archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 11
Jaargang 17
26 maart 2020
Bezigheden > Ergernissen delen printen terug
17 Manieren om je glas om te gooien Julius Pasgeld

1711BZ 17Vroeger wilden wij, mevrouw Pasgeld, Junior en ik, tijdens onze fietstochten door Nederland nog wel eens een uitspanning aandoen. Met stramme benen en de billen stijf van de zadelpijn stortten wij ons dan op de terrasstoeltjes met het uitzicht op een weldadige verfrissing. Zo gebeurde het ooit, dat wij, als enige gasten op het terras met een paar stoeltjes en tafeltjes, na afloop van het nuttigen van een frisdrankje, tot onze verbazing niet hoefden af te rekenen bij de mevrouw die ons bediend had.

‘Waarom niet?’, vroegen we.
‘Omdat het hier helemaal geen terras is!’, riep ze schaterend uit.
‘Maar wat dan? Wat is het dan wel?’, vroegen we enigszins beschaamd.
‘Het is hier een gewone voortuin waar toevallig wat meer tafeltjes en stoeltjes staan dan gewoonlijk in verband met de grote schoonmaak’, legde ze nog steeds gniffelend uit.
We bedankten haar vriendelijk en stapten verlegen weer op onze fietsen.

Maar daar gaat het nu even niet om. Waar ik het wel over wil hebben is de kwaliteit van de terrastafeltjes in het algemeen. Nimmer troffen wij stabiel meubilair op het landelijke horeca-erf. In combinatie met de joviale motoriek van Junior (toen zo’n jaar of acht) leidde dat niet zelden tot ongelukken. Vaak moesten wij het dienstdoende personeel vragen om een doekje, omdat ons glas was omgevallen wegens een wankel tafeltje. En dan mochten we nog van geluk spreken. Want de keren dat we de glasscherven met bebloede vingers tussen het grint vandaan moesten peuteren, markeren onze herinneringen aan de mooiste tochten door bos en veld.

Om redenen van pedagogische aard wilden wij de schuldvraag niet steeds bij Junior leggen. Maar toch ontstond er op den duur een lichte neiging om hem van te voren te wijzen op de gevolgen van temperamentvol gedrag in de buurt van de consumpties.
‘We hebben nu zestien manieren gehad om je glas om te gooien’, stelde ik bij een passende gelegenheid, maar niet geheel zonder verborgen agenda, vast.
‘In de categorie onverhoedse bewegingen zijn dat de stoten met de hand, de elleboog, het voorhoofd, de neus, de knieën en de kleine teen. Verder hebben we dan nog het trekken aan het tafelkleedje, het duwen aan het rietje, het stevig maar te hoog vasthouden van het glas, zodat het zwaartepunt bij opkomende hik ineens naar veel te laag wordt verplaatst en de impuls om de tekst van het bierviltje te willen bestuderen zonder in te zien dat dat niet gaat zonder het glas er af te nemen.
In de serie ‘leunen op de tafelrand’ hebben we dan nog tafels met één, twee en drie poten. En ook bij het schenken van de limonade in het glas behoort het ‘te hard stoten tegen het glas’ tot de mogelijkheden. Hoor je me, Junior?’.

Junior was echter nergens te bekennen. Ongerust stond ik op om hem te zoeken. Maar tijdens mijn betoog had iemand ongemerkt de veters van een van mijn schoenen aan een tafelpoot vastgemaakt. Waardoor het terrastafeltje kantelde en op de grond een merkwaardige brei ontstond van cappuccino, cola, bier, glassplinters, viltjes, suikerzakjes en koekjes.

Ergens vandaan hoorde ik Junior  ‘… en dit is de zeventiende manier’, giechelen.

-------
Het plaatje is van Alex Verduijn den Boer
Meer informatie: http://www.verduijndenboer.nl/ 

© 2020 Julius Pasgeld meer Julius Pasgeld - meer "Ergernissen"
Bezigheden > Ergernissen
17 Manieren om je glas om te gooien Julius Pasgeld
1711BZ 17Vroeger wilden wij, mevrouw Pasgeld, Junior en ik, tijdens onze fietstochten door Nederland nog wel eens een uitspanning aandoen. Met stramme benen en de billen stijf van de zadelpijn stortten wij ons dan op de terrasstoeltjes met het uitzicht op een weldadige verfrissing. Zo gebeurde het ooit, dat wij, als enige gasten op het terras met een paar stoeltjes en tafeltjes, na afloop van het nuttigen van een frisdrankje, tot onze verbazing niet hoefden af te rekenen bij de mevrouw die ons bediend had.

‘Waarom niet?’, vroegen we.
‘Omdat het hier helemaal geen terras is!’, riep ze schaterend uit.
‘Maar wat dan? Wat is het dan wel?’, vroegen we enigszins beschaamd.
‘Het is hier een gewone voortuin waar toevallig wat meer tafeltjes en stoeltjes staan dan gewoonlijk in verband met de grote schoonmaak’, legde ze nog steeds gniffelend uit.
We bedankten haar vriendelijk en stapten verlegen weer op onze fietsen.

Maar daar gaat het nu even niet om. Waar ik het wel over wil hebben is de kwaliteit van de terrastafeltjes in het algemeen. Nimmer troffen wij stabiel meubilair op het landelijke horeca-erf. In combinatie met de joviale motoriek van Junior (toen zo’n jaar of acht) leidde dat niet zelden tot ongelukken. Vaak moesten wij het dienstdoende personeel vragen om een doekje, omdat ons glas was omgevallen wegens een wankel tafeltje. En dan mochten we nog van geluk spreken. Want de keren dat we de glasscherven met bebloede vingers tussen het grint vandaan moesten peuteren, markeren onze herinneringen aan de mooiste tochten door bos en veld.

Om redenen van pedagogische aard wilden wij de schuldvraag niet steeds bij Junior leggen. Maar toch ontstond er op den duur een lichte neiging om hem van te voren te wijzen op de gevolgen van temperamentvol gedrag in de buurt van de consumpties.
‘We hebben nu zestien manieren gehad om je glas om te gooien’, stelde ik bij een passende gelegenheid, maar niet geheel zonder verborgen agenda, vast.
‘In de categorie onverhoedse bewegingen zijn dat de stoten met de hand, de elleboog, het voorhoofd, de neus, de knieën en de kleine teen. Verder hebben we dan nog het trekken aan het tafelkleedje, het duwen aan het rietje, het stevig maar te hoog vasthouden van het glas, zodat het zwaartepunt bij opkomende hik ineens naar veel te laag wordt verplaatst en de impuls om de tekst van het bierviltje te willen bestuderen zonder in te zien dat dat niet gaat zonder het glas er af te nemen.
In de serie ‘leunen op de tafelrand’ hebben we dan nog tafels met één, twee en drie poten. En ook bij het schenken van de limonade in het glas behoort het ‘te hard stoten tegen het glas’ tot de mogelijkheden. Hoor je me, Junior?’.

Junior was echter nergens te bekennen. Ongerust stond ik op om hem te zoeken. Maar tijdens mijn betoog had iemand ongemerkt de veters van een van mijn schoenen aan een tafelpoot vastgemaakt. Waardoor het terrastafeltje kantelde en op de grond een merkwaardige brei ontstond van cappuccino, cola, bier, glassplinters, viltjes, suikerzakjes en koekjes.

Ergens vandaan hoorde ik Junior  ‘… en dit is de zeventiende manier’, giechelen.

-------
Het plaatje is van Alex Verduijn den Boer
Meer informatie: http://www.verduijndenboer.nl/ 
© 2020 Julius Pasgeld
powered by CJ2