudere werknemers vaker routineus werk krijgen met weinig perspectief. Tussen de regels lees ik dat dat is omdat organisaties investeren in deze werknemers niet meer zinvol vinden, maar werknemers zelf evenmin. Het plaatje verschilt overigens wel naar opleidingsniveau.
Prakke ziet dit fenomeen als bewuste verwaarlozing met grote economische en sociaal-psychologische gevolgen. ‘Het gaat om hele en halve depressief gemaakte generaties van underachievers’, schrijft hij.
Om mij heen hoor ik steeds opnieuw gevallen van mensen die dertig jaar of meer prima hebben gefunctioneerd en beoordeeld zijn en opeens, tot hun verbijstering, te horen krijgen dat ze dysfunctioneren. Dan volgt een pijnlijk en vaak juridisch proces, een regeling en het einde van betaald werk. Dat is de tweede ‘veldslag tussen ambitie en realiteit’ zou je kunnen zeggen.

Ironisch genoeg moeten we allemaal langer werken, niet alleen uit financiële overwegingen, maar ook omdat er op termijn arbeidskrapte gaat komen.
Voorbeelden dat het kan, zijn er al genoeg. Staan niet de Rolling Stones al eeuwig op het podium te springen? En werken niet hoogleraren emeriti altijd weer aan een volgende publikatie?
Ik moet ook geregeld denken aan mijn moeder, die na het kinderen opvoeden een nieuwe opleiding deed en rond haar vijftigste met een nieuwe baan begon. Werkzaam bij een stichting wist ze door taaiheid en onderhandelen de pensioenleeftijd gewoon over te slaan. Haar baan hield pas op haar tachtigste op, doordat ze een hersenbloeding kreeg.
Maar één vogel maakt nog geen lente. Vooralsnog is het crisis en gaat de ‘shake-out’ gewoon door.

Het voorjaar breekt weer aan. Nu de dagen lengen, er frisse blaadjes verschijnen en vogelgefluit aanzwelt, wil ik even niet meer somber zijn.
Ik besluit dat de crisis twee niveaus heeft: die van Nederland en Europa, de arbeidsmarkt en de economie als het ene niveau, en die van de individuele beleving als het andere niveau.
De kunst is misschien wel om somber te kunnen zijn over de algemene toestand en toch elke dag weer optimistisch het eigen lot en het leven te omarmen.
Hoe oud moet je zijn om dat te kunnen leren?

---------------
De tekening is van Annemiek Meijer


© 2014 Jacky Bax meer Jacky Bax - meer "Het leven zelf"
Beschouwingen > Het leven zelf
Het regent rijp talent Jacky Bax
1111BS Geraniums
Alweer maanden geleden begon ik aan een column met als titel “het regent rijp talent”.
Die ging als volgt:
Recente flarden van gesprekken, gehoord op feestjes, borrels, straat, werk, in tram en trein:
‘... wegens de kosten toen maar mijn studio opgegeven en werk nu thuis...’
‘... iedereen moest opnieuw solliciteren. Ze zijn nu bezig met de plaatsing van de managers ...’
‘... verhuurt de benedenkamer, want anders is het huis te duur...’
‘... hoorde opeens dat er volgend jaar een reorganisatie komt. Alles gaat op de schop. Ze willen flink snijden...’

en verder .......
‘… moesten toch drie mensen van het bureau ontslaan. Niet leuk ...’
‘... wel een goede regeling aangeboden gekregen. Dat is nog een geluk in deze tijd ... ‘
‘... wil zo’n slopend jaar niet nog eens meemaken. Reken nu uit wanneer ik kan stoppen ...’
‘... de kantoorruimte wordt steeds leger. Vreemde gewaarwording ...’
‘... dus maar nieuwe concepten bedenken. Of een heel ander beroep uitproberen ...’
‘... hier werkte een hele afdeling. Is nu wegbezuinigd ...’
‘... gekeken hoe groot mijn pensioengat is ...’

Stilletjes en ongemerkt voltrekt zich om mij heen een ‘shake-out’ onder de vijftigplussers. Ineens zit rijp talent op de bank, achter de geraniums. Hoeveel euro’s kost dat aan niet geïncasseerde winst door onbenut talent? Hoe verarmd raakt ons systeem door het wegvloeien van ervaring, creatieve en zakelijke kracht? ......”
Hier stokte ik steeds met mijn column: ik kon geen pointe vinden. Schreef daarom een vriend of hij me wilde helpen. Hij antwoordde: “Ik lees veel somberheid. Dat kunnen misschien maar weinig mensen verteren. Zou het helpen als je elke gespreksflard voorzag van een perceptie vanuit een andere invalshoek? Bijvoorbeeld achter ‘kamer verhuurd’: die kamer stond toch leeg en nu woont er een rustige nerd”?

Daar moest ik om glimlachen. Inderdaad, veel licht en luchtigheid zat er nog niet in mijn tekst. En is er niet een scala aan uitdrukkingen en spreekwoorden die de menselijke levenservaringen van twee kanten weergeven, van wit en zwart, opgang en neergang, geluk en droefenis? Zoals:
- het glas halfvol en het glas halfleeg
- waar God een deur sluit, opent hij een raam
- na regen komt zonneschijn.

In de uitgave ‘Warum wir Gut und Böse sind’, een nummer van het Duitse populair-wetenschappelijke blad ‘Geo kompakt’, vond ik een artikel over de macht van het optimisme, het vertrouwen dat ontwikkelingen zich ten goede keren.
Volgens het artikel zijn verreweg de meeste mensen optimisten; in Duitsland zou zelfs 90% de toekomst blijmoedig tegemoet zien. En deze grote groep mensen heeft het voordeel van de zogenoemde ‘Dynamo van het optimisme’: als je vol vertrouwen bent over jezelf en je toekomst, handel je ook zo, wat succes oplevert, wat weer je vertrouwen versterkt.
Optimisten leven ook langer, vinden stress en concurrentie eerder prikkelend dan afmattend en hebben eigenlijk maar één nadeel: ze kunnen te onvoorzichtig zijn, bijvoorbeeld met hun geld. En het goede nieuws voor pessimisten is: ook zij kunnen met training zichzelf ombouwen tot optimisten.

Dus vroeg ik me af: Ben ik gewoon een sombermans, die de recessie te zwart beleeft en alleen de schaduwzijden ziet? Gooien al die getroffenen van de banenkrimp na een tijd de schakel om, gaan welgemoed op zoek of passen zich aan? Heb ik dat stuk van het verhaal in mijn waarneming gewoon gemist?

Geïntrigeerd door deze denkknoop heb ik de laatste maanden veel gelezen en beluisterd over arbeidsmarktontwikkelingen. Hoe meer ik weet, hoe ingewikkelder ik het vind. Niemand kan precies aangeven hoe de arbeidsmarkt zich gaat ontwikkelen en wat de enige echte oplossing is om werkloosheid te bestrijden. Vele krachten werken er op in, vooral ook internationale. Wel duidelijk is dat het morgen niet meer zal zijn als gisteren, en dat 40 jaar bij dezelfde baas straks niet meer voorkomt.

Ik trof ook een intrigerend artikel van de socioloog en journalist Jurre van den Berg aan, die beschrijft hoe jongeren in een spagaat komen tussen hun cultuur, waarin je ‘jezelf als merk’ moet neerzetten en hun ervaring dat het erg lastig is een baantje of een ervaringsplek te vinden. Jongeren zien dat niet als het systeemprobleem dat er te weinig werk is, maar als een bewijs dat zij een ‘loser’ zijn. Ze verenigen zich niet, gaan niet in verzet tegen de economische verhoudingen die hun geen plek gunnen, maar lijden in hun eigen gemoed aan wat Van den Berg noemt ‘de veldslag tussen ambitie en realiteit’.

En hoe is dat voor rijp talent? De auteur Frits Prakke beschrijft de verouderingsfuik, die inhoudt dat ouderwetse bedrijven werknemers boven de 55 eigenlijk geen nieuwe uitdagingen meer bieden, terwijl uit onderzoek is gebleken dat werknemers van àlle leeftijden na een jaar of zes in dezelfde baan aan effectiviteit inboeten en dus een nieuwe leerervaring nodig hebben. Ook het Centraal Planbureau concludeert uit onderzoek naar ‘skills’ dat oudere werknemers vaker routineus werk krijgen met weinig perspectief. Tussen de regels lees ik dat dat is omdat organisaties investeren in deze werknemers niet meer zinvol vinden, maar werknemers zelf evenmin. Het plaatje verschilt overigens wel naar opleidingsniveau.
Prakke ziet dit fenomeen als bewuste verwaarlozing met grote economische en sociaal-psychologische gevolgen. ‘Het gaat om hele en halve depressief gemaakte generaties van underachievers’, schrijft hij.
Om mij heen hoor ik steeds opnieuw gevallen van mensen die dertig jaar of meer prima hebben gefunctioneerd en beoordeeld zijn en opeens, tot hun verbijstering, te horen krijgen dat ze dysfunctioneren. Dan volgt een pijnlijk en vaak juridisch proces, een regeling en het einde van betaald werk. Dat is de tweede ‘veldslag tussen ambitie en realiteit’ zou je kunnen zeggen.

Ironisch genoeg moeten we allemaal langer werken, niet alleen uit financiële overwegingen, maar ook omdat er op termijn arbeidskrapte gaat komen.
Voorbeelden dat het kan, zijn er al genoeg. Staan niet de Rolling Stones al eeuwig op het podium te springen? En werken niet hoogleraren emeriti altijd weer aan een volgende publikatie?
Ik moet ook geregeld denken aan mijn moeder, die na het kinderen opvoeden een nieuwe opleiding deed en rond haar vijftigste met een nieuwe baan begon. Werkzaam bij een stichting wist ze door taaiheid en onderhandelen de pensioenleeftijd gewoon over te slaan. Haar baan hield pas op haar tachtigste op, doordat ze een hersenbloeding kreeg.
Maar één vogel maakt nog geen lente. Vooralsnog is het crisis en gaat de ‘shake-out’ gewoon door.

Het voorjaar breekt weer aan. Nu de dagen lengen, er frisse blaadjes verschijnen en vogelgefluit aanzwelt, wil ik even niet meer somber zijn.
Ik besluit dat de crisis twee niveaus heeft: die van Nederland en Europa, de arbeidsmarkt en de economie als het ene niveau, en die van de individuele beleving als het andere niveau.
De kunst is misschien wel om somber te kunnen zijn over de algemene toestand en toch elke dag weer optimistisch het eigen lot en het leven te omarmen.
Hoe oud moet je zijn om dat te kunnen leren?

---------------
De tekening is van Annemiek Meijer
© 2014 Jacky Bax
powered by CJ2