archiefvorig nr.lopend nr.

Beschouwingen > Het leven zelf delen printen terug
Boom; over anticyclisch kerst vieren Rebecca van Putten

1005BS Boom
Met het kerstfeest heb ik een ietwat schizofrene relatie. Dat zit zo. Van huis uit ben ik opgevoed met het idee dat kerstmis een vuig, kapitalistisch feest is met teveel vreten, en overdaad en luxe. En dan pas je je aan natuurlijk.

Wel werd er eens in de zoveel jaar, na lang zeuren van mijn kant, want stiekem hield ik wel van het kerstfeest, een dennenboom in de kamer neergezet. In die boom werden zelf gefabriceerde papieren engeltjes gehangen en rieten frutsels uit de derdewereldwinkel. Ook gebruikten wij geen elektrische lampjes, daar was mijn moeder fel op tegen, maar echte kaarsjes op een metalen klemmetje. Dat zorgde menigmaal voor een overspannen sfeer. Zodra de vlam in de kaarsen was gejaagd keek iedereen met één oog naar zijn bord en met het andere werd de boom nauwlettend in de gaten gehouden. Zodra het geluid van een schroeiende tak hoorbaar werd sprong mijn vader als een volleerde brandweerman van zijn stoel en doofde behendig de beginnende brand met de spons uit de emmer water die al paraat stond.

Toen ik met mijn vriend ging samenwonen wilde ik dan ook per se een kitschboom. In die boom moesten zoveel mogelijk glimmende vogeltjes, bellen en trompetten worden gehangen. Ook wilde ik elektrische lichtjes in alle kleuren van de regenboog. En kransjes, veel kransjes, en roodwitte wandelstokken die ik in de Engelse winkel had gekocht. Toen ik klaar was met het optuigen van de boom zag ie eruit als het kunstwerk van een artiest die vergeten was de dagelijkse portie antipsychotica in te nemen. Maar ik was blij. Mijn eerste echte kerstboom.

Nu wilde het ongelukkige toeval dat in de tijd dat ik die boom wenste, dat in mijn kringen niet salonfähig was. Een kerstboom was zooo burgerlijk. Zodra mijn vrienden op bezoek kwamen schoot ik na hun 'Jezus, wat heb jij nou weer!'- opmerking in de 'onverzettelijk' modus. Het was mijn boom en als het ze niet beviel was daar het gat van de deur. Ondertussen voelde ik me heel erg onzeker en eigenlijk vreselijk voor lul staan. Onterecht, bleek achteraf. Na mij aanvankelijk keihard uitgelachen te hebben bleven ze rond de feestdagen steeds langer hangen. Als de lichtjes in de boom nog niet aan waren vroegen ze schoorvoetend of dat alsnog kon want dat was zo 'gezellig'. Tot ze uiteindelijk toegaven dat het toch wel heel erg leuk was, zo'n boom. Zo werd ik een taboedoorbrekende trendsetter op het gebied der kerstversierselen.

Jaren later draaiden de rollen om. Mijn uitlachvrienden hadden een gezin en bij een gezin hoort een kerstboom. Tegen die tijd bliefde ik opeens niet meer. Nu moest ik me weer verdedigen tegen de 'Hee, heb jij geen boom?!'-opmerkingen. Met dezelfde onverzettelijkheid waarmee ik destijds mijn boom had verdedigd, verdedigde ik nu mijn niet-boom. Als ik ze nog eens fijntjes herinnerde aan de tijd dat ze mij maar een burgertrutje vonden met mijn boom met kransjes werd dat met kracht tegengesproken. Dat was helemaal niet waar! Ze hadden kerstbomen altijd leuk gevonden! Mijn rol als als trendsetter op kerstgebied verdween al uit de geschiedenisboeken voor hij er ooit in had gestaan.

Wat ik wel heb ontdekt over mezelf na al dat draaikonten rond de kerstboom is dat ik een snob ben. Het valt niet langer te ontkennen. Of het nu om kunst, muziek, boeken, films of kerstbomen gaat: zodra iedereen iets leuk vindt wil ik er niets van weten. Zeggen 100 mensen tegen mij dat ik die en die film absoluut moet zien, dan weet ik dat ik die film nooit zal zien. Zo ging het ook met de kerstboom, hoewel de liefde nog sluimerend aanwezig is.

Mocht ik heel oud worden dan hoop ik dat de kerstboom helemaal uit de mode is. Het beeld staat me al voor ogen. Dan wil ik een boom behangen met zelf gefabriceerde papieren engelen en rieten frutsels uit de derdewereldwinkel. En echte kaarsjes en een emmer water met een spons erin om een beginnende brand fluks te kunnen blussen. Mochten jullie in 2045 rond de kerstdagen langs een bejaardenhuis lopen en daar achter een raam een punkig oud dametje zien zitten met een koptelefoon op naast een flink fikkende kerstboom, dan ben ik dat dus. Als de versierde dennenboom tegen die tijd niet trendy is uiteraard.
 
************************
De tekening is van Elène Klaren


© 2012 Rebecca van Putten meer Rebecca van Putten - meer "Het leven zelf"
Beschouwingen > Het leven zelf
Boom; over anticyclisch kerst vieren Rebecca van Putten
1005BS Boom
Met het kerstfeest heb ik een ietwat schizofrene relatie. Dat zit zo. Van huis uit ben ik opgevoed met het idee dat kerstmis een vuig, kapitalistisch feest is met teveel vreten, en overdaad en luxe. En dan pas je je aan natuurlijk.

Wel werd er eens in de zoveel jaar, na lang zeuren van mijn kant, want stiekem hield ik wel van het kerstfeest, een dennenboom in de kamer neergezet. In die boom werden zelf gefabriceerde papieren engeltjes gehangen en rieten frutsels uit de derdewereldwinkel. Ook gebruikten wij geen elektrische lampjes, daar was mijn moeder fel op tegen, maar echte kaarsjes op een metalen klemmetje. Dat zorgde menigmaal voor een overspannen sfeer. Zodra de vlam in de kaarsen was gejaagd keek iedereen met één oog naar zijn bord en met het andere werd de boom nauwlettend in de gaten gehouden. Zodra het geluid van een schroeiende tak hoorbaar werd sprong mijn vader als een volleerde brandweerman van zijn stoel en doofde behendig de beginnende brand met de spons uit de emmer water die al paraat stond.

Toen ik met mijn vriend ging samenwonen wilde ik dan ook per se een kitschboom. In die boom moesten zoveel mogelijk glimmende vogeltjes, bellen en trompetten worden gehangen. Ook wilde ik elektrische lichtjes in alle kleuren van de regenboog. En kransjes, veel kransjes, en roodwitte wandelstokken die ik in de Engelse winkel had gekocht. Toen ik klaar was met het optuigen van de boom zag ie eruit als het kunstwerk van een artiest die vergeten was de dagelijkse portie antipsychotica in te nemen. Maar ik was blij. Mijn eerste echte kerstboom.

Nu wilde het ongelukkige toeval dat in de tijd dat ik die boom wenste, dat in mijn kringen niet salonfähig was. Een kerstboom was zooo burgerlijk. Zodra mijn vrienden op bezoek kwamen schoot ik na hun 'Jezus, wat heb jij nou weer!'- opmerking in de 'onverzettelijk' modus. Het was mijn boom en als het ze niet beviel was daar het gat van de deur. Ondertussen voelde ik me heel erg onzeker en eigenlijk vreselijk voor lul staan. Onterecht, bleek achteraf. Na mij aanvankelijk keihard uitgelachen te hebben bleven ze rond de feestdagen steeds langer hangen. Als de lichtjes in de boom nog niet aan waren vroegen ze schoorvoetend of dat alsnog kon want dat was zo 'gezellig'. Tot ze uiteindelijk toegaven dat het toch wel heel erg leuk was, zo'n boom. Zo werd ik een taboedoorbrekende trendsetter op het gebied der kerstversierselen.

Jaren later draaiden de rollen om. Mijn uitlachvrienden hadden een gezin en bij een gezin hoort een kerstboom. Tegen die tijd bliefde ik opeens niet meer. Nu moest ik me weer verdedigen tegen de 'Hee, heb jij geen boom?!'-opmerkingen. Met dezelfde onverzettelijkheid waarmee ik destijds mijn boom had verdedigd, verdedigde ik nu mijn niet-boom. Als ik ze nog eens fijntjes herinnerde aan de tijd dat ze mij maar een burgertrutje vonden met mijn boom met kransjes werd dat met kracht tegengesproken. Dat was helemaal niet waar! Ze hadden kerstbomen altijd leuk gevonden! Mijn rol als als trendsetter op kerstgebied verdween al uit de geschiedenisboeken voor hij er ooit in had gestaan.

Wat ik wel heb ontdekt over mezelf na al dat draaikonten rond de kerstboom is dat ik een snob ben. Het valt niet langer te ontkennen. Of het nu om kunst, muziek, boeken, films of kerstbomen gaat: zodra iedereen iets leuk vindt wil ik er niets van weten. Zeggen 100 mensen tegen mij dat ik die en die film absoluut moet zien, dan weet ik dat ik die film nooit zal zien. Zo ging het ook met de kerstboom, hoewel de liefde nog sluimerend aanwezig is.

Mocht ik heel oud worden dan hoop ik dat de kerstboom helemaal uit de mode is. Het beeld staat me al voor ogen. Dan wil ik een boom behangen met zelf gefabriceerde papieren engelen en rieten frutsels uit de derdewereldwinkel. En echte kaarsjes en een emmer water met een spons erin om een beginnende brand fluks te kunnen blussen. Mochten jullie in 2045 rond de kerstdagen langs een bejaardenhuis lopen en daar achter een raam een punkig oud dametje zien zitten met een koptelefoon op naast een flink fikkende kerstboom, dan ben ik dat dus. Als de versierde dennenboom tegen die tijd niet trendy is uiteraard.
 
************************
De tekening is van Elène Klaren
© 2012 Rebecca van Putten
powered by Peppered