archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 1
Jaargang 12
16 oktober 2014
Vermaak en Genot > Naar de film delen printen terug
Vallen en opstaan: de Nederlandse film Hans Knegtmans

1201VG Debuut1Op het moment dat ik dit schrijf is in Utrecht het Nederlands Filmfestival (NFF) nog in volle gang. Zonder mij. Ik weet uit mijn eigen bioscoopfilmoverzicht van 2014 dat ik daar vaker teleurgesteld dan verblijd zal worden. Na het rampzalige Soof mocht ik even hopen op betere tijden. De sfeervolle speelfilm Ather the Tone werd gevolgd door de prima documentaires Nieuwe Helden (over de wielerploeg Skil-Shimano) en Zombie: the Resurrection of Tim Zorn, over een maniakale Rotterdamse skateboarder.

Toen ging het echter weer mis met Afscheid van de Maan, een hommage aan, of een parodie op, de Bijlmerporno van Blue Movie, dat werd niet helemaal duidelijk. Vervolgens kregen we de prachtige misdaadfilm Helium, waarna het weer tijd was voor een downer: de onlogische, chaotische horrorfilm De Poel. Daarna was het de beurt aan het eveneens onlogische coming of age-drama Nena, waarin de personages tot vervelens toe idiote voorkeursvragen moesten beantwoorden (ga je liever dood door verdrinking of door voor een trein te springen?).

Vooruit, dan maar naar de Carry Slee-verfilming Pijnstillers. David Schram had Spijt!, een andere Slee-roman (over pesten), alleraardigst verfilmd en nu mocht zijn dochter Tessa Schram (25) debuteren als regisseur. Om u  niet nodeloos in spanning te  houden: dit debuut is niet best. Het verhaal gaat gebukt onder plot-technische en stilistische overkill.

In de eerste beelden reeds scheurt de jeugdige Casper (Gijs Blom) op zijn racefiets door de Amsterdamse binnenstad. Vlak voor hem  valt een klein meisje van haar fiets, terwijl een auto ras naderbij komt. In één vloeiende beweging springt Casper van zijn fiets, raapt het meisje en haar fietsje op en overhandigt ze aan de verbouwereerde vader. We hebben de jongen nog geen minuut in beeld gehad, maar nu is al duidelijk dat we met zo'n knul elke oorlog kunnen winnen.

Volgende scène: Casper solliciteert naar de functie van pianist bij een orkest. Hij is te laat (het zal de laatste keer niet zijn) en heeft, in tegenstelling tot de andere kandidaten, er niet aan gedacht zijn zondagse kleren aan te trekken. De compositie die hij heeft ingestudeerd is van de hand van de strenge voorzitter van de toelatingscommissie, maar Casper weet dit niet. Anders had hij zich misschien wel twee keer bedacht voor hij, halverwege het muziekstuk, de bladmuziek laat voor wat die is en overschakelt op een wilde, jazzy improvisatie. De voorzitter spreekt hem streng toe.

Volgende scène: schoolvriendin Sophie (Lara Leijs) met een vader tegen wie een proces loopt wegens racisme, nodigt Casper uit1201VG Debuut2 voor een avondje bioscoop. Vader is blij met zo’n keurige, blanke vriend. Bijna bij de bioscoop aangekomen vraagt zij of een Marokkaanse vriend van haar misschien mee mag naar de voorstelling. Casper beseft dat hij genaaid is en druipt af, staart tussen de benen.

Volgende scène: na ontvangst van een brief (hij is buiten verwachting toegelaten tot het orkest!) sjeest Casper uitgelaten naar het advocatenkantoor van zijn moeder. Die is niet aanwezig. Samen met de secretaresse bestudeert hij haar agenda. Een beetje filmkenner weet al wat er staat. 14.00 uur, Dokter Huppeldepup, Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis. Nu  breekt zijn klomp. ‘Dat is toch dat ziekenhuis voor kankerpatiënten?’ vraagt hij de secretaresse. Die moet dit beamen. Casper weer op de fiets.

Volgende scène: in de wachtkamer van het ziekenhuis heerst een nerveuze drukte. Een van de wachtenden komt ons bekend voor, ook al omdat ze met onverholen aandacht Casper aangaapt. De kijker begrijpt meteen dat deze Anouk  – al kan dat nog wel even duren – wél de ware voor Casper zal blijken te zijn.

Het spreekt voor zich dat al die verhaallijnen in elkaar grijpen. Wat heet. De akelige bioscoopvriendin Sophie haalt Casper over tegenover haar vader de rol van verloofde te spelen, zodat de man geen kennis hoeft te maken met haar Marokkaanse vrijer. Het lieve ziekenhuismeisje Anouk (Susan Radder) blijkt de dochter te zijn van de strenge voorzitter van de toelatingscommissie, die ook nog eens dirigent is van het orkest, waarin zij zingt en Casper piano speelt. Caspers moeder (Birgit Schuuman), kanker of niet, treedt op als advocate van de racistische man.

Een complexe intrige hoeft natuurlijk geen bezwaar te zijn, maar deze hangt van ongeloofwaardige toevalligheden aan elkaar. Voeg daarbij de overgestructureerde, nadrukkelijke verteltrant en je hebt een film die hopeloos verouderd aandoet. Al kijkend bedacht ik hoe een Belgische regisseur – Vlaams of Waals, het maakt me niet uit – van dit logge gevaarte iets swingends (misschien baroks, misschien surrealistisch) had kunnen maken. Toen wist ik nog niet dat dezer dagen de Belgische filmer, muzikant en kunstkenner Tom Barman in Amersfoort een tentoonstelling organiseert over 100 jaar beeldende kunst uit België, onder de pakkende titel De vierkantigste rechthoek.
Ik ga er zeker heen. En ik zou ook Tessa Schram willen adviseren, daar haar blikveld wat te verruimen. Baat het niet etc.

---------------------------------------------------
Ook DVD's kunt u via de banner hiernaast
bij bol.com bestellen.
Dan steunt u De Leunstoel!

© 2014 Hans Knegtmans meer Hans Knegtmans - meer "Naar de film" -
Vermaak en Genot > Naar de film
Vallen en opstaan: de Nederlandse film Hans Knegtmans
1201VG Debuut1Op het moment dat ik dit schrijf is in Utrecht het Nederlands Filmfestival (NFF) nog in volle gang. Zonder mij. Ik weet uit mijn eigen bioscoopfilmoverzicht van 2014 dat ik daar vaker teleurgesteld dan verblijd zal worden. Na het rampzalige Soof mocht ik even hopen op betere tijden. De sfeervolle speelfilm Ather the Tone werd gevolgd door de prima documentaires Nieuwe Helden (over de wielerploeg Skil-Shimano) en Zombie: the Resurrection of Tim Zorn, over een maniakale Rotterdamse skateboarder.

Toen ging het echter weer mis met Afscheid van de Maan, een hommage aan, of een parodie op, de Bijlmerporno van Blue Movie, dat werd niet helemaal duidelijk. Vervolgens kregen we de prachtige misdaadfilm Helium, waarna het weer tijd was voor een downer: de onlogische, chaotische horrorfilm De Poel. Daarna was het de beurt aan het eveneens onlogische coming of age-drama Nena, waarin de personages tot vervelens toe idiote voorkeursvragen moesten beantwoorden (ga je liever dood door verdrinking of door voor een trein te springen?).

Vooruit, dan maar naar de Carry Slee-verfilming Pijnstillers. David Schram had Spijt!, een andere Slee-roman (over pesten), alleraardigst verfilmd en nu mocht zijn dochter Tessa Schram (25) debuteren als regisseur. Om u  niet nodeloos in spanning te  houden: dit debuut is niet best. Het verhaal gaat gebukt onder plot-technische en stilistische overkill.

In de eerste beelden reeds scheurt de jeugdige Casper (Gijs Blom) op zijn racefiets door de Amsterdamse binnenstad. Vlak voor hem  valt een klein meisje van haar fiets, terwijl een auto ras naderbij komt. In één vloeiende beweging springt Casper van zijn fiets, raapt het meisje en haar fietsje op en overhandigt ze aan de verbouwereerde vader. We hebben de jongen nog geen minuut in beeld gehad, maar nu is al duidelijk dat we met zo'n knul elke oorlog kunnen winnen.

Volgende scène: Casper solliciteert naar de functie van pianist bij een orkest. Hij is te laat (het zal de laatste keer niet zijn) en heeft, in tegenstelling tot de andere kandidaten, er niet aan gedacht zijn zondagse kleren aan te trekken. De compositie die hij heeft ingestudeerd is van de hand van de strenge voorzitter van de toelatingscommissie, maar Casper weet dit niet. Anders had hij zich misschien wel twee keer bedacht voor hij, halverwege het muziekstuk, de bladmuziek laat voor wat die is en overschakelt op een wilde, jazzy improvisatie. De voorzitter spreekt hem streng toe.

Volgende scène: schoolvriendin Sophie (Lara Leijs) met een vader tegen wie een proces loopt wegens racisme, nodigt Casper uit1201VG Debuut2 voor een avondje bioscoop. Vader is blij met zo’n keurige, blanke vriend. Bijna bij de bioscoop aangekomen vraagt zij of een Marokkaanse vriend van haar misschien mee mag naar de voorstelling. Casper beseft dat hij genaaid is en druipt af, staart tussen de benen.

Volgende scène: na ontvangst van een brief (hij is buiten verwachting toegelaten tot het orkest!) sjeest Casper uitgelaten naar het advocatenkantoor van zijn moeder. Die is niet aanwezig. Samen met de secretaresse bestudeert hij haar agenda. Een beetje filmkenner weet al wat er staat. 14.00 uur, Dokter Huppeldepup, Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis. Nu  breekt zijn klomp. ‘Dat is toch dat ziekenhuis voor kankerpatiënten?’ vraagt hij de secretaresse. Die moet dit beamen. Casper weer op de fiets.

Volgende scène: in de wachtkamer van het ziekenhuis heerst een nerveuze drukte. Een van de wachtenden komt ons bekend voor, ook al omdat ze met onverholen aandacht Casper aangaapt. De kijker begrijpt meteen dat deze Anouk  – al kan dat nog wel even duren – wél de ware voor Casper zal blijken te zijn.

Het spreekt voor zich dat al die verhaallijnen in elkaar grijpen. Wat heet. De akelige bioscoopvriendin Sophie haalt Casper over tegenover haar vader de rol van verloofde te spelen, zodat de man geen kennis hoeft te maken met haar Marokkaanse vrijer. Het lieve ziekenhuismeisje Anouk (Susan Radder) blijkt de dochter te zijn van de strenge voorzitter van de toelatingscommissie, die ook nog eens dirigent is van het orkest, waarin zij zingt en Casper piano speelt. Caspers moeder (Birgit Schuuman), kanker of niet, treedt op als advocate van de racistische man.

Een complexe intrige hoeft natuurlijk geen bezwaar te zijn, maar deze hangt van ongeloofwaardige toevalligheden aan elkaar. Voeg daarbij de overgestructureerde, nadrukkelijke verteltrant en je hebt een film die hopeloos verouderd aandoet. Al kijkend bedacht ik hoe een Belgische regisseur – Vlaams of Waals, het maakt me niet uit – van dit logge gevaarte iets swingends (misschien baroks, misschien surrealistisch) had kunnen maken. Toen wist ik nog niet dat dezer dagen de Belgische filmer, muzikant en kunstkenner Tom Barman in Amersfoort een tentoonstelling organiseert over 100 jaar beeldende kunst uit België, onder de pakkende titel De vierkantigste rechthoek.
Ik ga er zeker heen. En ik zou ook Tessa Schram willen adviseren, daar haar blikveld wat te verruimen. Baat het niet etc.

---------------------------------------------------
Ook DVD's kunt u via de banner hiernaast
bij bol.com bestellen.
Dan steunt u De Leunstoel!
© 2014 Hans Knegtmans
powered by CJ2